Hilde Ecker Elsie De Greef Yanis Ghafil Peter Deboeck Kristien Vanhaverbeke Sonia Van Wanseele Johan Vander Meylen Egon Deyaert Nadine Maes Rudy Demol Hugo Vandaele Elke Poelaert Erik Devillé Patience N'Kamba Marc Beling Nele Van Craenem Christel Hanssens Joeri Zelck Klaas Slootmans Martin Laruelle Eddy Deknopper Katrien Van Kriekinge Kurt Moons Peter Van Rompuy Evelien De Coninck Lora Hasenbroekx Fatima Boudjaoui Jos Savenberg Hilde Ecker Elsie De Greef Yanis Ghafil Peter Deboeck Kristien Vanhaverbeke Sonia Van Wanseele Johan Vander Meylen Egon Deyaert Nadine Maes Rudy Demol Hugo Vandaele Erik Devillé Patience N'Kamba Marc Beling Nele Van Craenem Christel Hanssens Joeri Zelck Klaas Slootmans Martin Laruelle Eddy Deknopper Katrien Van Kriekinge Kurt Moons Peter Van Rompuy Evelien De Coninck Lora Hasenbroekx Fatima Boudjaoui Jos Savenberg Peter Van Rompuy Christel Hanssens Jos Savenberg Yanis Ghafil Sonia Van Wanseele Eddy Deknopper Nele Van Craenem Kristien Vanhaverbeke Johan Vander Meylen Erik Devillé Elsie De Greef Hilde Ecker Hugo Vandaele Joeri Zelck Nadine Maes Katrien Van Kriekinge Marc Beling Lora Hasenbroekx Peter Deboeck Kurt Moons Martin Laruelle Rudy Demol Klaas Slootmans Patience N'Kamba Egon Deyaert Evelien De Coninck Fatima Boudjaoui aantal voorstanders: 18 , aantal onthouders: 4 , aantal tegenstanders: 5 Goedgekeurd
De raad,
Overwegingen van de gemeenteraad
● Juridische gronden
Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, artikel 464/1, 1°.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in bijzonder artikel 40 §3 dat bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is om reglementen vast te stellen inzake gemeentelijk beleid, belastingen en retributies en artikel 41, derde lid dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het bepalen van elke vorm van differentiëring van de tarieven van de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing kan worden uitgeoefend mits de volgende voorwaarden worden nageleefd:
1° een voorstel van gemeenteraadsbesluit dat een differentiëring van tarieven vaststelt voor de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing moet voorafgaandelijk aan de Vlaamse Regering en de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie, vermeld in het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, worden voorgelegd;
2° het dossier dat aan de Vlaamse Regering wordt bezorgd, bevat ten minste een grondige motiveringsnota over de noodzaak van de differentiëring;
3° de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie levert een advies af over de technische uitvoerbaarheid van de beoogde gemeentelijke differentiëring;
4° het advies, vermeld in punt 3°, wordt gevoegd bij het voorstel van gemeenteraadsbeslissing dat aan de gemeenteraad in kwestie wordt voorgelegd.
Decreet van 30 mei 2008 inzake vestiging, invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit en meer bepaald artikel 2.1.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4.
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende gemeentefiscaliteit.
Gemeentereglement globale bedrijfsbelasting (gemeenteraad 19/12/2019).
Financiële toestand van de gemeente
● Aanleiding, doel en feitelijke motivering
Het huidige gemeentelijke reglement inzake opcentiemen op de onroerende voorheffing loopt af op 31 december 2025. Het tarief voor de onroerende voorheffing bedraagt momenteel 680 opcentiemen voor zowel particuliere als industriële onroerende goederen.
Het huidige belastingreglement op economische bedrijvigheid loopt eveneens af op 31 december 2025. Deze gemeentelijke belasting heft jaarlijks een belasting op ondernemingen actief in Beersel door middel van de cumulatieve toepassing van hierna vermelde criteria en aanslagen:
● Oppervlakte van de economische bedrijvigheid
● Motoren
● Tanks en vergaarbakken
● Geldautomaten
● Branddistributieapparaten
Het is een aangiftebelasting die jaarlijks een aanzienlijke administratieve last veroorzaakt voor zowel ondernemingen als de gemeentelijke diensten. Bovendien zijn de 5 criteria in de praktijk moeilijk te controleren, wat leidt tot een hoge aangiftegevoeligheid en een gevoel van onbillijkheid bij belastingplichtigen.
Gezien de hoge administratieve lasten voor zowel de bedrijven als de gemeentelijke administratie en de verouderde tarifering van de huidige belasting op de 5 criteria is het aangewezen om deze gemeentelijke belasting in te kantelen in de onroerende voorheffing.
Sinds aanslagjaar 2019 is het mogelijk om binnen het grondgebied de gemeentelijke opcentiemen te differentiëren in plaats van één tarief te hanteren. De gemeente Beersel stelt voor om de opcentiemen van de onroerende voorheffing te differentiëren volgens categorie belastingplichtige.
De differentiatie van de opcentiemen op de onroerende voorheffing geeft de gemeente Beersel de mogelijkheid om het complexe belastingreglement op economische bedrijvigheid af te schaffen.
De onroerende voorheffing wordt door de Vlaamse Belastingdienst geïnd. De inkohiering, vaststelling en inning gebeurt via een sterk geautomatiseerd proces. Ook het aandeel van de gemeentelijke opcentiemen wordt via deze weg mee geïnd en de geïnde bedragen worden (via een voorschottensysteem) doorgestort aan de gemeente (waardoor de doorstortingen voor 95% zeker zijn qua bedrag en timing). Ook bezwaren worden door de Vlaamse Belastingdienst behandeld.
Het systeem van gedifferentieerde opcentiemen onroerende voorheffing is eenvoudig gezien het zonder aangifte werkt en minder administratieve last meebrengt voor zowel de bedrijven als de gemeentelijke administratie.
Bij de afschaffing de belasting van economische bedrijvigheid is de differentiatie van de opcentiemen op de onroerende voorheffing noodzakelijk ter financiering van de uitgaven van algemeen nut en om de meerjarenplanning van de gemeente Beersel financieel in evenwicht te houden. De industriële bedrijven maken ook gebruik van gemeentelijke diensten en voorzieningen en zijn gebaat bij de uitvoering van gemeentelijke beleidsplannen
Om de continuïteit van de gemeentelijke inkomsten te waarborgen, is het nodig het reglement opcentiemen onroerende voorheffing te hernieuwen voor 31 januari 2026.
De gemeente Beersel stelt voor om de opcentiemen op onroerende voorheffing als volgt te differentiëren:
● voor de categorie “gewone bebouwde en onbebouwde kadastrale inkomens" het tarief van 690 voor de aanslagjaren 2026 - 2029 en het tarief van 680 voor de aanslagjaren 2030 - 2031,
● voor de categorie “gebouwde en ongebouwde belastbare kadastrale inkomens nijverheid en materieel en outillage” het tarief van 1.190 voor de aanslagjaren 2026 - 2029 en het tarief 1.160 voor de aanslagjaren 2030 - 2031.
Elk jaar is er de mogelijkheid om de opcentiemen te wijzigen door een gemeenteraadsbeslissing te nemen en de Vlaamse belastingdienst hiervan op de hoogte te brengen voor 31 januari van het jaar waarop de wijziging van toepassing is.
De verhoging van de opcentiemen van de categorie “gebouwde en ongebouwde belastbare kadastrale inkomens nijverheid en materieel en outillage” maakt het mogelijk om de huidige geïndexeerde belasting op economische bedrijvigheid budgetneutraal te integreren in de onroerende voorheffing.
Het verhoogde tarief voor industriële goederen geldt niet voor kleine handelaars, landbouwers en zelfstandigen in hoofd- of bijberoep (categorie “gewone bebouwde en onbebouwde kadastrale inkomens). Voor deze groepen geldt het tarief van 690 opcentiemen, terwijl de bedrijfsbelasting vervalt.
Kortom de voorgestelde differentiatie van de opcentiemen onroerende voorheffing draagt bij aan:
● een vereenvoudiging van de gemeentelijke fiscaliteit,
● een vermindering van de administratieve lasten,
● een stabiele en transparante inkomstenstroom voor de gemeente.
De Vlaamse Belastingdienst (Vlabel) werd geconsulteerd omtrent de technische uitvoerbaarheid van de differentiatie van de opcentiemen op de onroerende voorheffing. Op 10/11/2025 werd een positief advies ontvangen.
● Financiering
De inkomsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan.
VISUM FINANCIEEL DIRECTEUR
Niet van toepassing
Besluit:
Met 18 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil en Jos Savenberg), 5 nee-stemmen (Klaas Slootmans, Peter Deboeck, Rudy Demol, Kurt Moons en Martin Laruelle), 4 onthoudingen (Patience N'Kamba, Egon Deyaert, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).
De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:
Artikel 1 - Belastbare grondslag en belastbare periode
De gemeenteraad beslist om de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing als volgt te differentiëren en vast te stellen:
○ voor gewone gebouwde en ongebouwde kadastrale inkomens (codes 1F/K/L/P en 2F/K/L/P)
- 690 opcentiemen voor de periode 2026 - 2029,
- 680 voor de periode 2030 - 2031.
○ voor industriële kadastrale inkomens en materieel/outillage (codes 3F/K/L/P t.e.m. 6F/K/L/P)
- 1.190 opcentiemen voor de periode 2026 - 2029,
- 1.160 voor de periode 20230 - 2031.
Artikel 2 - Wijze van inning
De vestiging en inning van deze belasting gebeurt via de Vlaamse Belastingdienst.
Artikel 3 - Inwerkingtredeing
Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026 en zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Artikel 4:
Deze beslissing wordt gecommuniceerd:
Aan: | Hoe: |
Bevolking | via website |
Vlabel | via digitaal loket en mail |
|
|
Register der bekendmakingen
Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.
Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie heeft plaatsgevonden.
Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.