Notulen GR

Van 19 DECEMBER 2025

Om 00:30 uur

Locatie Raadzaal Kasteeltje

 

Aanwezig: Johan Vander Meylen burgemeester;

Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef Schepenen;

Hugo Vandaele, Klaas Slootmans, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Patience N'Kamba, Joeri Zelck, Peter Deboeck, Rudy Demol, Egon Deyaert, Katrien Van Kriekinge, Kurt Moons, Yanis Ghafil, Martin Laruelle, Fatima Boudjaoui, Evelien De Coninck Raadsleden;

Jos Savenberg voorzitter;

Elke Poelaert algemeen directeur, wnd.;

 

Verontschuldigd: Ingrid Verschueren, Julien Darquenne Raadsleden;

Katrien Devillé algemeen directeur;

 

 

De clausule in verband met bestuurlijk toezicht vind je hier: https://www.beersel.be/product/2278/bestuurlijk-toezicht

 

Overzicht punten

 

Notulen van de gemeenteraad van 27 november 2025. Goedkeuring

 

De raad,

 

De notulen van de zitting van de gemeenteraad van 27 november 2025 worden na voorlezing goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Goedkeuring strategisch en financieel meerjarenplan 2026 - 2031 van de gemeente en het OCMW van Beersel

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

                     Juridische gronden

Art  249 tot 275 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

 

Het Besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen somt de nadere bepalingen voor de opmaak van het meerjarenplan en de inhoud ervan op.

 

Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling en de nadere voorschriften van de

beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en

beheerscyclus van de lokale besturen legt de verplichte modellen van de verschillende

schema's van het meerjarenplan op.

 

De omzendbrief van 18 juli 2025 met referentie 'KBBJ/ABB 2025/1' betreffende de strategische meerjarenplannen 2026 - 2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen. Deze omzendbrief brengt voor de lokale besturen een aantal punten onder de aandacht voor de opmaak van hun meerjarenplan 2026 - 2031.

 

                     Aanleiding, doel en feitelijke motivering

Het eerste jaar van de nieuwe legislatuur moet er een meerjarenplan worden goedgekeurd.

Het meerjarenplan start van het tweede jaar van de legislatuur en eindigt op het einde van

het jaar na de daaropvolgende gemeenteraadsverkiezingen. Voorliggend plan loopt

bijgevolg van 2026 tot en met 2031.

 

Het meerjarenplan bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting.

 

Het meerjarenplan van de gemeente en het OCMW vormen een geïntegreerd geheel.

 

Dit plan is het gevolg van maandenlange werkzaamheden door het managementteam, de administratieve teams en het college van burgemeester en schepenen. Het plan is gebaseerd op de missie en de visie van het lokaal bestuur Beersel, de resultaten van de interne en externe omgevingsanalyse, de burgerbevraging en de kinderbevraging.

 

De 2 amendementen ingediend door de fractie Vlaams Belang:

 

"AMENDEMENT NR. 1 

Schrapping kredieten AP000015 (2026-2031)


Onderwerp: Actieplan AP000015 “Beersel bouwt aan een warme en solidaire gemeenschap – lokaal, Europees en mondiaal”

 

Toelichting

Dit actieplan is geen kerntaak van een lokaal bestuur. In een context van budgettaire krapte en prioritaire noden in Beersel is het verantwoord om deze kredieten te schrappen en middelen vrij te maken voor noodzakelijke taken met directe impact op onze inwoners.

 

Besluit

De gemeenteraad beslist:

  1. In het meerjarenplan 2026-2031 worden de exploitatie-uitgaven, ontvangsten en het saldo voor actieplan AP000015 voor de jaren 2026 t.e.m. 2031 gewijzigd naar 0 euro.
  2. Het college van burgemeester en schepenen verwerkt deze wijziging in de (geconsolideerde) financiële nota’s en saldi van het meerjarenplan."

 

"AMENDEMENT NR. 2

Schrappen verkoop oud-gemeentehuis Dworp

 

Toelichting

De verkoop van het oud-gemeentehuis van Dworp staat dan wel gebudgetteerd, de verkoop ervan is erg gecontesteerd. Zo zal ze zorgen voor het stopzetten van de naschoolse opvang wat voor zowel de basisscholen als veel ouders enorme repercussies heeft.

 

Bovendien gaat het om uniek bouwkundig erfgoed met een aanzienlijke historische waarde en een rijke lokale geschiedenis. Dat mogen we niet laten verworden tot een speelbal van de markt. Het is dan ook aangewezen deze desinvestering uit het meerjarenplan te halen.

 

Besluit

De gemeenteraad beslist:

De inkomst van 625.000 euro bij de desinvestering ‘Gemeentehuis Dworp’ in het jaar 2029 te schrappen."

 

                     Financiering

De uitgaven/inkomsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan dat integraal deel uit maakt van het geïntegreerd meerjarenplan 2026 - 2031.

VISUM FINANCIEEL DIRECTEUR

Niet van toepassing

 

Besluit:

Amendement 1

Met 4 ja-stemmen (Klaas Slootmans, Peter Deboeck, Rudy Demol en Kurt Moons), 23 nee-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Patience N'Kamba, Joeri Zelck, Egon Deyaert, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil, Martin Laruelle, Fatima Boudjaoui, Evelien De Coninck en Jos Savenberg).

Amendement 2

Met 4 ja-stemmen (Klaas Slootmans, Peter Deboeck, Rudy Demol en Kurt Moons), 23 nee-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Patience N'Kamba, Joeri Zelck, Egon Deyaert, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil, Martin Laruelle, Fatima Boudjaoui, Evelien De Coninck en Jos Savenberg).

Het oorspronkelijke agendapunt

Met 18 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil en Jos Savenberg), 4 nee-stemmen (Klaas Slootmans, Peter Deboeck, Rudy Demol en Kurt Moons), 5 onthoudingen (Patience N'Kamba, Egon Deyaert, Martin Laruelle, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

Artikel 1:

De gemeenteraad stelt het deel gemeente van het meerjarenplan 2026 - 2031 van de

gemeente en het OCMW Beersel vast.

 

Artikel 2:

De gemeenteraad neemt kennis van de vaststelling van het deel OCMW van het meerjarenplan 2026 - 2031 door de Raad voor maatschappelijk Welzijn van Beersel.

 

Artikel 3:

De gemeenteraad keurt het deel OCMW van het meerjarenplan 2026 - 2031 dat de

Raad voor maatschappelijk Welzijn van Beersel heeft vastgesteld, goed.

 

Artikel 4:

Het geïntegreerd meerjarenplan 2026 - 2031 van de gemeente en het OCMW maakt

integraal deel uit van dit besluit.

 

Artikel 5:

Deze beslissing wordt gecommuniceerd:

 

Aan:

Hoe:

Agentschap Binnenlands Bestuur

Digitale rapportering

Bevolking

Publicatie op de website

Alle medewerkers

Interne communicatie

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

AGB - Goedkeuring Strategisch en financieel meerjarenplan 2026 - 2031

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

                     Juridische gronden

Art. 249 tot 275 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

 

Het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen somt de nadere bepalingen voor de opmaak van het meerjarenplan en de inhoud ervan op.

 

Het Ministerieel Besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen, legt de verplichte modellen van de verschillende schema's van het meerjarenplan op.

 

De omzendbrief van 18 juli 2025 met referentie KBBJ/ABB 2025/1 betreffende de

strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de

beleids- en beheerscyclus.

 

                     Aanleiding, doel en feitelijke motivering

De raad van bestuur van het Autonoom Gemeentebedrijf van Beersel heeft het meerjarenplan 2026 - 2031 vastgesteld in de Raad van Bestuur d.d. 18/12/2025.

 

Het meerjarenplan van het AGB bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting (zie bijlage).

 

Het meerjarenplan werd 14 dagen voor de gemeenteraad bezorgd aan de gemeenteraadsleden. Dit plan is opgesteld in de geest van de opdracht van het AGB zoals gestipuleerd in de statuten en de externe en interne omgevingsanalyse van de gemeente.

 

                     Financiering

De uitgaven/inkomsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan.

 

VISUM FINANCIEEL DIRECTEUR

Niet van toepassing

 

Besluit:

Met 19 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil, Martin Laruelle en Jos Savenberg), 4 nee-stemmen (Klaas Slootmans, Peter Deboeck, Rudy Demol en Kurt Moons), 4 onthoudingen (Patience N'Kamba, Egon Deyaert, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

Artikel 1:

De gemeenteraad neemt kennis van de vaststelling van het strategisch en financieel meerjarenplan 2026 - 2031 van het Autonoom Gemeentebedrijf van Beersel door de raad van bestuur van het AGB.

 

Artikel 2:

De gemeenteraad keurt het strategisch en financieel meerjarenplan 2026 - 2031 van het Autonoom Gemeentebedrijf van Beersel goed.

 

Artikel 3:

Deze beslissing wordt gecommuniceerd:

 

Aan:

Hoe:

Bevolking

Gemeentelijke website

ABB

Digitaal loket

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

AGB - Prijssubsidiereglement 2026.  Goedkeuring

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

                     Juridische gronden

Artikel 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

De Circulaire 2022/C/100 van 13 oktober 2022 betreffende de btw-regeling die van

toepassing is op autonome gemeentebedrijven.

 

                     Aanleiding, doel en feitelijke motivering

Een AGB wordt gekwalificeerd als BTW-belastingplichtige met recht op BTW-aftrek in de zin

van artikel 4, § 1, WBTW onder de strikte voorwaarde van winstuitkering.

 

Er werd voor 2026 een raming van opbrengsten en kosten gemaakt teneinde een rendabele

exploitatie mogelijk te maken (zie bijlage 1).

 

Het AGB wenst haar tarieven zodanig te bepalen opdat haar opbrengsten de kosten zouden

overtreffen en de winst die hiermee wordt beoogd minstens gedeeltelijk aan de gemeente

uit te keren (zie bijlage 2).

 

Het gemeentebestuur kan evenwel beslissen om prijssubsidies toe te kennen en aldus de

prijs voor de eindgebruiker te verlagen. De prijssubsidies worden integraal in mindering

gebracht van de tarieven opgenomen in bijlage 2.

 

De door de raad van bestuur van het AGB Beersel voorgestelde tarieven moeten worden

verminderd met prijssubsidies die door de gemeente ten laste worden genomen.

 

Jaarlijks wordt op basis van het goedgekeurde budget de prijssubsidiefactor voor het

boekjaar vastgesteld. De prijssubsidiefactor voor het boekjaar 2026 wordt vastgesteld op

9,18 (zie bijlage 1).

 

                     Financiering

De uitgaven zijn voorzien in het financieel meerjarenplan.

 

VISUM FINANCIEEL DIRECTEUR

Niet van toepassing

 

Besluit:

Met eenparigheid van stemmen.

 

Artikel 1:

De gemeenteraad beslist het prijssubsidiereglement 2026, vermeld in artikel 2 van huidige

beslissing, ten voordele van het AGB Beersel goed te keuren met ingang van 01/01/2026.

Het prijssubsidiereglement 2025 - Bijsturen prijssubsidiefactor 4e kwartaal, goedgekeurd

door de gemeenteraad van 25/09/2025, wordt vanaf dezelfde datum opgeheven.

 

Artikel 2:

Het Autonoom Gemeentebedrijf Beersel heeft haar inkomsten en uitgaven geraamd voor

het kalenderjaar 2026 (zie bijlage 1). Op basis van deze ramingen heeft het Autonoom

Gemeentebedrijf Beersel vastgesteld dat voor het kalenderjaar 2026 de inkomsten voor de

terbeschikkingstelling van de vrijetijdsinfrastructuur minstens € 865.110,75 euro exclusief btw dienen te bedragen om economisch rendabel te zijn.

 

Om economisch rendabel te zijn wenst het Autonoom Gemeentebedrijf Beersel vanaf

01/01/2026 de voorziene prijzen (inclusief 6 % btw) voor de terbeschikkingstelling van de

vrijetijdsinfrastructuur te vermenigvuldigen met een factor 10,18.

 

De gemeenteraad erkent dat het Autonoom Gemeentebedrijf Beersel, op basis van deze

ramingen, de voorziene prijzen (inclusief 6% btw) voor de terbeschikkingstelling van de

vrijetijdsinfrastructuur moet vermenigvuldigen met een factor 10,18 om economisch rendabel te zijn.

 

Rekening houdend met de sportieve en sociale functie van de vrijetijdsinfrastructuur wenst

het gemeentebestuur dat er tijdens het kalenderjaar 2026 geen prijsverhogingen

doorgevoerd worden ten aanzien van gebruikers van de vrijetijdsinfrastructuur. De

gemeente Beersel wenst immers de prijzen te beperken opdat de vrijetijdsinfrastructuur

toegankelijk is voor iedereen. Het gemeentebestuur verbindt er zich toe om voor de periode

vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026 deze beperkte prijzen te subsidiëren

middels de toekenning van prijssubsidies.

 

De waarde van de prijssubsidie, toegekend door de gemeente Beersel voor de

terbeschikkingstelling van de vrijetijdsinfrastructuur, bedraagt de prijs (inclusief 6% btw) die de gebruiker voor recht op toegang betaalt, vermenigvuldigd met een factor 9,18.

 

De bedragen van de prijssubsidies uitgedrukt in euro zijn opgenomen in bijlage 2, welke

integraal deel uitmaakt van deze beslissing.

 

De gesubsidieerde prijzen (inclusief 6% btw) kunnen steeds geherevalueerd worden in het

kader van een periodieke evaluatie van de totale exploitatieresultaten van het Autonoom

Gemeentebedrijf Beersel. In de mate er een prijssubsidieaanpassing noodzakelijk is, zal de

gemeente Beersel deze steeds documenteren.  De bedragen van de prijssubsidies kunnen slechts tweemaal per jaar worden herzien en kunnen uitsluitend van toepassing zijn op toekomstige diensten.

 

Het Autonoom Gemeentebedrijf Beersel moet op de 15de werkdag van elk kwartaal de

gemeente Beersel een overzicht bezorgen van het aantal gebruikers van de

vrijetijdsinfrastructuur. Dit overzicht dient tevens het bedrag aan te betalen prijssubsidies te

bevatten. De afrekening van deze prijssubsidies zal gebeuren middels de uitreiking van een debetnota die het Autonoom Gemeentebedrijf Beersel uitreikt aan het gemeentebestuur. De

gemeente Beersel dient deze debetnota te betalen aan het Autonoom Gemeentebedrijf

Beersel binnen de 30 werkdagen na ontvangst.

 

Het gemeentebestuur vestigt de aandacht erop dat de prijssubsidies deel uitmaken van de

maatstaf van heffing en derhalve op de factuur dienen worden vermeld wanneer de

uitreiking van een BTW-factuur verplicht is.

 

Een nieuw prijssubsidiereglement geldig vanaf 2027 zal worden onderhandeld tussen de

gemeente Beersel en het Autonoom Gemeentebedrijf Beersel voor 31 december 2026.

 

Bijlage 1: berekening prijssubsidiefactor 2026

Bijlage 2: tarieventabel 2026

Bijlage 3: bedragen prijssubsidies 2026

 

Artikel 3:

De vereiste budgetten zijn voorzien als volgt:

 

Financieel meerjarenplan

2026-2031

 

Budgetjaar

2026

 

Bedrag uitgave/ontvangst inclusief BTW:

€ 826.917,40

 

Volgnr. MJP

Actienummer

Algemene rekening

Beleidsdomein

Beleidsveld

Beleidsitem

MJP000417

AC000131

64950000

04

0190

/

 

Artikel 4:

Deze beslissing wordt gecommuniceerd:

 

Aan:

Hoe:

AGB Beersel

Uittreksel

Sportinfrastructuur

Uittreksel

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Aanvullende belasting op de personenbelasting (APB)

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

                     Juridische gronden

Artikelen 41, 162 en 170, §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

 

Artikelen 464 tot en met 470/2 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992

 

Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017

 

                     Aanleiding, doel en feitelijke motivering

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de inwoners van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

 

Voor de aanslagjaren 2026 - 2029 wordt het tarief vastgesteld op 6,9%

Voor de aanslagjaren 2030 - 2031 wordt het tarief vastgesteld op 6,8%

 

In het strategisch en financieel meerjarenplan 2026 - 2031 is de aanvullende personenbelasting verwerkt op basis van de hierboven vermelde tarieven.

 

                     Financiering

De inkomsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan.

 

VISUM FINANCIEEL DIRECTEUR

Niet van toepassing

 

Besluit:

Met 18 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil en Jos Savenberg), 4 nee-stemmen (Klaas Slootmans, Peter Deboeck, Rudy Demol en Kurt Moons), 5 onthoudingen (Patience N'Kamba, Egon Deyaert, Martin Laruelle, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1 - Belastbare grondslag en belastbare periode

De gemeenteraad beslist om voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een aanvullende belasting te vestigen ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.

 

Artikel 2 - Berekeningsgrondslag en tarief

De belasting wordt vastgesteld op 6,9% voor de periode van 2026 tem 2029 en op 6,8% voor de periode 2030 tem 2031 van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.

 

Artikel 3 - Wijze van inning

De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting gebeuren door het bestuur der directe belastingen, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.

 

Artikel 4 - Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026 en zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

Artikel 5:

Deze beslissing wordt gecommuniceerd:

 

Aan:

Hoe:

Bevolking

via web-site

ABB

Digitaal Loket

FOD Financiën

per mail

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Aanvullende belasting op onroerende voorheffing (OV)

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

                     Juridische gronden

Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, artikel 464/1, 1°.

 

Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, in bijzonder artikel 40 §3 dat bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is om reglementen vast te stellen inzake gemeentelijk beleid, belastingen en retributies en artikel 41, derde lid dat bepaalt dat de bevoegdheid tot het bepalen van elke vorm van differentiëring van de tarieven van de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing kan worden uitgeoefend mits de volgende voorwaarden worden nageleefd:

1° een voorstel van gemeenteraadsbesluit dat een differentiëring van tarieven vaststelt voor de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing moet voorafgaandelijk aan de Vlaamse Regering en de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie, vermeld in het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, worden voorgelegd;

2° het dossier dat aan de Vlaamse Regering wordt bezorgd, bevat ten minste een grondige motiveringsnota over de noodzaak van de differentiëring;
3° de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie levert een advies af over de technische uitvoerbaarheid van de beoogde gemeentelijke differentiëring;
4° het advies, vermeld in punt 3°, wordt gevoegd bij het voorstel van gemeenteraadsbeslissing dat aan de gemeenteraad in kwestie wordt voorgelegd.

 

Decreet van 30 mei 2008 inzake vestiging, invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

Decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit en meer bepaald artikel 2.1.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4.

 

Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende gemeentefiscaliteit.

 

Gemeentereglement globale bedrijfsbelasting (gemeenteraad 19/12/2019).

 

Financiële toestand van de gemeente

 

                     Aanleiding, doel en feitelijke motivering

Het huidige gemeentelijke reglement inzake opcentiemen op de onroerende voorheffing loopt af op 31 december 2025. Het tarief voor de onroerende voorheffing bedraagt momenteel 680 opcentiemen voor zowel particuliere als industriële onroerende goederen.

 

Het huidige belastingreglement op economische bedrijvigheid loopt eveneens af op 31 december 2025. Deze gemeentelijke belasting heft jaarlijks een belasting op ondernemingen actief in Beersel  door middel van de cumulatieve toepassing van hierna vermelde criteria en aanslagen:

        Oppervlakte van de economische bedrijvigheid

        Motoren

        Tanks en vergaarbakken

        Geldautomaten

        Branddistributieapparaten

Het is een aangiftebelasting die jaarlijks een aanzienlijke administratieve last veroorzaakt voor zowel ondernemingen als de gemeentelijke diensten. Bovendien zijn de 5 criteria in de praktijk moeilijk te controleren, wat leidt tot een hoge aangiftegevoeligheid en een gevoel van onbillijkheid bij belastingplichtigen.

 

Gezien de hoge administratieve lasten voor zowel de bedrijven als de gemeentelijke administratie en de  verouderde tarifering van de huidige belasting op de 5 criteria is het aangewezen om deze gemeentelijke belasting in te kantelen in de onroerende voorheffing.

 

Sinds aanslagjaar 2019 is het mogelijk om binnen het grondgebied de gemeentelijke opcentiemen te differentiëren in plaats van één tarief te hanteren. De gemeente Beersel stelt voor om de opcentiemen van de onroerende voorheffing te differentiëren volgens categorie belastingplichtige.

 

De differentiatie van de opcentiemen op de onroerende voorheffing geeft de gemeente Beersel de mogelijkheid om het complexe belastingreglement op economische bedrijvigheid af te schaffen.

 

De onroerende voorheffing wordt door de Vlaamse Belastingdienst geïnd. De inkohiering, vaststelling en inning gebeurt via een sterk geautomatiseerd proces. Ook het aandeel van de gemeentelijke opcentiemen wordt via deze weg mee geïnd en de geïnde bedragen worden (via een voorschottensysteem) doorgestort aan de gemeente (waardoor de doorstortingen voor 95% zeker zijn qua bedrag en timing). Ook bezwaren worden door de Vlaamse Belastingdienst behandeld. 

 

Het systeem van gedifferentieerde opcentiemen onroerende voorheffing is eenvoudig gezien het zonder aangifte werkt en minder administratieve last meebrengt voor zowel de bedrijven als de gemeentelijke administratie. 

 

Bij de afschaffing de belasting van economische bedrijvigheid is de differentiatie van de opcentiemen op de onroerende voorheffing noodzakelijk ter financiering van de uitgaven van algemeen nut en om de meerjarenplanning van de gemeente Beersel financieel in evenwicht te houden. De industriële bedrijven maken ook gebruik van gemeentelijke diensten en voorzieningen en zijn gebaat bij de uitvoering van gemeentelijke beleidsplannen

 

Om de continuïteit van de gemeentelijke inkomsten te waarborgen, is het nodig het reglement opcentiemen onroerende voorheffing te hernieuwen voor 31 januari 2026.

 

De gemeente Beersel stelt voor om de opcentiemen op onroerende voorheffing als volgt te differentiëren:

        voor de categorie “gewone bebouwde en onbebouwde kadastrale inkomens" het tarief van 690 voor de aanslagjaren 2026 - 2029 en het tarief van 680 voor de aanslagjaren 2030 - 2031,

        voor de categorie “gebouwde en ongebouwde belastbare kadastrale inkomens nijverheid en materieel en outillage” het tarief van 1.190 voor de aanslagjaren 2026 - 2029 en het tarief 1.160 voor de aanslagjaren 2030 - 2031.

Elk jaar is er de mogelijkheid om de opcentiemen te wijzigen door een gemeenteraadsbeslissing te nemen en de Vlaamse belastingdienst hiervan op de hoogte te brengen voor 31 januari van het jaar waarop de wijziging van toepassing is.

 

De verhoging van de opcentiemen van de categorie “gebouwde en ongebouwde belastbare kadastrale inkomens nijverheid en materieel en outillage” maakt het mogelijk om de huidige geïndexeerde belasting op economische bedrijvigheid budgetneutraal te integreren in de onroerende voorheffing.

 

Het verhoogde tarief voor industriële goederen geldt niet voor kleine handelaars, landbouwers en zelfstandigen in hoofd- of bijberoep (categorie “gewone bebouwde en onbebouwde kadastrale inkomens). Voor deze groepen geldt het tarief van 690 opcentiemen, terwijl de bedrijfsbelasting vervalt.

 

Kortom de voorgestelde differentiatie van de opcentiemen onroerende voorheffing draagt bij aan:

        een vereenvoudiging van de gemeentelijke fiscaliteit,

        een vermindering van de administratieve lasten,

        een stabiele en transparante inkomstenstroom voor de gemeente.

De Vlaamse Belastingdienst (Vlabel) werd geconsulteerd omtrent de technische uitvoerbaarheid van de differentiatie van de opcentiemen op de onroerende voorheffing. Op 10/11/2025 werd een positief advies ontvangen.

 

 

                     Financiering

De inkomsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan.

 

VISUM FINANCIEEL DIRECTEUR

Niet van toepassing

 

Besluit:

Met 18 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil en Jos Savenberg), 5 nee-stemmen (Klaas Slootmans, Peter Deboeck, Rudy Demol, Kurt Moons en Martin Laruelle), 4 onthoudingen (Patience N'Kamba, Egon Deyaert, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1 - Belastbare grondslag en belastbare periode

De gemeenteraad beslist om de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing als volgt te differentiëren en vast te stellen:

 

        voor gewone gebouwde en ongebouwde kadastrale inkomens (codes 1F/K/L/P en 2F/K/L/P)

- 690 opcentiemen voor de periode 2026 - 2029,

- 680 voor de periode 2030 - 2031.

 

        voor industriële kadastrale inkomens en materieel/outillage (codes 3F/K/L/P t.e.m. 6F/K/L/P)

 - 1.190 opcentiemen voor de periode 2026 - 2029,

 - 1.160 voor de periode 20230 - 2031.

 

Artikel 2 - Wijze van inning

De vestiging en inning van deze belasting gebeurt via de Vlaamse Belastingdienst.

 

Artikel 3 - Inwerkingtredeing

Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026 en zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

Artikel 4:

Deze beslissing wordt gecommuniceerd:

 

Aan:

Hoe:

Bevolking

via website

Vlabel

via digitaal loket en mail

 

 

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Belastingreglement  op afgifte van administratieve stukken en documenten verbonden aan aanvragen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning of aktename

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

 

        Juridische gronden:

De Grondwet, artikelen 41, 162 en 170, §4;

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335;

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit.

Gecodificeerd Decreet over het Vlaamse woonbeleid, met latere wijzigingen, hierna Vlaamse Codex Wonen genoemd;

Decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, hierna afgekort als DGPB;

Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening, afgekort als VCRO;

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

 

        Aanleiding, doel en feitelijke motivering:

Het is noodzakelijk om via deze belasting de nodige ontvangsten te realiseren voor de financiering van de uitgaven van de gemeente Beersel;

 

De administratieve afhandeling van de verschillende aanvragen is door de toename van de regelgeving en door de complexiteit van de regelgeving tijdrovend en resulteert in hoge werkingskosten. Het is verantwoord de kosten hiervan door te rekenen aan de aanvrager;

 

De administratieve stukken en documenten verbonden aan aanvragen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning of aktename levert een meerwaarde op voor het betrokken onroerend goed waardoor het gepast is een belasting te heffen die kan gebruikt worden ter financiering van de algemene uitgaven van de gemeente;

 

Omdat de verschillende stedenbouwkundige realisaties een impact hebben op het openbaar domein en de omgeving door vb. bijkomende parkeerdruk, bijkomende slijtage, onderhoud en herstellingen van wegen en verharde bermen, enz., en bijgevolg voor de gemeente bijkomende kosten met zich meebrengen, is het wenselijk om hiervoor een bijdrage te vragen. Het is dan ook billijk dat elke stedenbouwkundige realisatie, ongeacht wie de vergunningverlenende overheid is, belast wordt;

 

Gelet dat de meldings- en vergunningsprocedures onderscheiden kenmerken en fases vertonen, zodat het past het bedrag van de belasting vast te stellen al naargelang de aard van de (vergunnings)aanvraag en/of melding en naargelang eventuele bijkomende stappen;

 

Gelet op dat alle overheidsinstellingen en organisaties opgericht door de overheid, technische constructies vrijgesteld op basis van andere wetgeving, vormings- en onderwijsinstellingen, de openbare ziekenhuizen, de openbare kinderdagverblijven worden vrijgesteld wegens hun maatschappelijke rol en het feit dat zij belast zijn met het beheer van diensten van algemeen belang.

 

        Financiering:

Deontvangstenzijnvoorzieninhetfinancieelmeerjarenplan 

 

Besluit:

Met 18 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil en Jos Savenberg), 9 onthoudingen (Klaas Slootmans, Patience N'Kamba, Peter Deboeck, Rudy Demol, Egon Deyaert, Kurt Moons, Martin Laruelle, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1: Belastbaar feit

Voor de periode ingaand 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting op afgifte van administratieve stukken en documenten verbonden aan aanvragen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning, een regularisatievergunning, of aktename geheven.

  

Artikel 2: Belastingplichtige

De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het belastbaar stuk aanvraagt.

 

Artikel 3: Tarief

Het bedrag van de belasting wordt als volgt vastgesteld:

 

  1. Belasting

 

1° melding van een ingedeelde inrichting of activiteit

36,70

2° melding voor het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen

36,70

3° a. aanvraag voor het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen (vereenvoudigde procedure)

48,92

3° b. aanvraag voor het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen (gewone procedure)

159,01

4° aanvraag voor een ingedeelde inrichting of activiteit (klasse 1 of 2)

159,01

5° aanvraag voor het verkavelen van gronden per lot

152,90

6° aanvraag bijstelling van een  verkavelingsvergunning/omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden

305,78

7° aanvraag tot omzetting van een milieuvergunning (voor 20 jaar) naar een permanente omgevingsvergunning

101,52

8° aanvraag stedenbouwkundig attest

61,15

9° aanvraag planologisch attest

305,78

10° aanvraag kleinhandelsactiviteiten

48,92

11° aanvraag van vegetatiewijzigingen

48,92

12° aanvraag van een projectvergadering

305,78

13° aanvraag tot opname in het vergunningenregister

122,31

14° aanvraag dossier wegenis met aanleg van een nieuwe straat voor de gemeenteraad

1223,15

15° aanvraag dossier wegenis zonder aanleg van een nieuwe straat voor de gemeenteraad

122,31

16° aanvraag regularisatie dossier

97,85

17° aanvraag van wijzigingsverzoeken

36,70

 

  1. Vermeerderd met de kosten van het openbaar onderzoek:

 

1° Prijs per brief

werkelijke portkosten

2° Bedrag bijkomend openbaar onderzoek

97,85 €

3° publicatiekosten

werkelijke kostprijs

 

Dezebedragenwordengecumuleerd.

 

Het tarief wordt jaarlijks (vanaf de eerste verjaardag van het reglement) per 1 januari geïndexeerd (consumptieprijsindex) volgens de formule:

 

Basisvergoeding x index maand augustus van het jaar voorafgaand aan de indexatie

Index van augustus 2025

 

Ingeval van een negatieve index wordt de laatst geldende prijs aangerekend.

 

Artikel 4: Wijze van inning

De belasting wordt geïnd nadat de behandelingsprocedure van de aanvraag of melding is afgerond, zijnde na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen ongeacht de beslissing positief of negatief is.

 

De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 5: Vrijstellingen

Zijn van belasting vrijgesteld:

 

§1 Volgende procedures:

        de administratieve lus

 

§ 2 Volgende instanties

        alle overheidsinstellingen en organisaties opgericht door de overheid

        technische constructies vrijgesteld op basis van andere wetgeving

        vormings- en onderwijsinstellingen

        de openbare ziekenhuizen

        de openbare kinderdagverblijven

 

Artikel 6: Betaaltermijn

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 7: Bezwaarprocedure

§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het College van Burgemeester en Schepenen. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd.

 

§2. Bezwaarschriften worden ingediend op volgende wijze:

        opsturen of afgeven bij het gemeentebestuur

        via mail naar belastingen@beersel.be

        via de website van de gemeente Beersel (www.beersel.be), zodra het daartoe vereiste elektronische platform ter beschikking wordt gesteld door het gemeentebestuur.

 

Andere vormen van doorsturen zoals fax of elektronische toezending naar andere mailboxen van de gemeente Beersel zijn niet geldig.

 

§3. Het bezwaarschrift  wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

 

Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

§4. Indien de belastingplichtige gehoord wil worden, dient dit uitdrukkelijk gevraagd te worden in het bezwaarschrift.

 

§5. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien dagen na indiening ervan.

 

OVERGANGSBEPALINGEN

 

Artikel 8:

Voor omgevingsvergunningen aangevraagd voor 01/01/2024, blijft deel B van het belastingreglement "Belasting op afgifte van administratieve stukken en documenten verbonden aan aanvragen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning of aktename, en een belasting op het bouwen en verbouwen." goedgekeurd op 29/03/2023 van toepassing wat betreft de belasting op het bouwen en verbouwen.

 

SLOTBEPALINGEN

 

Artikel 9: Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

Artikel 10: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd.  Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Belastingreglement verplichte aansluiting openbare riolering, plaatsen wachtkokers en ontstoppen

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

 

        Juridische gronden:

De Grondwet, artikelen 41, 162 en 170, §4;

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335;

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit.

 

        Aanleiding, doel en feitelijke motivering:

Gezien de noodzakelijkheid voor de gemeente dient in een belasting te worden voorzien voor de uitgaven veroorzaakt door de aansluiting aan de openbare riolering, plaatsen wachtkokers en ontstoppen, is het van belang deze aangelegenheid in een apart belastingreglement op te nemen.

 

De politieverordening betreffende de aansluitingen op openbare riolen;

De eigenaar van woonhuizen en vrijstaande panden waarop mag gebouwd worden, langs wegen voorzien van riolering of waarin riolering aangelegd wordt, is gehouden zijn eigendom op het rioolnet te laten aansluiten op eenvoudig verzoek van de gemeenteoverheid;

De werken tot aansluiten van de woningen, gebouwen en panden worden uitgevoerd op kosten van de betrokken eigenaar, door de zorgen en onder het beheer van de gemeente voor het vak begrepen tussen de riolering en de rooilijn van de openbare weg;

Het is verboden het huishoudelijk afvalwater evenals alle andere vloeistoffen uit de bebouwde en onbebouwde eigendommen op de openbare weg te laten afvloeien;

 

        Financiering:

De ontvangsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan  

 

Besluit:

Met 18 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil en Jos Savenberg), 9 onthoudingen (Klaas Slootmans, Patience N'Kamba, Peter Deboeck, Rudy Demol, Egon Deyaert, Kurt Moons, Martin Laruelle, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1: Belastbaar feit

Er wordt een belasting geheven op de aansluiting aan de openbare riolering, het plaatsen van wachtkokers en het ontstoppen, voor het vak begrepen tussen de riolering en de rooilijn van de openbare weg, ingaande op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031.

 

Artikel 2: Tarief

Het basisbedrag voor de belasting op de aansluiting aan de openbare riolering, plaatsen wachtkokersenontstoppenwordtvastgesteldop61,16euro.

 

Hettariefwordtjaarlijks(vanafdeeersteverjaardagvanhetreglement)per1januari geïndexeerd (consumptieprijsindex) volgens de formule:

 

Basisvergoedingxindexmaandaugustusvanhetjaarvoorafgaandaandeindexatie

Index van augustus 2025

 

Ingevalvaneennegatieveindexwordtdelaatstgeldendeprijsaangerekend.

 

Artikel 3: Uitvoering

De werken tot aansluiten op de openbare riolering, plaatsen van wachtkokers en ontstoppen vanleidingenvandewoningen,gebouwenenpandenwordenuitgevoerddoordezorgenenonderhetbeheervandegemeente.

De werken worden uitgevoerd volgens prijzen vastgesteld door het college van burgemeester enschepeneningevolgeeenhiertoeuitgeschrevenaanbesteding,hetzijopbasisvanprijzeningedienddoor de aanbestedingshouder van werken houdende de aanleg van nieuwe riolering. De aldusvastgestelde bedragen worden bovendien vermeerderd met het bedrag van de geïndexeerdebelasting.

 

Artikel 4: Belastingplichtige

Dewerkentotaansluitingopdeopenbareriolering,plaatsenwachtkokersenontstoppenwordenuitgevoerd opkostenvandebetrokkeneigenaar.

 

De belasting slaat op de aangesloten eigendom en is verschuldigd, zoals inzake onroerendevoorheffing,hetzijdoordeeigenaar,devruchtgebruiker,deerfpachter,deopstalhouderofdegerechtigdeopbewoning.

 

Artikel 5: Wijze van inning

Debelastingdientbetaaldtewordenophetogenblikvandeaanvraagtotaansluitingopdeopenbareriolering,plaatsenwachtkokers of ontstoppenvanleidingen.

 

Artikel 6: Bezwaarprocedure

§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd.

 

§2. Bezwaarschriften worden ingediend op volgende wijze:

        opsturen of afgeven bij het gemeentebestuur;

        via mail naar belastingen@beersel.be;

        via de website van de gemeente Beersel (www.beersel.be), zodra het daartoe vereiste elektronische platform ter beschikking wordt gesteld door het gemeentebestuur.

 

Andere vormen van doorsturen zoals fax of elektronische toezending naar andere mailboxen van de gemeente Beersel zijn niet geldig.

 

§3. Het bezwaarschrift  wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

 

Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

§4. Indien de belastingplichtige gehoord wil worden, dient dit uitdrukkelijk gevraagd te worden in het bezwaarschrift.

 

§5. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien dagen na indiening ervan.

 

Artikel 7: Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026.

 

Artikel 8: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd.  Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Belastingreglement activeringsheffing op onbebouwde bouwgronden en kavels en op braakliggende industriegronden

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

        Juridische gronden:

De Grondwet, artikelen 41, 162 en 170, §4;

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335;

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit.

Gecodificeerd Decreet over het Vlaamse woonbeleid, met latere wijzigingen, hierna Vlaamse Codex Wonen genoemd;

Decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, hierna afgekort als DGPB;

Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening, afgekort als VCRO.

  

        Aanleiding, doel en feitelijke motivering:

De financiële toestand van de gemeente;

 

De noodzaak van dekking van de verplichte en facultatieve uitgaven van de gemeente en van een begroting in evenwicht;

 

De gemeente acht het wenselijk om potentiële woonlocaties vrij te maken en om grondspeculatie tegen te gaan;

 

Het is wenselijk om realiseerbare onbebouwde bouwgronden en onbebouwde kavels te activeren in de gemeente;

 

De invoering van een activeringsheffing laat de gemeente toe om de eigenaars van die gronden en kavels daartoe aan te sporen.

 

Op industriegronden wordt er een belasting geheven indien ze braakliggen. Deze gronden kunnen worden verwaarloosd of als stortplaats worden gebruikt. Dit brengt verschillende risico’s met zich mee zowel op vlak van gezondheid en veiligheid van de inwoners, als op het vlak van openbare veiligheid. Bovendien wordt deze belasting ingezet om grondspeculatie terug te dringen.

 

        Financiering:

De ontvangsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan

 

Besluit:

Met 18 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil en Jos Savenberg), 4 nee-stemmen (Klaas Slootmans, Peter Deboeck, Rudy Demol en Kurt Moons), 5 onthoudingen (Patience N'Kamba, Egon Deyaert, Martin Laruelle, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1: Belastbaar feit

Voor de aanslagjaren ingaande op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een jaarlijkse activeringsheffing gevestigd op de onbebouwde bouwgronden en kavels in de gemeente Beersel. Er wordt tevens een belasting geheven op braakliggende industriegronden.

 

Artikel 2: Definitie

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

 

Bouwgrond: een perceel grond gelegen in woon- en woonuitbreidingsgebied, in de meest ruime zin van het woord, die al voor bebouwing in aanmerking komt en die grenst aan een voldoende uitgeruste weg in de zin van artikel 4.5.3 VCRO

 

Kavel: een perceel grond waarvoor een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden is afgeleverd en die grenst aan een aan te leggen openbare weg of een voldoende uitgeruste openbare weg.  

 

Bebouwde bouwgrond of kavel: de bouwgrond of kavel waarop, ingevolge een verleende stedenbouwkundige vergunning / omgevingsvergunning, de bouwwerken werden aangevat en waarvan ten minste één bovengrondse bouwlaag werd opgericht. Een bouwgrond of kavel die niet aan deze omschrijving beantwoordt, wordt als onbebouwd beschouwd.

 

Industriegrond: een perceel grond, volgens de bestemmingsvoorschriften van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening bestemd voor nijverheid, grenzend aan een openbare weg die, gelet op de plaatselijke toestand, voldoende is uitgerust.

 

Bebouwde industriegronden: de gronden waarop ingevolge een verleende stedenbouwkundige vergunning / omgevingsvergunning, de bouwwerken werden aangevat en waarvan ten minste één bovengrondse bouwlaag werd opgericht. Industriegronden die niet aan deze omschrijving voldoen, worden als braakliggend beschouwd.

 

Bouwlaag: het gedeelte van een bouwwerk tussen twee vloeren in met uitzondering van de kelder.

 

Voldoende uitgeruste weg: een weg met duurzame materialen, verhard en voorzien van een elektriciteitsnet, volgens artikel 4.3.5 § 2 van de VCRO;

 

Perceellengte: de lengte van de zijde van het perceel die grenst aan de openbare weg of aan de, volgens goedgekeurd verkavelingsplan, aan te leggen openbare weg.

 

Sociale woonorganisatie: een organisatie, vermeld in artikel 1.3 §1 °53 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

 

VCRO: Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening

 

Artikel 3: Berekeningsgrondslag en tarief

§1. De heffing bedraagt:

 

- 19 euro per strekkende meter voor een onbebouwde bouwgrond;

- 19 euro per strekkende meter voor een onbebouwde kavel; 

- 19 euro per strekkende meter voor een braakliggende industriegrond. 

 

§2. Indien een perceel paalt aan twee of meer straten zal de grootste perceellengte langsheen één van die straten als berekeningsgrondslag in aanmerking komen.

 

Indien het een hoekperceel betreft, wordt de langste perceellengte evenwijdig met de openbare weg in aanmerking genomen, vermeerderd met de helft van de afgesneden of afgeronde hoek.

 

§3. De minimale aanslag bedraagt 251 euro per kavel, bouwgrond of industriegrond. De belastbare lengte wordt steeds in volle meter uitgedrukt. Elk gedeelte van een strekkende meter wordt als volledige meter beschouwd.

 

§4. De heffing wordt vermeerderd met 114 euro per bijkomend aanslagjaar ten opzichte van het eerste aanslagjaar. Het is billijk dat de heffing nooit meer kan bedragen dan 150% van de oorspronkelijk (eerste jaar van de heffing) berekende heffing.

 

§5. De bedragen, vermeld in dit artikel, zijn gekoppeld aan de evolutie van de ABEX-index en stemmen overeen met de index van november 2025. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het ABEX-indexcijfer van de maand november die aan de aanpassing voorafgaat.

 

Artikel 4: Belastingplichtige

§1. De belasting is verschuldigd door de persoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van de bouwgrond, kavel of industriegrond.

 

Indien er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting  verschuldigd door de erfpachter, de opstalhouder of de vruchtgebruiker.

 

§2. Zo er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting.

 

$3. In geval van mede-eigendom, wordt de belasting geïnd ten aanzien van elk van de niet vrijgestelde belastingplichtigen in verhouding tot hun eigendomsaandeel.

 

§4. In geval van eigendomsoverdracht onder levenden is de nieuwe eigenaar de belasting verschuldigd met ingang van 1 januari volgend op de datum van de authentieke akte die hem het eigendom toekent. Er zal geen rekening gehouden worden met de tussen partijen gesloten overeenkomst.

 

§5 De nieuwe eigenaar is verplicht aangifte te doen van de eigendomsoverdracht vóór 1 januari van het jaar volgend op de eigendomsoverdracht, en dit met opgave van de datum van de akte en de nauwkeurige aanduiding van de identiteit van de vorige eigenaar en van het betrokken perceel.

 

§6. Alle zakelijk gerechtigden zijn hoofdelijk tot betaling verplicht.

 

Artikel 5: Vrijstellingen

 

Artikel 5.1: Vrijstellingen met betrekking tot de onbebouwde bouwgronden/kavels

Zijn van de activeringsheffing vrijgesteld:

 

  1. de belastingplichtige die geen ander onroerend goed, bebouwd of onbebouwd, in eigendom heeft dan de onbebouwde bouwgrond of kavel zowel in België als in het buitenland. Op deze vrijstelling kan men zich beroepen gedurende maximaal vijf aanslagjaren, volgend op de verwerving van het betrokken onroerend goed.

 

  1. de ouders met kinderen al dan niet ten laste. Deze vrijstelling is beperkt tot één onbebouwde bouwgrond of kavel per kind ten laste. Deze vrijstelling wordt toegekend indien het kind op 1 januari van het aanslagjaar voldoet aan beide hiernavolgende voorwaarden:

 - het heeft de leeftijd van 30 jaar nog niet bereikt;

 - het heeft nog geen volle 3 jaar een onbebouwde bouwgrond in woongebied, een onbebouwde kavel of 

een woning in volle eigendom, alleen of met de persoon met wie het wettelijk of feitelijk samenwoont.

 

  1. de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de erkende sociale woonorganisaties, het Vlaams Woningfonds en de sociale verhuurkantoren.

 

  1. de onbebouwde bouwgrond / kavel die tijdens het aanslagjaar niet voor bebouwing kan worden bestemd ingevolge de Pachtwet van 4 november 1969, waarbij het bewijs van de pacht met alle middelen van recht mag worden geleverd.

 

  1. de onbebouwde bouwgrond / kavel die tijdens het aanslagjaar niet voor bebouwing kan worden bestemd ingevolge de inrichting als collectieve voorziening, met inbegrip van de aanhorigheden.

 

  1. de onbebouwde bouwgrond / kavel die tijdens het aanslagjaar niet voor bebouwing kan worden bestemd ingevolge de werkelijke en volledige aanwending voor land- of tuinbouw gedurende het hele jaar.

 

  1. de onbebouwde bouwgrond / kavel die tijdens het aanslagjaar niet voor bebouwing kan worden bestemd ingevolge een bouwverbod of een erfdienstbaarheid van openbaar nut die woningbouw onmogelijk maakt.

 

  1. de onbebouwde bouwgrond / kavel waarop tijdens het aanslagjaar niet kan worden gebouwd ingevolge een vreemde oorzaak die te maken heeft met de aard van de onbebouwde bouwgrond of kavel, die de belastingplichtige niet kan worden toegerekend, zoals de beperkte omvang van de bouwgronden of kavels of hun ligging, vorm of fysieke toestand.

 

  1. de onbebouwde kavels, indien een verkavelingsvergunning/omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd afgeleverd:

 

9.1. indien de verkavelingsvergunning/omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geen werken - verbonden aan de verkavelingsvergunning/omgevingsvergunning zelf - omvat, geldt de vrijstelling gedurende het aanslagjaar volgend op het jaar waarin de verkavelingsvergunning/omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd afgeleverd.

 

9.2. indien de verkavelingsvergunning/omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werken, verbonden aan de verkavelingsvergunning/omgevingsvergunning zelf omvat:

 

a) Indien deze werken niet door de verkavelaar zelf worden uitgevoerd, geldt de vrijstelling gedurende het aanslagjaar dat volgt op het jaar waarin het attest, bedoeld in artikel 4.2.16 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening, werd toegekend. Bedoeld wordt: het attest van het college van burgemeester en schepenen waaruit blijkt dat alle in de verkavelingsvergunning opgelegde voorwaarden en lasten zijn uitgevoerd of dat voor de uitvoering van de lasten een afdoende financiële waarborg is gestort in de handen van de financieel directeur of in zijn voordeel op onherroepelijke wijze door een bankinstelling is verleend.

 

b) Indien deze werken door de verkavelaar zelf worden uitgevoerd, geldt de vrijstelling gedurende maximaal drie aanslagjaren, vanaf het jaar volgend op de afgifte van de verkavelingsvergunning.

 

Wanneer de verwezenlijking in fasen wordt vergund, zijn de bepalingen van punt 9.2. van dit artikel op de delen van elke fase van toepassing.

 

Artikel 5.2 Vrijstellingen met betrekking tot de braakliggende industriegronden

Zijn van de belasting vrijgesteld:

 

1. de belastingplichtige die geen ander onroerend goed, bebouwd of onbebouwd, in eigendom heeft dan de braakliggende industriegrond, zowel in België als in het buitenland.

Op deze vrijstelling kan men zich beroepen gedurende maximaal vijf aanslagjaren, volgend op de verwerving van het betrokken onroerend goed.

 

2. de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de erkende sociale woonorganisaties, het Vlaams Woningfonds en de sociale verhuurkantoren.

3. de braakliggende industriegrond waarop krachtens een overheidsbeslissing niet mag worden gebouwd.

 

4. de braakliggende industriegrond die door de overheid wordt ontwikkeld.

 

5. de braakliggende industriegrond die tijdens het aanslagjaar niet voor bebouwing kan worden bestemd ingevolge de werkelijke en volledige aanwending voor land- of tuinbouw gedurende het hele jaar.

 

6. de braakliggende industriegrond waarop tijdens het aanslagjaar niet kan worden gebouwd ingevolge een vreemde oorzaak die te maken heeft met de aard van de braakliggende industriegrond, die de belastingplichtige niet kan worden toegerekend, zoals de beperkte omvang van de braakliggende industriegronden of hun ligging, vorm of fysieke toestand.

 

Artikel 6: Aangifteplicht en meldingsplicht

§1. De belastingplichtige ontvangt vanwege de gemeente een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld, gedagtekend en ondertekend tegen uiterlijk 31 augustus van het lopende aanslagjaar moet worden teruggestuurd.

 

De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden binnen dezelfde termijn (uiterlijk 31 augustus van het lopende aanslagjaar) aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.

 

§2. De administratie kan aan de belastingplichtige een “voorstel van aangifte” bezorgen.

 

Als de gegevens op dit voorstel onjuist of onvolledig zijn of niet overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar moet de belastingplichtige ten laatste op 31 augustus van het aanslagjaar, het voorstel verbeterd en vervolledigd terugsturen. Het tijdig teruggezonden en gecorrigeerde of aangevulde voorstel van aangifte, geldt in dat geval als aangifte.

 

Als de belastingplichtige geen opmerkingen bij het voorstel van aangifte indient voor de aangiftedatum, vermeld in §2, eerste lid van dit artikel, geldt het voorstel als een regelmatige aangifte.

 

§3. Aangiftes worden ingediend op volgende wijze:

        schriftelijk opsturen naar Dienst Belastingen - H. Torleylaan 13 – 1654 Huizingen of afgeven bij het gemeentebestuur

        via mail naar belastingen@beersel.be

        via de website van de gemeente Beersel (www.beersel.be), zodra het daartoe vereiste elektronische platform ter beschikking wordt gesteld door het gemeentebestuur

 

Andere vormen van doorsturen zoals fax of elektronische toezending naar andere mailboxen van de gemeente Beersel zijn niet geldig.

 

Als de aangifte verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.

 

Als de uiterste indieningsdatum van de aangifte op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag valt,danwordtdevervaldagverplaatstnaardeeerstvolgendewerkdag.

 

§4. De belastingplichtige van een onbebouwde bouwgrond,kavel of industriegrond is verplicht, bij de overdracht van het zakelijk recht, binnen de twee maanden na het verlijden van de notariële akte, een kopie over te maken van de volledige akte, uitgezonderd de prijsaanduiding, aan de administratie – afdeling belastingen. Dit door middel van een e-mail aan belastingen@beersel.be of een aangetekende brief naar het adres vermeld in §3.

 

Artikel 7: Ambtshalve belasting

§1. Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 6 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belastingplichtige ambtshalve belast worden volgens de gegevens waarover de administratie beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008.

 

§2. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van

burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de redenen om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

 

§3. De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen vanaf ontvangst van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

 

Als een belasting ambtshalve is gevestigd, moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.

 

§4. De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met:

- 10%, 25%, 50% bij respectievelijk een eerste, tweede en derde overtreding;

- 100% vanaf een vierde overtreding;

 

De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.

 

§5. Elke persoon die gehouden is tot betaling van de belastingverhoging, vermeld in §1 kan bij het college van burgemeester en schepenen een schriftelijk en gemotiveerd verzoek tot kwijtschelding of vermindering van de belastingverhoging indienen. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het verzoek tot vrijstelling of vermindering van de belastingverhoging wanneer deze niet meer onderhevig is aan het bezwaar, vermeld in artikel 9, of enig rechterlijk beroep.

 

Artikel 8: Wijze van inning

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 9: Betaaltermijn

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 10: Bezwaarprocedure

§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en bchepenen. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd.

 

§2. Bezwaarschriften worden ingediend op volgende wijze:

        opsturen of afgeven bij het gemeentebestuur

        via mail naar belastingen@beersel.be

        via de website van de gemeente Beersel (www.beersel.be), zodra het daartoe vereiste elektronische platform ter beschikking wordt gesteld door het gemeentebestuur.

 

Andere vormen van doorsturen zoals fax of elektronische toezending naar andere mailboxen van de gemeente Beersel zijn niet geldig.

 

§3. Het bezwaarschrift  wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

 

Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

§4. Indien de belastingplichtige gehoord wil worden, dient dit uitdrukkelijk gevraagd te worden in het bezwaarschrift.

 

§5. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien dagen na indiening ervan.

 

OVERGANGSBEPALINGEN

 

Artikel 11: Opnamedatum

Artikel 3 §4 van dit reglement blijft van toepassing op alle bouwgronden en kavels die overeenkomstig de bepalingen van voorgaande belastingreglementen belast werden en die bij de inwerkingtreding van huidig reglement nog niet zijn geschrapt.

 

SLOTBEPALINGEN

 

Artikel 12: Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026.

 

Artikel 13: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd.  Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.  

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Belastingreglement inname openbaar domein

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

 

        Juridische gronden:

De Grondwet, artikelen 41, 162 en 170, §4;

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335;

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit.

 

        Aanleiding, doel en feitelijke motivering:

Het is noodzakelijk om via deze belasting de nodige ontvangsten te realiseren voor de financiering van de uitgaven van de gemeente Beersel;

 

Het innemen van het openbaar domein zorgt voor een extra belasting van de gemeentelijke openbare diensten met betrekking tot (technische) ondersteuning, ordehandhaving en veiligheid. Zo wordt onder andere nagekeken of deze inname hinderlijk is voor de mobiliteit. Wanneer dit zo is, worden er maatregelen genomen. Er dient opgevolgd te worden dat de inname van het openbaar domein gebeurt conform de afspraken;

 

Overwegende dat de inname van het openbaar domein extra verkeershinder en overlast creëert voor de inwoners, moet aangemoedigd worden om de termijn van inname zo beperkt mogelijk te houden en aandacht te schenken aan de optimale veiligheid van de andere weggebruikers. Het is daarom logisch dat de belasting gekoppeld is aan de oppervlakte en de duurtijd van de inname;

 

Indien bij de inname van het openbaar domein een betalende parkeerplaats wordt ingenomen, dan dient per dag en per parkeerplaats een bedrag bovenop het reeds verschuldigde bedrag te worden betaald. Dit om de potentieel misgelopen inkomsten voor de gemeente te compenseren;

 

Er wordt een extra administratieve kost aangerekend wanneer aanvragen te laat ingediend worden via de spoedprocedure. De sperperiode is dan alreeds verstreken. Laattijdige aanvragen zorgen voor hogere inspanningen van het bestuur waardoor een hogere vergoeding verantwoordbaar is;

 

Er wordt een extra administratieve geldboete aangerekend wanneer er geen voorafgaandelijke toelating tot inname of verlenging van de toelating werd gevraagd. Bij afwezigheid van een toelatingsaanvraag, kan het bestuur de impact van deze inname niet vooraf inschatten op overlast en kunnen er ook geen verzachtende maatregelen worden genomen. De vaststelling van een niet toegelaten inname van het openbaar domein zorgt dat er onmiddellijk dient te worden opgetreden. De inname van het openbaar domein kan namelijk zorgen voor een hinderlijke en soms zelfs een gevaarlijke impact op de mobiliteit en/of omgeving. Wanneer er geen verschil zou zijn tussen het vooraf aanvragen en het niet vooraf aanvragen, is de kans reëel dat sommige personen geen toelating zullen aanvragen, het openbaar domein innemen en een afwachtende houding aannemen. Het niet vooraf aanvragen zorgt voor hogere inspanningen van het bestuur waardoor een hogere vergoeding verantwoordbaar is.

 

De financiële dienst merkt bij het innen van de belasting dat er wel eens een verschil zit tussen aanvrager van de inname openbaar domein en de eigenaar van het pand waar de inname gebeurt. De bewuste keuze wordt nu gemaakt om de aanvrager van de vergunning aan te duiden als belastingplichtige en bij gebreke aan aanvrager te voorzien in een cascadesysteem;Bijvoorbeeld bij verbouwingswerken vraagt een aannemer dit aan zonder enig overleg met eigenaar; de eigenaar krijgt de belasting in de bus, maar weigert te betalen, want hij heeft het openbaar domein niet ingenomen, enz.

 

        Financiering:

De ontvangsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan  

 

Besluit:

Met 18 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil en Jos Savenberg), 9 onthoudingen (Klaas Slootmans, Patience N'Kamba, Peter Deboeck, Rudy Demol, Egon Deyaert, Kurt Moons, Martin Laruelle, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1: Belastbaar feit

Er wordt een belasting op inname openbaar domein geheven, ingaande op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031.

 

Artikel 2: Definities

Onder het openbaar domein wordt, voor de toepassing van dit reglement, verstaan het geheel van het openbaar domein en de openbare wegen, ongeacht het eigendomsstatuut van die laatste.

 

Als‘innamevanhetopenbaardomein’wordtbeschouwd:

            Deinnamevanhetopenbaardomeinbijbouw-ofanderewerken;

            Hetplaatsenoflatenplaatsenvanmateriaalofvoertuigendieinwerkendetoestandbrederzijn dan 3 meter en die niet geparkeerd worden conform de verkeerswetgeving op het openbaar domein van de gemeente, voor de uitvoering van werken;

            Hetafsluitenoflatenafsluitenvaneendeelvanhetopenbaardomeinvandegemeente;

            Hetlateninstellenvaneenparkeerverbod;

            Het afsluiten of laten afsluiten van een deel van het openbaar domein van de gemeente op bevel van de burgemeester of van de politie met het oog op het verzekeren van de openbare veiligheid;

            Elkgebruikvanhetgemeentelijkopenbaardomeinondergelijkwelkevorm, gelijkgronds,onder- of bovengronds, onder meer door materialen van allerlei aard, afsluitingen, barelen, staketsels, stellingen, kranen, containers, schutsels, … enz., met uitzondering van het verkeer en het reglementair stationeren van voertuigen op de openbare weg of op de parkeerpleinen.

 

Artikel 3: Aanvraagprocedure en - termijn

§1. Voorhetinnemenvanhet openbaardomeindientde belastingplichtigeeenaanvraagintedienen tenminste 7 werkdagen voor de start van de tijdelijke inname van het openbaar domein.

 

§2. Demachtigingsaanvraagvermeldtalleelementendienoodzakelijkzijnvoordeberekening vande belasting. Hetzelfde geldt voor elke wijzigingsaanvraag.

 

§3. Spoedprocedure:hetismogelijkomeenaanvraagintedienenviadespoedprocedurevoor laattijdige aanvragen, waarbij de inname van het openbaar domein nog niet gestart is. Voor deze aanvragen wordt er een administratieve kost wegens urgentie aangerekend.

 

§4. Indiendeexacteperiode bij aanvraag nognietgekendisendeaanvragerheeftdegemeenteschriftelijk inkennis gesteld van de eventuele inname, dit tenminste 7 werkdagen voor aanvang, wordt er geen administratieve kost verrekend.

 

§5. Elkeverlengingvandemachtigingmoet,ten minste2 werkdagen voor het verstrijken van de machtiging aangevraagd worden door de belastingplichtige.

 

§6. Indiendooronvoorzieneomstandighedendeinnameniet kan plaatsvinden tijdens devoorziene periode,kandeperiodevande innameopaanvraag aangepastworden.De te betalenbelasting kan verhoogd worden indien de periode langer is en/of er meer oppervlakte (m²) ingenomen wordt. Dit moet gemeld worden voor de voorziene startdatum.

 

§7. Indien de inname langer duurt dan toegekend in de machtiging en er is geen (tijdige) verlenging van de machtiging aangevraagd wordt de procedure overeenkomstig §9 van dit artikel toegepast.

 

§8. Debelastingplichtigeisverantwoordelijkvooreencorrecteaanvraagenuitvoeringvandeinname.

 

§9.  Bij het vaststellen van een niet-vooraf aangevraagde inname wordt een administratieve geldboeteopgelegdvan43,64euro.Hetnietnalevenvanditreglementwordtvastgesteld doorde door de gemeente daartoe aangestelde ambtenaren. De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.

 

 

Artikel 4: Berekeningsgrondslag en tarief

§1.Hetbedragvandebelastingwordtalsvolgtvastgesteld:

 

0,98europerdagofgedeeltevaneendaggebruikenperofgedeeltevanvande bezette standplaats, evenwel steeds met een minimum van 18,35 euro. Indien bij de inname van het openbaar domein een betalende parkeerplaats wordt ingenomen, dan dient per dag en per parkeerplaats 6,73 euro bovenop het reeds verschuldigde bedrag te worden betaald.

 

§2. Voordeberekeningvandebelastingisdeoppervlakte,welkeinaanmerkinggenomen wordt,dievan derechthoek welke men fictieftrektrond het voorwerp ofde groepvan voorwerpen diehetopenbaar domein bezetten.

 

§3. Bij afhandeling van een spoedprocedure wordt de belasting verhoogd met 21,82 euro.

 

§4. Hetintrekkenvandemachtigingbijpolitiemaatregelwegenseenfoutvandebetrokkeneof hetafzien van deze laatste van het genot van de gegeven machtiging, brengt voor de belastingplichtige geen enkel recht mee op de terugbetaling van de reeds gestorte sommen.

 

§5. De belasting is verschuldigd zonder dat de betrokkene aanspraak kan maken op enig onherroepelijk rechtvanconcessienocherfdienstbaarheidophetopenbaardomein.

 

§6. Hettariefwordtjaarlijks(vanafdeeersteverjaardagvanhetreglement)per1januari geïndexeerd (consumptieprijsindex) volgens de formule:

 

Basisvergoedingxindexmaandaugustusvanhetjaarvoorafgaandaandeindexatie

 Index van augustus 2025

 

Ingevalvaneennegatieveindexwordtdelaatstgeldendeprijsaangerekend.

 

Artikel 5: Belastingplichtige

De aanvrager van de machtiging tot inname van het openbaar domein wordt onweerlegbaar als belastingplichtige aangeduid.

 

Indien geen aanvraag werd ingediend is de belastingplichtige de natuurlijke persoon of rechtspersoon die met betrekking tot het onroerend goed waaraan werken worden uitgevoerd, de eigenaar is of in voorkomend geval de erfpachter, de opstalhouder, de vruchtgebruiker wat instandhoudingswerken betreft of de naakte eigenaar wat de werken betreft die hem ten laste vallen.

 

Allen zijn hoofdelijk aansprakelijk tot het betalen van de belasting.

 

Artikel 6: Vrijstellingen

Vrijgesteldvandebelastingvoorhetgebruikvanhetopenbaardomeinzijn:

      nutsbedrijven;

      woonmaatschappijen;

      openbaredienstvandefederalestaat,degewesten,gemeenschappen,gemeentenen publiekrechtelijke instellingen;

      erkendeBeerselsesocio-culturele,jeugd-ensportverenigingenen/ofaangeslotenbij een Beerselse gemeentelijke adviesraad;

      organisatiesvanevenementenindienhetevenementwordtgeorganiseerdmetde medewerking van het gemeentebestuur;

      wanneer de standplaats toegewezen wordt bij de openbare aanbesteding, krachtens eenconcessiecontract,ofeencollegebeslissingmetbetrekkingtotambulantehandel, eenvormig plaatsrecht voor kermis- en circusinrichtingen, frituren en andere kramen;

      wanneerhetdoordegemeentevergundeterrassenopopenbaardomeinbetreft,inhet kader van horeca-activiteiten.

 

Artikel 7: Affichering vergunning

Deaanvragerisertoegehoudendevergunningwaarindemachtigingwordtverleendop een zichtbareplaatsaantebrengenzodatcontrolemogelijkisofopeenvoudigverzoektetonen.

 

Artikel 8 : Naleving

§1. Het privatief gebruik van het openbaar domein gebeurt op eigen risico en onder volledige verantwoordelijkheidvandevergunninghouderenmitsnalevingvandebepalingenvande afgeleverde vergunning.

 

§2. Opheteersteverzoekvanhetgemeentebestuur en enkel in geval van hoogdringendheid moet,binnende24uren,deingenomen oppervlakte worden vrijgemaakt, zo niet zal de opruiming gebeuren door of in opdracht van het gemeentebestuur en worden de kosten verhaald op de aanvrager en indien deze niet bekend is op de natuurlijke persoon of rechtspersoon die met betrekking tot het onroerend goed waaraan werken worden uitgevoerd, de eigenaar is of in voorkomend geval de erfpachter, de opstalhouder, de vruchtgebruiker wat instandhoudingswerken betreft of de naakte eigenaar wat de werken betreft die hem ten laste vallen.

 

In geval opdracht gegeven is tot opruiming binnen de tijdsspanne van de machtiging zal aan de vergunninghouder de belasting worden terugbetaald voor de periode dat deze het openbaar domein niet in gebruik kan nemen.

 

§3. Hetgebruikvanhetopenbaardomeingebeurtopeigenrisicovandebegunstigdevande machtiging enonderzijnverantwoordelijkheid.Hetafleverenvaneentoelatingtot inname openbaardomeinkan nooit als argument gebruikt worden om de gemeente aansprakelijk te stellen.

 

Artikel 9: Wijze van inning

Deaanvragerontvangteenbetaalverzoekviamail,als zijnaanvraaggoedgekeurden betalendis.

De betaling dient op elektronische wijze te gebeuren.

 

Het openbaar domein kan pas worden ingenomen na betaling.

 

Bijgebrekevanbetalingwordtdebelastingingekohierdenwordtdebelastingeen kohierbelasting.

 

De belasting blijft verschuldigd ook al wordt er geen gebruik gemaakt van de verleende vergunning, tenzij deze geannuleerd werd voor de startdatum van de inname.

 

Artikel 10: Bezwaarprocedure

§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd.

 

§2. Bezwaarschriften worden ingediend op volgende wijze:

        opsturen of afgeven bij het gemeentebestuur;

        via mail naar belastingen@beersel.be;

        via de website van de gemeente Beersel (www.beersel.be), zodra het daartoe vereiste elektronische platform ter beschikking wordt gesteld door het gemeentebestuur.

 

Andere vormen van doorsturen zoals fax of elektronische toezending naar andere mailboxen van de gemeente Beersel zijn niet geldig.

 

§3. Het bezwaarschrift  wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

 

Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

§4. Indien de belastingplichtige gehoord wil worden, dient dit uitdrukkelijk gevraagd te worden in het bezwaarschrift.

 

§5. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien dagen na indiening ervan.

 

Artikel 11: Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026.

 

Artikel 12: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd.  Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Belastingreglement leegstand van woningen en gebouwen

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

                     Juridische gronden

De Grondwet, artikelen 41, 162 en 170, §4;

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335;

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit;

Vlaamse codex wonen van 2021.

 

                     Aanleiding, doel en feitelijke motivering

De financiële toestand van de gemeente;

De noodzaak van dekking van de verplichte en facultatieve uitgaven van de gemeente en van een begroting in evenwicht;

 

Overwegende dat het leegstandsbeleid erop gericht is om de leegstand van woningen en gebouwen te voorkomen en bestrijden. Leegstaande woningen en gebouwen hebben immers een negatieve impact op de leefomgeving. De vraag naar kwalitatieve en betaalbare woningen overstijgt het aanbod. Een leegstandsbelasting moet eigenaars stimuleren om een nieuwe invulling te geven aan hun pand;

 

Overwegende dathetVlaams Gewest sinds aanslagjaar 2010 geenheffing opleegstand heftenmetingang vanaanslagjaar 2017 aandegemeenten alleen eenstrategisch kader met hoofdlijnen oplegt maar verder een grote autonomie geeft om een eigen beleid te voeren, zowel bij de opmaak van een leegstandsregister als bij de invoering van een gemeentelijke heffing op leegstaande woningen en gebouwen;

 

Overwegende dat de laatste aanpassing van hetleegstandsreglementdateert van 22 mei 2019 eninditreglement nogwordtverwezen naar deVlaamse wooncode van15juli1997 en het decreet grand- en pandenbeleidvan 27 maart 2009;

 

Overwegende datdebepalingen rondleegstand uitdeVlaamsewooncode enhetgrond-en pandendecreetzijn overgenomen in de Vlaamse codex Wonen 2021,

 

                     Financiering

De inkomsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan.

.

VISUM FINANCIEEL DIRECTEUR

Niet van toepassing

 

Besluit:

Met 18 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil en Jos Savenberg), 5 nee-stemmen (Klaas Slootmans, Peter Deboeck, Rudy Demol, Kurt Moons en Martin Laruelle), 4 onthoudingen (Patience N'Kamba, Egon Deyaert, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1: Definities

Voorde toepassing vanditreglement gelden ondermeerdebegripsomschrijvingenvanhet artikel 1.3 en artikelen 2.9 en 2.10 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

Inditreglementwordtverstaanonder:

 

Aanslagjaar: het aanslagjaar is het jaar waarin de belasting verschuldigd is (het aanslagjaar loopt vanaf 1 januari van het kalenderjaar tot en met 31 december van het kalenderjaar).

 

Administratie: degemeentelijke of intergemeentelijke administratieve eenheid, die door hetcollege vanburgemeester enschepenen wordtbelast metdeopmaak, deopbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister.

 

Beroepsinstantie:hetcollegevanburgemeesterenschepenen.

 

Beveiligdezending:eenvandehiernavolgendebetekeningswijzen:

 eenaangetekendschrijven,aldannietelektronisch;

 eenafgiftetegenontvangstbewijs.

 

5°Gebouw: elkbebouwd onroerendgoed, datzowelhethoofdgebouw alsdebijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten,vermeld in artikel 2,1°, van het decreet van 19 april1995houdende maatregelen terbestrijding envoorkoming vanleegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld in artikel 1.3; §1,14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

Woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.

 

Kamer: woning waarin een toilet, een bad en/of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt.

 

Opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning voor de eerste maal in het leegstandsregister wordt opgenomen.

 

Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt.

 

10° Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, overeenkomstig artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen.

 

§1. Leegstaand gebouw: gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.

 

De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

 

Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet af splitsbaar is. Een gedeelte is eerst af splitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

Een nieuw gebouw wordt pas als leegstaand beschouwd indien het gebouw zeven jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.

 

§2. Leegstaande woning: woning die gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met hetzij de woonfunctie, hetzij elke andere bij gemeentelijke verordening omschreven functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich mee brengt.

 

Een nieuwe woning wordt pas als leegstaand beschouwd indien de woning binnen de zeven jaar na de afgifte van een in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.

 

11° Houder van het zakelijk recht: de houder van een van de volgende zakelijke rechten:

        de volle eigendom;

        het recht van opstal of van erfpacht;

        het vruchtgebruik.

 

Artikel 2: Belastbaar feit

De gemeente heft voor aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting op woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

 

De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister. Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd bij elke verjaardag van de opname.

 

Degemeente houdt eenleegstandsregisterbijopgrond vanartikel2.9tot en met2.14van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

Hoofdstuk1:Leegstandsregistratie

 

Artikel 3:Register

Deadministratie houdteenregister bijvanleegstaande woningenengebouwen. Het leegstandsregister bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:

 

 eenlijst"leegstaandegebouwen";

 een lijst"leegstaandewoningen".

 

Hetleegstandsregisterbevatvolgendevermeldingen:

 

        hetadresvandeleegstaandewoningofhetleegstaandegebouw;

        dekadastralegegevensvandeleegstaandewoningofhetleegstaandegebouw;

        deidentiteitenhet(de) adres(sen)vandehouder(s)vanhetzakelijk recht;

        hetnummerendedatumvandeadministratieve akte;

        deindicatieofindicatiesdieaanleidinghebbengegeventotdeopname;

        defeitendieaanleiding geventotvrijstelling vandeheffing, metvermelding vande begin- en einddatum van de vrijstelling;

        eventueel dedatum vanindiening vandebetwisting zoals voorzien inartikel7ende datum en aard van de beslissing inzake die betwisting.

 

Artikel 4: Leegstand

§1. Een gebouw wordt als leegstaand beschouwd indien meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Daarbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.

De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

§2. Een woning wordt als leegstaand beschouwd wanneer zij gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt.

Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

 

§3. In afwijking op §1 en §2 wordt een nieuw gebouw of een nieuwe woning als leegstaand beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig §1, respectievelijk §2 van dit artikel.

 

§4. Een gebouw dat in aanmerking komt voor inventarisatie in de zin van hoofdstuk II van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt nooit als een leegstaand gebouw in de zin van dit reglement beschouwd.

De bedrijfsruimten die op grond van artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten worden uitgesloten, worden onder de aldaar vermelde voorwaarden evenmin als leegstaande gebouwen in de zin van dit reglement beschouwd.

 

Artikel 5: Vaststelling van leegstand

§1. De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van leegstaande gebouwen enwoningen belaste personeelsledenendemedewerkers van de intergemeentelijke samenwerking "Woonwinkel Zennevallei" bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende devestiging, deinvordering endegeschillenprocedurevanprovincie- en gemeentebelastingen.

 

§2. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde en gemotiveerde administratieve akte, waarbij één of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden.

De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.

 

§3. Het vaststellen van leegstand gebeurt op basis van een gemotiveerde administratieve akte waarin minstens twee van de onderstaande indicaties wordt opgenomen:

 

  1. hetontbreken vaneeninschrijving inhet bevolkingsregister ophetadres van dewoning of van een aangifte als tweede verblijf;

 

  1. onmogelijkheidomdewoningtebewonenofgebouwtegebruiken,doorbijvoorbeeld:

 

          geen toegang totwoning/gebouw;

          toegangverzegeld;

          raamopeningen dichtgemaakt of gesupprimeerd;

          winddichtheid van woning/gebouw is niet gewaarborgd;

          waterdichtheid van woning/gebouw is niet gegarandeerd;

          onafgewerkte ruwbouw;

          ernstige inpandige vernielingen (deels vernield of gesloopt).

 

  1. uitwendigeindicaties vanleegstand,zoalsbijvoorbeeld:

 

          het (langdurig) aanbieden als "te koop" of "te huur";

          geblindeerde raamopeningen (dicht geplakt, dicht geschilderd);

          langdurig neergelaten rolluiken;

          ernstig vervuild of verwaarloosd buitenschrijnwerk en ramen;

          uitpuilende of dichtgeplakte brievenbus;

          storende omgevingsaanleg (langdurig niet of slecht onderhouden omgeving en tuin).

 

  1. inwendige indicaties van leegstand zoals bijvoorbeeld:

 

          gebouw/woning helemaal of gedeeltelijk niet bemeubeld.

 

  1. andere:

 

          getuigenissen: verklaringen van omwonden(n), postbode, wijkagent;

          het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;

          het ontbreken van een aangifte als tweede verblijf;

          geen of een dermate laag verbruik van de nutsvoorziening dat een gebruik als woning of een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw kan worden uitgesloten;

          de vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992;

          aanvraag om vermindering van onroerende voorheffing naar aanleiding van leegstand of improductiviteit.

 

Artikel 6: Kennisgeving van registratie

Alle houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister.

 

De kennisgeving bevat:

 

        de administratieve akte met inbegrip van  het beschrijvend verslag;

        informatie over de gevolgen van de opname in het leegstandsregister;

        informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de opname in het leegstandsregister;

        informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het leegstandsregister.

 

De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder van het zakelijk recht. Is de woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan het adres van de woning of het gebouw waarop de administratieve akte betrekking heeft.

 

Artikel 7: Beroep

§1. De houder van het zakelijk recht kan beroep indienen tegen de opname in het leegstandsregister bij het college van burgemeester en schepenen. Het beroep moet op straffe van onontvankelijkheid, schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd binnen een termijn van 60 kalenderdagen, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de kennisgeving vermeld in artikel 6.

 

§2. Het beroepschrift wordt ingediend op volgende wijze:

 

        opsturen of afgeven bij het gemeentebestuur;

        via mail naar belastingen@beersel.be;

        via de website van de Gemeente Beersel (www.beersel.be), zodra het daartoe vereiste elektronische platform ter beschikking wordt gesteld door het gemeentebestuur.

 

Andere vormen van doorsturen zoals fax of elektronische toezending naar andere mailboxen van de gemeente Beersel zijn niet geldig.

 

§3. Het beroepsschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd.

Het bevat minimaal volgende gegevens:

 

        de identiteit, het adres en eventueel de hoedanigheid en volmacht van de indiener;

        de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop het beroepsschrift betrekking heeft;

        de motivatie van het beroep;

        de bewijsstukken die aantonen dat de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister ten onrechte is gebeurd. De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.

 

Als datum van het beroepsschrift geldt de datum van de zending.

 

§4. Als het beroepsschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

 

§5. Zolang de indieningstermijn van zestig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepsschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepsschrift als ingetrokken wordt beschouwd.

 

§6. Elk inkomend beroepsschrift wordt in het leegstandsregister geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.

 

§7. Het beroepsschrift is onontvankelijk:

 

        als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in paragraaf 1, of;

        als het beroepsschrift niet uitgaat van een houder van het zakelijk recht, of;

        als het beroepsschrift niet is ondertekend.

 

§8. Als het beroepsschrift onontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit onverwijld mee aan de indiener.

 

Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.

 

§9. Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepsschriften. Het onderzoek gebeurt op basis van stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op basis van stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid of de medewerkers van de intergemeentelijke samenwerking "Woonwinkel Zennevallei".

 

Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

 

§10. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een ordetermijn van honderdtachtig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het beroepsschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.

 

§11. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de administratie het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.

 

Artikel 8:Melding van ingebruikname en schrapping uit het leegstandsregister

§1. Een woning of gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt eens afdoende aangetoond is dat:

 

        hetzij meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte van een gebouw overeenkomstig de functie aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden;

        hetzij een woning overeenkomstig de functie vermeld in artikel 1.6°, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden;

        hetzij doordat de woning of het gebouw volledig gesloopt werd.

 

§ 2. Om de mogelijkheid tot schrapping te kunnen beoordelen, dient de houder van het zakelijk recht onmiddellijk de start van het effectief gebruik volgens functie vermeld in artikel 1.10°§1 en artikel 1.10°§2 of andere wijzigingen schriftelijk te melden met de nodige bewijsstukken. De datum van deze melding geldt, indien voldaan is aan de voorwaarden, als datum van de schrapping.

 

Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de houder van het zakelijk recht een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending.

 

Dit verzoek bevat:

 

        de identiteit en het adres en eventueel hoedanigheid en volmacht van de indiener;

        de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;

        de bewijsstukken overeenkomstig paragraaf 1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het leegstandsregister.

 

Als datum van het verzoek wordt de datum van de aangetekende verzending gehanteerd.

 

De administratie kan bijkomende bewijsstukken opvragen en/of een feitenonderzoek ter plaatse uitvoeren.

 

De melding kan via één van de volgende kanalen worden ingediend:

 

      schriftelijk opsturen naar de dienst belastingen – H. Torleylaan 13 - 1654 Huizingen of afgeven bij het gemeentebestuur;

      via mail naar belastingen@beersel.be;

      via de website van de gemeente Beersel (www.beersel.be), zodra het daartoe vereiste elektronische platform ter beschikking wordt gesteld door het gemeentebestuur.

 

§3. Indien de administratie vaststelt dat het gebruik in overeenstemming is met de functie zoals opgenomen in artikel 1.10°§1 en artikel 1.10°§2, dan wordt het gebruik opgevolgd gedurende zes maanden te rekenen vanaf de melding.

 

Wanneer, na afloop van de termijn van zes maanden, blijkt dat de voorwaarden tot schrapping uit artikel 8 §1 vervuld zijn, dan neemt de administratie binnen een ordetermijn van twee maanden een beslissing over het verzoek tot schrapping. De verzoeker wordt op de hoogte gebracht van de beslissing via het kanaal waarmee de ingebruikname gemeld werd.

 

De beheerder van het leegstandsregister vermeldt als schrappingsdatum de dag van de melding van aanwending overeenkomstig de functie zoals opgenomen in artikel 1.10°§1 en artikel 1.10°§2.

 

Indien de administratie vaststelt dat het gebruik niet in overeenstemming is met de functie, dan wordt de verzoeker op de hoogte gebracht van de beslissing tot weigering van schrapping per aangetekende zending.

 

Tegen de beslissing tot weigering van schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure bepaald in artikel 7.

 

Hoofdstuk 2: Leegstandbelasting

 

Artikel 9:Belastingplichtige

§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht van de woning of het gebouw op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.

 

Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.

 

§2. Degene die een zakelijk recht, zoals bedoeld in §1, overdraagt, moet de verkrijger ervan uiterlijk op het ogenblik van de overdracht van het zakelijk recht via een beveiligde zending in kennis stellen van de opname van het gebouw en/of de woning op de inventaris. Deze kennisgeving kan vervangen worden door een vermelding in de notariële akte.

 

Degene die het zakelijk recht overdraagt, is tevens verplicht binnen de maand na het verlijden van de notariële akte, per beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen mee te delen:

 

        naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht;

        datum van de overdracht van het zakelijk recht;

        naam en standplaats van de notaris;

        nauwkeurige aanduiding van het onroerend goed.

 

Bij ontstentenis van deze kennisgeving blijft de overdrager van een zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende heffing die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

 

Artikel 10:Tarief van de belasting

De belasting die voor het eerst verschuldigd is bedraagt:

 

- voor een leegstaand gebouw: 1.586 euro;

- voor een leegstaande woning:1.586 euro;

- voor een leegstaande kamer: 315 euro.

 

Voormelde bedragen zijn gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex en stemmen overeen met de index van november 2025. Zij worden jaarlijks herzien volgens het consumptieprijsindexcijfervan de maand november die aan de aanpassing voorafgaat.

 

De belasting wordt vermeerderd met dezelfde bedragen per bijkomende nieuwe termijn van 12 maanden dat het gebouw en/of woning op de inventaris staat. De belasting mag nooit meer bedragen dan 4x het oorspronkelijke geïndexeerde bedrag van toepassing op de belastingplichtige.

 

Wanneer een pand overgedragen wordt, worden de jaren dat een pand op de inventaris staat in rekening gebracht bij de nieuwe verkrijger.

 

Artikel 11:Vrijstellingen

§1. De houder van het zakelijk recht kan beroep doen op de hieronder vermelde vrijstellingen. Indien hij van een bepaalde vrijstelling gebruik wenst te maken, moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen aan de administratie. Deze vrijstellingen moeten, tenzij anders vermeld, elk jaar opnieuw, voor de verjaring opname leegstandsregister worden aangevraagd.

 

§2. De houder van een zakelijk recht, bedoeld in artikel 9, wordt vrijgesteld van belasting in volgende gevallen:

 

  1. de belastingplichtige in een erkende ouderenvoorziening verblijft. Het bewijs van het verblijf wordt geleverd door de erkende ouderenvoorziening waar de belastingplichtige verblijft, met dien verstande dat deze vrijstelling geldt gedurende twee jaar volgend op de datum van opname. Deze vrijstelling kan niet worden verlengd;

 

  1. de belastingplichtige die voor een langdurig verblijf van ten minste 1 jaar werd opgenomen in een psychiatrische instelling of ziekenhuis. Het bewijs van het langdurig verblijf wordt geleverd door de instelling of het ziekenhuis waar de belastingplichtige verblijft. Het attest bevestigt een verblijfsduur van ten minste 1 jaar. De vrijstelling geldt gedurende twee jaar vanaf de opname in de psychiatrische instelling. Deze vrijstelling kan niet worden verlengd;

 

  1. de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing; met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor een periode van maximaal 3 jaar;

 

  1. de belastingplichtige die sinds minder dan één jaar zakelijk gerechtigde is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor een periode van twee jaar vanaf het moment van overdracht van het zakelijk recht. In geval van hoofdelijke aansprakelijkheid zullen de andere houders van het zakelijk recht ook vrijgesteld worden van heffing gedurende dezelfde periode.

 

Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten:

 

        aan vennootschappen die door de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks in rechten of in feiten gecontroleerd worden;

        indien de overdracht het gevolg is van een fusie, splitsing of een andere overgang en algemene titel.

 

§3. Een vrijstelling wordt verleend indien het gebouw of de woning:

 

  1. gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;

 

  1. geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;

 

  1. krachtens het onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 is beschermd als monument en waarvoor bij de bevoegde overheid een ontvankelijk verklaard restauratiepremiedossier is ingediend, gedurende de termijn van behandeling;

 

  1. vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van drie jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;

 

  1. onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling of betredingsverbod in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van twee jaar volgend op de aanvang van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik;

 

 

  1. gerenoveerd wordt blijkens:

 

  1. een niet vervallen stedenbouwkundige vergunning, omgevingsvergunning en/of melding voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de vergunning en/of melding;

 

  1. een renovatienota voor niet vergunningsplichtige en/of meldingplichtige handelingen. De vrijstelling geldt voor een termijn van drie jaar. In de renovatie moeten zijn opgenomen de getekende bestekken en/of facturen voor minstens €10.000,00. Deze bestekken en facturen mogen niet ouder zijn dan 2 jaar en de werken moeten van dien aard zijn dat de woning of het gebouw, na uitvoering ervan, weer bewoonbaar is;

 

  1. het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerken;

 

  1. een assistentiewoning betreft.

 

§4. De vrijstelling van heffing heeft geen impact op de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister: de anciënniteit van opname in het leegstandsregister blijft doorlopen tijdens de periode van vrijstelling; wat betekent dat wanneer de reden tot vrijstelling een einde neemt, de heffing zal berekend worden op basis van de begindatum van opname in het leegstandsregister.

 

§5. Een reeds toegekende vrijstelling op basis van dezelfde of gelijkaardige grond onder een vorig belastingreglement kan door dezelfde eigenaar voor dezelfde woning of gebouw niet opnieuw worden verkregen op basis van het huidige belastingreglement. Indien op een vrijstelling meerdere aanslagjaren beroep kan worden gedaan, dan wordt het aantal jaren waarvoor, onder een vorig belastingreglement, al een vrijstelling werd toegekend in mindering gebracht van het totaal aantal jaren vrijstelling op basis van dezelfde of gelijkaardige grond voorzien in dit belastingreglement.

 

Artikel 12: Administratieve geldboete

Een administratieve geldboete van 300 euro wordt opgelegd in geval van:

 

de weigerig om mee te werken aan een fiscale controle;

        de weigering om boeken of bescheiden voor te leggen.

 

De administratieve geldboete wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

 

De administratieve geldboete moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet of na het ter beschikking stellen van het aanslagbiljet op het elektronische platform.

 

Artikel 13: Wijze van inning

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 14: Betaaltermijn

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 15: Bezwaarprocedure

§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd.

 

§2. Bezwaarschriften worden ingediend op volgende wijze:

 

        schriftelijk opsturen naar de dienst belastingen – H. Torleylaan 13 - 1654 Huizingen of afgeven bij het gemeentebestuur;

        via mail naar belastingen@beersel.be

        via de website van de gemeente Beersel (www.beersel.be), zodra het daartoe vereiste elektronische platform ter beschikking wordt gesteld door het gemeentebestuur.

 

Andere vormen van doorsturen zoals fax of elektronische toezending naar andere mailboxen van de gemeente Beersel zijn niet geldig.

 

§3. Het bezwaarschrift wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

 

Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

§4. Indien de belastingplichtige gehoord wil worden, dient dit uitdrukkelijk gevraagd te worden in het bezwaarschrift.

 

§5. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien dagen na indiening ervan.

 

OVERGANGSBEPALINGEN

 

Artikel 16: Opname

Woningen en/of gebouwen die werden geïnventariseerd als leegstaand overeenkomstig de bepalingen van voorgaande belastingreglementen en die bij de inwerkingtreding van huidig reglement nog niet zijn geschrapt, blijven opgenomen op de inventaris met behoud van de oorspronkelijke opnamedatum.

 

Artikel 17: Appartementen

Voor de herziening van het gemeentereglement op leegstaande woningen op datum van 29/03/2023 werden appartementen aanzien als categorie “andere woningen”. Bij de herziening werd de categorie “andere woningen” geschrapt. Een appartement wordt ook aanzien als woning. De leegstandheffing voor appartementen zal berekend worden op basis van het tarief van woning. De oorspronkelijke datum van opname blijft behouden. Het tarief wordt berekend op datum van opname.

 

Artikel 18: Assistentiewoningen

De belastingen die werden vastgelegd voor assistentiewoningen tot en met aanslagjaar 2025 worden niet vrijgesteld op basis van de toegevoegde vrijstelling m.b.t. assistentiewoningen.

 

SLOTBEPALINGEN

 

Artikel 19: Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026.

 

Artikel 20: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd. Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Belastingreglement milieu

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

                     Juridische gronden

De Grondwet, artikelen 41, 162 en 170, §4;

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335;

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit;

Het decreet van 14 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, met latere wijzigingen;

Het besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA) van 17 februari 2012.

 

                     Aanleiding, doel en feitelijke motivering

De financiële toestand van de gemeente;

 

De noodzaak van dekking van de verplichte en facultatieve uitgaven van de gemeente en van een begroting in evenwicht;

 

De zorg voor het milieu is een belangrijke taak van het gemeentebestuur. Het gemeentebestuur moet aanzienlijke inspanningen leveren om te voldoen aan de normen inzake milieu;

 

Het gemeentebestuur wordt geconfronteerd met hoge kosten voor het beheer, de verwijdering en de verwerking van afvalstoffen, hetzij via de gemeentelijke huisvuilophaaldienst of via het recyclagepark en met kosten voor de verwerking van geloosd afvalwater, voortkomende uit huishoudens, handel, nijverheid, industrie of landbouw of enig andere activiteit, het aanleggen en onderhouden van het rioolnet en aanverwante installaties, het reinigen van de grachten;

 

Door de invoering van deze belasting willen we die gedeeltelijk compenseren. We willen bovendien beschikken over middelen om preventieve acties en campagnes op te zetten in het kader van milieu en om subsidies toe te kennen aan inwoners en verenigingen die zich inzetten voor het milieu en daartoe bijdragen;

 

Het is billijk dat de tarieven afgestemd worden op de consumptieprijsindex.

 

                     Financiering

De inkomsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan.

 

VISUM FINANCIEEL DIRECTEUR

Niet van toepassing

 

Besluit:

Met 18 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil en Jos Savenberg), 5 nee-stemmen (Klaas Slootmans, Peter Deboeck, Rudy Demol, Kurt Moons en Martin Laruelle), 4 onthoudingen (Patience N'Kamba, Egon Deyaert, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1: Belastbaar feit

Voor de aanslagjaren 2026 tot 2031 wordt een milieubelasting geheven.

 

Artikel 2: Definitie

Een entiteit is:

 

•Een gezin, waaronder wordt verstaan een vereniging van twee of meer natuurlijke personen, die al dan niet door verwantschap met elkaar verbonden zijn;

•Een alleenstaande, waaronder wordt verstaan een natuurlijk persoon die voor een woning of woongelegenheid op het grondgebied van de gemeente alleen is ingeschreven in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister of er alleen verblijft;

•Een gemeenschap;

•Een rechtspersoon met een vestiging op het grondgebied van de gemeente;

•Een natuurlijk persoon die als hoofd- en/of bijkomende activiteit op het grondgebied van de  gemeente:

 - een nijverheids-, landbouw-, horeca-, handelsbedrijf of financiële instelling exploiteert;

 - een vrij beroep of een zelfstandige activiteit uitoefent;

•Een kampeerterrein of woonwagenterrein;

 

Onder wonen in de gemeente wordt voor dit reglement verstaan: op 1 januari van het financieel boekjaar gedomicilieerd zijn in de gemeente, door inschrijving in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister.

 

Onder verblijven in de gemeente wordt voor dit reglement verstaan: op 1 januari van het financieel boekjaar op het grondgebied van de gemeente kunnen beschikken over een woongelegenheid zonder voor deze woongelegenheid ingeschreven te zijn in de bevolkingsregisters.

 

Onder woongelegenheid wordt voor dit reglement verstaan elke private woongelegenheid die door de eigenaar of de huurder ervan niet tot hoofdverblijf dient maar op elk ogenblik door hen voor bewoning kan worden gebruikt. Als zodanig gelden de al dan niet in de kadastrale legger ingeschreven landhuizen, bungalows, appartementen, weekendhuisjes, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden met inbegrip van de met de chalets gelijkgestelde caravans.

 

Onder vestiging wordt voor dit reglement verstaan de plaats op het grondgebied van de gemeente waar de maatschappelijke zetel of de exploitatiezetel van de rechtspersoon zich bevindt.

 

Onder kampeerplaats wordt voor dit reglement verstaan:

- de zone voorbehouden voor één (sta) caravan;

- de plaats waar één kampeerhuisje staat;

- iedere 150 vierkante meter bestemd voor tenten, mobilhomes,...;

- zone voorbehouden voor één bungalette;

- een doortrekkersterrein voor elke 150 m².

 

Artikel 3: Tarief

Het jaarlijks bedrag van de belasting wordt vastgesteld op:

 

- 42 euro voor een gezin;

- 21 euro voor een alleenstaande;

- 42 euro voor een tweede verblijf;

- 42 euro voor een communauteit;

- 42 euro voor een rechtspersoon;

- 42 euro voor de in artikel 2 omschreven handelszaken, zelfstandigen of vrije beroepen;

- 15 euro per vergunde kampeerplaats voor iedere 150 m² (zie artikel 2)

 

De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het gehele jaar.

 

Het tarief wordt jaarlijks (vanaf de eerste verjaardag van het reglement) per 1 januari geïndexeerd (consumptieprijsindex) volgens de formule:

 

Basisverqoedinqxindexmaandaugustusvanhetjaarvoorafgaandaandeindexatie

Indexvanaugustus2025

 

Ingeval van een negatieve index wordt de laatst geldende prijs aangerekend.

 

Artikel 4: Belastingplichtige

De belasting is verschuldigd door het gezinshoofd, de alleenstaande, de bewoner van het tweede verblijf, de communiteit, de rechtspersoon, de in artikel 2 omschreven natuurlijke personen of de inrichter/uitbater van het kampeerterrein.

Wanneer verschillende rechtspersonen hun maatschappelijke zetel of exploitatiezetel op hetzelfde adres hebben gevestigd, is elke rechtspersoon aldaar afzonderlijk belastingplichtig.

 

Artikel 5: Vrijstellingen

Zijn vrijgesteld van deze belasting:

 

        de entiteiten bestemd voor een openbare dienst of voor een dienst van openbaar nut. Deze vrijstelling strekt zich niet uit tot de gedeelten van deze entiteiten die privaat gebruikt worden;

        beschutte werkplaatsen;

        onderwijs instellingen;

        door de gemeente erkende verenigingen actief in de gemeente op socio-cultureel, jeugd- en sportvlak en de Beerselse verenigingen die en/of aangesloten zijn bij een Beerselse adviesraad, politieke partijen en vormings- en onderwijsinstellingen;

        de in artikel 2 omschreven gemeenschap, rechtspersoon of natuurlijk persoon als er reeds een belasting is gevestigd voor een gezin of alleenstaande.

 

Artikel 6: Wijze van inning

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 7: Betaaltermijn

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 8: bezwaarprocedure

§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd.

 

§2. Bezwaarschriften worden ingediend op volgende wijze:

        opsturen of afgeven bij het gemeentebestuur;

        via mail naar belastingen@beersel.be;

        via de website van de gemeente Beersel (www.beersel.be), zodra het daartoe vereiste elektronische platform ter beschikking wordt gesteld door het gemeentebestuur.

 

Andere vormen van doorsturen zoals fax of elektronische toezending naar andere mailboxen van de gemeente Beersel zijn niet geldig.

 

§3. Het bezwaarschrift wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

 

Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

§4. Indien de belastingplichtige gehoord wil worden, dient dit uitdrukkelijk gevraagd te worden in het bezwaarschrift.

 

§5. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien dagen na indiening ervan.

 

Artikel 9: Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026.

 

Artikel 10: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd. Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Belastingreglement nachtwinkels en shishabars

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

                     Juridische gronden

De Grondwet, artikelen 41, 162 en 170, §4;

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335;

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit;

Wetvan10/11/2006betreffendedeopeningsureninhandel,ambachtendienstverlening;

Artikel48Wetsbepaling inzakedeslijterijen vangegistedranken, samengeordendop 03/04/1953.

 

                     Aanleiding, doel en feitelijke motivering

De financiële toestand van de gemeente;

 

De noodzaak van dekking van de verplichte en facultatieve uitgaven van de gemeente en van een begroting in evenwicht;

 

Deuitbatingvannachtwinkels en shishabars verschiltfundamenteel vande uitbating van gewone kleinhandelszakenen de uitbating ervan leidt tot overlast voor de omwonenden;

 

De openingsurensitueren zich grotendeels tijdens denachtrust van demeeste omwonenden,watgrotereinspanningen vraagtvandelokalepolitievoordehandhaving van de openbare rust en de verkeersveiligheiden van de gemeentediensten voor de openbare reinheid;

 

Erwordtbovendienvastgestelddathetaantalnachtwinkels stelselmatigtoeneemt;

 

Devrijheid vanhandel mag geenreden zijnvoor hetuitbaten vaneenhandelszaak opeen wijzedieinstrijdismetdevereisten vandeopenbare veiligheid, rustengezondheid ofmet de vereiste van afwezigheid van openbare overlast;

 

Hetisbillijkdatbetrokkenhandelszaken alstegenprestatieeenbijzondere financiële inspanning doen aangezien hun activiteiten mogelijk de openbare orde verstoren, de netheid aantasten en het imago van het winkelapparaat schaden, Deheffingvaneenbelasting opdenachtwinkels enshishabarsmoetdit soort van uitbating ontmoedigen;

 

Hetisbillijkdatdetarieven worden afgestemd opdeconsumptieprijsindexgelet opdehuidige economische situatie en de inflatie.

 

                     Financiering

De inkomsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan.

 

VISUM FINANCIEEL DIRECTEUR

Niet van toepassing.

 

Besluit:

Met 23 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Klaas Slootmans, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Peter Deboeck, Rudy Demol, Katrien Van Kriekinge, Kurt Moons, Yanis Ghafil, Martin Laruelle en Jos Savenberg), 4 onthoudingen (Patience N'Kamba, Egon Deyaert, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1: Belastbaar feit

Een openingsbelasting en een jaarlijkse belasting wordt geheven voor nachtwinkels enshishabars ingaand op1januari 2026 eneindigend op31december 2031.

 

Artikel 2: Definitie

Nachtwinkel:elke winkel dieinalgemene voedingswarenenhuishoudartikelenhandelt en tussen 18.00 uur en 7.00 uur open is, zoals bedoeld in de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverleningen ongeacht of alle verplichtingenenbeperkingen voortvloeienduitdiewetdoordenachtwinkelgerespecteerd zijn.

 

Shishabar:elkepubliek toegankelijkeinrichting, ondermeerbestemdomwaterpijpteroken, ook alis dit sporadisch. Onder waterpijp wordt verstaan een apparaat om teroken via een vloeistofreservoir.

 

Artikel 3: Tarief

Deopeninqsbelastinqisvastgesteld op8.073 euroenverschuldigd bijelkeopening van een nieuwe handelsactiviteit van een nachtwinkel of shishabar.

 

Elkewijzigingvanuitbatingwordtgezienalsnieuwehandelsactiviteit.

 

Dejaarlijksebelasting wordtvastgesteld op2.018 europernachtwinkel of shishabar.

Deopeningsbelastingéndejaarlijkse belasting zijnondeelbaar envoorhetgansejaar verschuldigd, ongeacht de stopzetting vaneconomische activiteit ofde wijziging van uitbating in het aanslagjaar.

De jaarlijkse belasting gaat in volgend op het jaar van de opening. Voor de jaarlijkse belasting wordtdetoestandop1januarivanhetaanslagjaar inaanmerking genomen.

 

Hettariefwordtjaarlijks (vanaf deeersteverjaardag vanhetreglement) per1januari geïndexeerd (consumptieprijsindex) volgens de formule:

 

Basisverqoedinqxindexmaandaugustusvanhetjaarvoorafgaandaandeindexatie

Indexvanaugustus2025

 

Ingevalvaneennegatieveindexwordtdelaatstgeldendeprijsaangerekend.

 

De belastingisondeelbaarenvoor het gehele belastingjaarverschuldigd.

 

Artikel 4: Belastingplichtige

§1. De belasting is verschuldigddoor de uitbater van de nachtwinkel of shishabar. De houder van het handelsfonds en deeigenaar van het pand waar de economischeactiviteit wordtgehouden zijnsolidairverantwoordelijkvoordebetalingvande belasting.

 

§2. Deeigenaar vandehandelszaakendeuitbater ervanzijnertoegehouden voorafgaandelijk aan elke economische activiteit aangifte hiervan te doen bij het gemeentebestuur.

 

§3 Elke wijziging of stopzetting van de in artikel 1 bedoelde economische activiteit dient onder verantwoordelijkheid van de belastingplichtigen onmiddellijk en per aangetekend schrijven te worden meegedeeld aan het gemeentebestuur.

 

Artikel5:Aangifteplicht

§1. De belastingplichtige ontvangt vanwege de gemeente een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld, gedagtekend en ondertekend tegen uiterlijk 30 april van het lopende aanslagjaar moet worden teruggestuurd.

De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden binnen dezelfde termijn (uiterlijk 30 april van het lopende aanslagjaar) aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.

 

§2. De administratie kan aan de belastingplichtige een “voorstel van aangifte” bezorgen.

Als de gegevens op dit voorstel onjuist of onvolledig zijn of niet overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar moet de belastingplichtige ten laatste op 30 april van het aanslagjaar, het voorstel verbeterd en vervolledigd terugsturen. Het tijdig teruggezonden en gecorrigeerde of aangevulde voorstel van aangifte, geldt in dat geval als aangifte.

Als de belastingplichtige geen opmerkingen bij het voorstel van aangifte indient voor de aangiftedatum, vermeld in §2, eerste lid van dit artikel, geldt het voorstel als een regelmatige aangifte.

 

§3. Aangiftes worden ingediend op volgende wijze:

        schriftelijk opsturen naar dienst belastingen - H. Torleylaan 13 – 1654 Huizingen of afgeven bij het gemeentebestuur;

        via mail naar belastingen@beersel.be;

        via de website van de Gemeente Beersel (www.beersel.be), zodra het daartoe vereiste elektronische platform ter beschikking wordt gesteld door het gemeentebestuur.

 

Andere vormen van doorsturen zoals fax of elektronische toezending naar andere mailboxen van de gemeente Beersel zijn niet geldig.

 

Als de aangifte verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.

 

Als de uiterste indieningsdatum van de aangifte op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag valt,danwordtdevervaldagverplaatstnaardeeerstvolgendewerkdag.

 

Artikel 6: Ambtshalve belasting

§1. Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 5 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belastingplichtige ambtshalve belast worden volgens de gegevens waarover de administratie beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008.

 

§2. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van

burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de redenen om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

 

§3. De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen vanaf ontvangst van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

 

Als een belasting ambtshalve is gevestigd, moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.

 

§4. De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met:

 

- 10%, 25%, 50% bij respectievelijk een eerste, tweede en derde overtreding;

- 100% vanaf een vierde overtreding.

 

De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.

 

§5. Elke persoon die gehouden is tot betaling van de belastingverhoging, vermeld in §1 kan bij het college van burgemeester en schepenen een schriftelijk en gemotiveerd verzoek tot kwijtschelding of vermindering van de belastingverhoging indienen. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het verzoek tot vrijstelling of vermindering van de belastingverhoging wanneer deze niet meer onderhevig is aan het bezwaar, vermeld in artikel 9, of enig rechterlijk beroep.

 

Artikel 7: Wijze van inning

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 8: Betaaltermijn

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 9: Bezwaarprocedure

§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd.

 

§2. Bezwaarschriften worden ingediend op volgende wijze:

        opsturen of afgeven bij het gemeentebestuur;

        via mail naar belastingen@beersel.be;

        via de website van de gemeente Beersel (www.beersel.be), zodra het daartoe vereiste elektronische platform ter beschikking wordt gesteld door het gemeentebestuur.

 

Andere vormen van doorsturen zoals fax of elektronische toezending naar andere mailboxen van de gemeente Beersel zijn niet geldig.

 

§3. Het bezwaarschrift  wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

 

Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

§4. Indien de belastingplichtige gehoord wil worden, dient dit uitdrukkelijk gevraagd te worden in het bezwaarschrift.

 

§5. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien dagen na indiening ervan.

 

OVERGANGSBEPALINGEN

 

Artikel 10: Opname

Nachtwinkels en shishabars die werden geïnventariseerd als nachtwinkels en shishabars overeenkomstig de bepalingen van voorgaande belastingreglementen en die bij de inwerkingtreding van huidig reglement nog niet zijn geschrapt, blijven opgenomen in het register van de nachtwinkels en shishabars met behoud van de oorspronkelijke opnamedatum.

 

SLOTBEPALINGEN

 

Artikel 11: Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026.

 

Artikel 12: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd.  Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Belastingreglement ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

                     Juridische gronden

Artikel 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet;

 

Artikel 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 288 en 326 t.e.m. 335 van het Decreet over het lokaal bestuur;

 

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

 

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit;

 

Het decreet houdende diverse fiscale bepalingen en bepalingen omtrent de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen van 23/12/2016;

 

Gecodificeerd Decreet over het Vlaamse woonbeleid, met latere wijzigingen, hierna Vlaamse Codex Wonen genoemd;

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen;

 

Het besluit van de Vlaamse Regering van 20/12/2013 houdende de uitvoering van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13/12/2013.

 

                     Aanleiding, doel en feitelijke motivering

De financiële toestand van de gemeente;

 

De noodzaak van dekking van de verplichte en facultatieve uitgaven van de gemeente en van een begroting in evenwicht;

 

De impact van onbewoonbaar en/of ongeschikt verklaarde woningen op de lokale leef- en woonomgeving;

 

De verloedering van de leef- en woonomgeving dient te worden bestreden.

 

                     Financiering

De inkomsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan.

 

VISUM FINANCIEEL DIRECTEUR

Niet van toepassing.

 

Besluit:

Met 19 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil, Martin Laruelle en Jos Savenberg), 4 nee-stemmen (Klaas Slootmans, Peter Deboeck, Rudy Demol en Kurt Moons), 4 onthoudingen (Patience N'Kamba, Egon Deyaert, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Deel 1: ALGEMEEN

 

Artikel 1: Belastbaar feit

§1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting gevestigd op woningen die opgenomen zijn in de inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen.

 

§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in deze inventaris of, voor woningen die bij de inwerkingtreding van dit reglement reeds op de inventaris waren opgenomen, bij de eerstvolgende verjaardag van de inventarisatiedatum.

 

Zolang de woning niet is geschrapt uit deze inventaris, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd bij het verstrijken van elke opeenvolgende periode van twaalf maanden.

 

Artikel 2: Definitie

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

 

Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

      een aangetekend schrijven;

      een afgifte tegen ontvangstbewijs;

      elke andere door de Vlaamse regering toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgelegd.

 

Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals bepaald in artikel 1.3, 66° van de Vlaamse Codex Wonen. De kwalificatie staat vermeld in het besluit waarmee de beslissing tot ongeschikt- en of onbewoonbaarheid wordt getroffen.

 

Kamer: een woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt, zoals bepaald in artikel 1.3, 25° van de Vlaamse Codex Wonen. De kwalificatie staat vermeld in het besluit waarmee de beslissing tot ongeschikt- en of onbewoonbaarheid wordt getroffen.

 

Inventaris: de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, vermeld in artikel 3.19, §1 Vlaamse Codex Wonen.

 

Inventarisatiebeheerder: de gewestelijke entiteit die door de Vlaamse regering belast wordt met het beheer van de inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen.

 

Inventarisatiedatum: de datum waarop de woning voor de eerste maal in de inventaris wordt opgenomen of, zolang de woning niet uit de inventaris is geschrapt, het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de datum van eerste inschrijving in de inventaris.

 

Aanslagjaar: het aanslagjaar is het jaar waarin de belasting verschuldigd is (het aanslagjaar

loopt vanaf 1 januari van het kalenderjaar tot en met 31 december van het kalenderjaar).

 

Houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

      de volle eigendom;

      het recht van opstal of van erfpacht;

      het vruchtgebruik.

 

DEEL 2: DE VLAAMSE INVENTARIS VAN ONGESCHIKT EN/OF ONBEWOONBAAR VERKLAARDE WONINGEN

 

Artikel 3: Opname in de inventaris van ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen

De volgende woningen worden opgenomen in de Vlaamse inventaris van ongeschikte en/of onbewoonbaar verklaarde woningen:

 

  1. woningen die ongeschikt of onbewoonbaar zijn verklaard overeenkomstig de artikelen 3.12 tot en met 3.18 van de Vlaamse Codex Wonen.
  2. woningen die onbewoonbaar zijn verklaard overeenkomstig artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet.

 

De woningen worden in de Vlaamse inventaris opgenomen op de datum van het besluit van de burgemeester of, in het geval van een beslissing tot ongeschikt- of onbewoonbaarverklaring in beroep, op de datum van het besluit van de Vlaamse regering.

 

Artikel 4: Kennisgeving van opname in de Vlaamse inventaris van ongeschikte en/of onbewoonbaar verklaarde woningen

Voor de woningen vermeld in artikel 3.1 geldt het besluit zoals vermeld in dat artikel als registratieattest. Voor de woningen vermeld in artikel 3.2 stelt de inventarisbeheerder door middel van een registratieattest de houder(s) van het zakelijk recht in kennis van de opname in de Vlaamse inventaris.

 

Artikel 5: Schrapping uit de inventaris van ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen

De inventarisbeheerder schrapt uit de lijst:

 

  1. woningen die ongeschikt of onbewoonbaar zijn verklaard overeenkomstig de artikelen 15 tot en met 16quater van de Vlaamse Wooncode: op aangetekend verzoek van de houder van het zakelijk recht of zijn rechtsopvolger zodra hij bewijst dat de woning weer voldoet aan de vereisten en normen aan de hand van een conformiteitsattest of een proces-verbaal van de wooninspectie;
  2. woningen dewelke gesloopt werden of een andere bestemming hebben gekregen, op basis van het besluit van de burgemeester tot opheffing van de ongeschikt- of onbewoonbaarverklaring;
  3. woningen die onbewoonbaar zijn verklaard overeenkomstig artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet: op aangetekend verzoek van de houder van het zakelijk recht of zijn rechtsopvolger zodra hij bewijst dat de burgemeester het onbewoonbaarheidsbesluit heeft opgeheven of een conformiteitsattest levert.

 

Als datum van schrapping vermeldt de inventarisbeheerder:

      de eerste dag waarop de woning weer voldoet aan de vereisten en normen;

      de eerste dag van de sloop of herbestemming;

      de datum van het opheffingsbesluit van de burgemeester.

 

Artikel 6: Melding

Elke overdracht van het zakelijk recht van een geïnventariseerd goed moet uiterlijk één maand nà de overdracht schriftelijk gemeld worden door de overdrager van het zakelijk recht aan de inventarisbeheerder èn ook de bevoegde gemeentelijke administratie - dienst ruimtelijke ordening rom@beersel.be te 1652 Beersel – Alsembergsteenweg 1046.

 

In dit schrijven staat minimaal vermeld:

      de datum van de overdracht;

      de naam en het adres van de nieuwe verkrijger(s);

      de naam en de standplaats van de instrumenterende notaris voor zover van toepassing;

      de coördinaten van het betrokken onroerend goed.

 

DEEL 3: DE BELASTING OP DE ONGESCHIKT EN/OF ONBEWOONBAAR VERKLAARDE WONINGEN

 

Artikel 7: Tarief

§1. Het basisbedrag van de belasting bedraagt:

- 753,00 euro voor een kamer, zoals gedefinieerd in artikel 2;

- 1.745,00 euro voor elke andere woning.

 

De belasting is ondeelbaar verschuldigd per inventarisjaar.

 

§2. Dit bedrag wordt vermenigvuldigd met het aantal periodes van 12 maanden dat de woning zonder onderbreking is opgenomen in de inventaris van ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen, met een maximum van:

- 3.763,00 euro voor een kamer, zoals gedefinieerd in artikel 2;

- 8.724,00 euro voor elke andere woning.

 

§3. Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een woning op de inventaris staat wordt niet herberekend bij overdracht van het zakelijk recht van de betreffende woning.

 

§4. Voormelde bedragen zijn gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex en stemmen overeen met de index van november 2025. Zij worden jaarlijks herzien volgens het consumptieprijsindexcijfervan de maand november die aan de aanpassing voorafgaat.

 

Artikel 8: Belastingplichtige

De belastingplichtige is degene die houder is van één van de volgende zakelijke rechten met betrekking tot de ongeschikte of onbewoonbare woning op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt:

 

- de volle eigendom;

- het recht van opstal of van erfpacht;

- het vruchtgebruik.

 

lndien één van de zakelijke rechten, in onverdeeldheid toebehoort aan meer dan één persoon, geldt de onverdeeldheid als belastingplichtige.

 

Elke persoon dewelke deel uitmaakt van deze onverdeeldheid kan ten overstaan van de gemeente hoofdelijk worden aangesproken voor de totale belasting.

 

Artikel 9 : vrijstellingen

§1. Van de belasting zijn vrijgesteld:

 

  1. de nieuwe eigenaar gedurende één aanslagjaar, na het verlijden van de authentieke akte.

 

Deze vrijstelling geldt niet indien de nieuwe eigenaar:

      ofwel een vennootschap of vereniging is waarin de vorige zakelijk gerechtigde rechtstreeks of onrechtstreeks participeert;

      ofwel bloed- of aanverwant is tot en met de derde graad van de vorige zakelijke gerechtigde, tenzij ingeval van overdracht bij erfopvolging of testament.

 

De notaris stelt de gemeentelijke administratie binnen de twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe eigenaar. De notaris kan daartoe het formulier gebruiken op de gemeentelijke website of beschikbaar bij de gemeentelijke diensten. Bij ontstentenis van deze kennisgeving, wordt de overdrager van het zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende heffing die na de overdracht van het zakelijk recht ontstaat.

 

  1. de houder van een zakelijk recht wordt vrijgesteld van de heffing als hij de woning volledig en uitsluitend gebruikt als zijn hoofdverblijfplaats en als hij niet over een andere woning beschikt.

 

  1. de eigenaar van de woning die het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst met de gemeente, het OCMW of een sociale woonorganisatie, uitgezonderd een huurdersorganisatie, met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerken in de zin van Artikel 3.30, §2 Vlaamse Codex Wonen, waarbij de gemeente, het OCMW of een sociale woonorganisatie de werkzaamheden uitvoert. Op deze vrijstelling kan men zich beroepen vanaf het aanslagjaar volgend op het afsluiten van de overeenkomst en voor de duur van de overeenkomst.

 

  1. de woningen die binnen de grenzen liggen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of waarvoor geen stedenbouwkundige- of omgevingsvergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigeningsplan wordt voorbereid.

 

  1. de belastingplichtige die de woning grondig renoveert en niet-vergunningsplichtige werken uitvoert.

De werkzaamheden die in aanmerking komen voor deze vrijstelling moeten een einde kunnen maken aan de belaste toestand.

 

De vrijstelling geldt voor het aanslagjaar volgend op de datum waarop de aanvraag volledig is. De vrijstelling kan eenmaal met één aanslagjaar verlengd worden.

 

Dezelfde belastingplichtige kan voor dezelfde woning maximaal voor twee aanslagjaren deze vrijstelling bekomen.

 

De vrijstelling kan aangevraagd worden na de effectieve start van de renovatiewerken. De aanvrager dient in de aanvraag een gedetailleerd renovatieschema voor te leggen dat minstens de volgende gegevens/stukken dient te bevatten:

- de aanvangsdatum en uitvoeringstermijn van de werkzaamheden;

- een volledige opsomming en korte beschrijving van de al uitgevoerde werken/nog uit te voeren werken die een einde kunnen maken aan de belaste toestand;

- facturen van reeds uitgevoerde werken en/of facturen van aangekochte materialen;

- een fotoreportage van de uitgevoerde werken.

Controle van de voortgang van de werken ter plaatse is mogelijk en kan aanleiding geven tot het weigeren van de vrijstelling.

 

Deze vrijstelling is niet cumuleerbaar met de vrijstelling onder artikel 9 §1.10.

 

  1. de woningen die getroffen zijn door een ramp die zich heeft voorgedaan onafhankelijk van de wil van de belastingplichtige, gedurende een periode van twee jaar die volgt op de datum van de ramp.

 

  1. de woningen geheel of gedeeltelijk verkregen bij erfopvolging of testament, gedurende een periode van twee jaar die volgt op de datum van de verkrijging

 

  1. de woningen waarvoor het sociaal beheersrecht conform artikel 5.82 tot 5.85 van de Vlaamse Codex Wonen, ingesteld is;

 

  1. de houder van het zakelijk recht die aantoont dat de woning opgenomen blijft in de inventaris om redenen die onafhankelijk zijn van zijn wil. Die vrijstelling wordt verleend voor een termijn van één jaar, maar wordt jaarlijks verlengd als de overmacht aanhoudt.

 

  1. De belastingplichtige die voor de woning een niet-vervallen omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen heeft bekomen en waarvoor de werken in uitvoering van de omgevingsvergunning effectief gestart zijn.

 

Om in aanmerking te komen voor deze vrijstelling dient de start van de werken gemeld te worden in het omgevingsloket. Controle op de effectieve start en voortgang van de werken ter plaatse is mogelijk en kan aanleiding geven tot het weigeren van de vrijstelling.

 

Deze vrijstelling geldt niet indien de omgevingsvergunning enkel betrekking heeft op sloop.

 

De vrijstelling geldt voor het aanslagjaar volgend op de datum waarop de start van de werken is gemeld in het omgevingsloket. De vrijstelling kan eenmaal met één aanslagjaar verlengd worden.

 

Dezelfde belastingplichtige kan voor dezelfde woning maximaal voor twee aanslagjaren deze vrijstelling bekomen.

 

Deze vrijstelling is niet cumuleerbaar met de vrijstelling onder artikel 9 §1.5.

 

§2. De zakelijk gerechtigde die gebruik wenst te maken van een vrijstelling dient zelf hiervoor schriftelijk een aanvraag met de nodige samengaande bewijsstukken in te dienen bij de administratie en dit conform het aanvraagformulier, zoals ter beschikking gesteld bij de gemeentelijke diensten of op de website. De bewijslast rust steeds bij de belastingplichtige.

 

§3. Een vrijstelling wordt telkens voor één aanslagjaar toegekend. Indien men zich volgens het reglement meerdere aanslagjaren kan beroepen op dezelfde vrijstellingsgrond, moet de vrijstelling elk aanslagjaar opnieuw aangevraagd worden. Bij elke aanvraag zal beoordeeld worden of aan de voorwaarde voor vrijstelling voldaan is.

 

§4. De belastingplichtige wordt schriftelijk in kennis gesteld of hij al dan niet recht heeft op de gevraagde vrijstelling.

 

§5. Als een vrijstelling wordt toegekend, blijft de woning in de inventaris staan, maar moet de belasting niet betaald worden.

 

Artikel 10: Wijze van inning

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen en dit overeenkomstig het decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelasting.

 

Artikel 11: Betaaltermijn

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 12: Bezwaarprocedure

§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd.

 

§2. Bezwaarschriften worden ingediend op volgende wijze:

        opsturen of afgeven bij het gemeentebestuur te Beersel - H. Torleylaan 13 – 1654 Beersel

        via mail naar belastingen@beersel.be

        via de website van de gemeente Beersel (www.beersel.be), zodra het daartoe vereiste elektronische platform ter beschikking wordt gesteld door het gemeentebestuur.

 

Andere vormen van doorsturen zoals fax of elektronische toezending naar andere mailboxen van de gemeente Beersel zijn niet geldig.

 

§3. Het bezwaarschrift wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

 

Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

§4. Indien de belastingplichtige gehoord wil worden, dient dit uitdrukkelijk gevraagd te worden in het bezwaarschrift.

 

§5. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien dagen na indiening ervan.

 

OVERGANGSBEPALINGEN

 

Artikel 13: Opname

De ongeschikt en onbewoonbaar verklaarde woningen die werden geïnventariseerd overeenkomstig de bepalingen van voorgaande belastingreglementen en die bij de inwerkingtreding van huidig reglement nog niet zijn geschrapt, blijven opgenomen in het register van de ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen met behoud van de oorspronkelijke opnamedatum.

 

Artikel 14: Overgangsbepaling voor toegekende opschortingen

§1. Er wordt in een uitdoofregeling voorzien voor de eerder toegekende opschorting van de inning van de belasting, voorzien in artikel 8 van vorige belastingreglementen op ongeschiktheid en/of onbewoonbaarheid van woningen.

 

De belastingplichtige die een opschorting van de inning van de belasting toegekend kreeg op basis van het op het belastingreglement dat geldig was op het moment van de toekenning van de opschorting, behoudt de toegekende opschorting van de inning van de belasting voor de resterende toegekende looptijd en volgens de voorwaarden en modaliteiten voorzien in het desbetreffende reglement.

 

§2. Belastingplichtigen die eerder genoten van een opschorting van de inning van de belasting op basis van artikel 8 van vorige belastingreglementen op ongeschiktheid en/of onbewoonbaarheid van woningen, kunnen voor dezelfde woning geen beroep doen op de vrijstellingen voorzien in artikel 9 van dit reglement en dit in zoverre de looptijd van de toegekende opschorting meer bedraagt dan twee aanslagjaren.

 

SLOTBEPALINGEN

 

Artikel 15: Inwerkingtreding

Het belastingreglement treedt in werking op 01/01/2026.

 

Artikel 16: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd. Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Belastingreglement op ambulante handel, eenvormig plaatsrecht voor kermis- en circusinrichtingen, en vaste constructies op openbaar domein

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

 

        Juridische gronden:

De Grondwet, artikelen 41, 162 en 170, §4;

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335;

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit.

 

        Aanleiding, doel en feitelijke motivering:

Het is noodzakelijk om via deze belasting de nodige ontvangsten te realiseren voor de financiering van de uitgaven van de gemeente Beersel.

 

        Gelet dat het in gebruik nemen van het openbaar domein voor ambulante activiteiten, kermissen of circussen voor de gemeente kosten mee brengt op het vlak van administratie, veiligheid en openbare netheid.

 

        De gemeentelijke markten worden in hun voortbestaan bedreigd: marktkramers haken af en het blijkt moeilijk om nieuwe standhouders aan te trekken. Om hiervoor gunstigere omstandigheden te creëren wordt het standgeld voor de marktkramers verlaagd; daarbovenop wordt de loyauteit van de standhouders beloond indien ze onafgebroken 12 maanden, en in overeenstemming met het marktreglement, hun standplaats innemen.

 

        Het standgeld voor ambulante handel op openbaar domein buiten de markt wordt verhoogd om de aantrekkelijkheid van de markt te vergroten.

 

        De term “frituren” uit het vorige belastingreglement, wordt vervangen door “vaste constructies op openbaar domein” om zo ook andere commerciële activiteiten in het reglement te kunnen opnemen.  De tarifering van deze constructies wordt eveneens aangepast.

 

        Financiering:

Deontvangstenzijnvoorzieninhetfinancieelmeerjarenplan  

 

Besluit:

Met 23 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Klaas Slootmans, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Peter Deboeck, Rudy Demol, Katrien Van Kriekinge, Kurt Moons, Yanis Ghafil, Martin Laruelle en Jos Savenberg), 4 onthoudingen (Patience N'Kamba, Egon Deyaert, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1: Belastbaar feit

Er wordt een belasting op ambulante handel, eenvormig plaatsrecht voor kermis- en circusinrichtingenen vaste constructies op openbaar domein die koopwaar en/of etenswaar aanbieden geheven, ingaand op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031.

 

Artikel 2: Toepassingsgebied

De belasting op ambulante activiteiten, eenvormig plaatsrecht voor kermis- en circusinrichtingen en vaste constructies wordt als volgt vastgesteld:

 

        voor eenieder die koopwaar aanbiedt op de gemeentelijke markt

        voor eenieder die koopwaar aanbiedt, buiten de gemeentelijke markt ambulant of vaste constructies waarbij openbaar domein ingenomen wordt

        voor elke kermis-of circusinrichting, op het openbaar domein geplaatst.

  

Artikel 3: Tarief

De eenheid van het tarief wordt vastgelegd per m².

 

Het bedrag van de belasting wordt als volgt vastgesteld:

 

        koopwaar en/of etenswaren aanbieden op de gemeentelijke markt: 0,50 euro per m² per dag

        koopwaar en/of etenswaren aanbieden waarbij openbaar domein ingenomen wordt, exclusief de   gemeentelijke markt n vaste constructies op het openbare domein: 0,90 euro per m² per dag

        koopwaar en/of etenswaren aanbieden waarbij openbaar domein ingenomen wordt op een vaste constructie: € 250 per kwartaal

        kermis- of circusinrichtingen: 0,90 euro per m² per dag. Er wordt maximaal 100 m² per kermis-of circusinrichting belast. Enkel voor de dagen dat de kermis- of circusactiviteit daadwerkelijk geopend is, dient belasting te worden betaald.

 

Elke begonnen eenheid (dag, m²) bij de vermelde tarieven telt voor een volledige eenheid.

 

De tarieven vermeld in dit reglement worden jaarlijks (vanaf de eerste verjaardag van het reglement) per 1 januari geïndexeerd (consumptieprijsindex) volgens de formule:

 

Basisvergoeding x index maand augustus van het jaar voorafgaand aan de indexatie

Index van augustus 2025

 

Ingeval van een negatieve index wordt de laatst geldende prijs aangerekend.

 

Wanneer een standhouder op de markt van Huizingen zijn standplaats 12 maanden onafgebroken inneemt, is de belasting van de daaropvolgende 3 maanden slechts voor 50% verschuldigd. Na deze laatstgenoemde 3 maanden wordt deze formule telkens hernomen.

 

Er is retributie verschuldigd op het gebruik van elektriciteit indien wordt gebruik gemaakt van gemeentelijke elektriciteitskasten zoals voorzien in het retributiereglement voor terbeschikkingstelling van elektriciteit op markten, vaste constructies op het openbaar domein, ambulante handel, kermissen en evenementen dd. 18/12/2025.

 

Artikel 4: Procedure aanvragen

De aanvraag voor inname van het openbaar domein wordt 10 werkdagen voorafgaand aan de inname van het openbaar domein wordt gericht aan de Dienst Lokale Economie

 

        hetzij via het digitale aanvraagformulier van toepassing ( Standplaats zondagmarkt Standplaats ambulante handel, Aanvraag standplaats kermis)

        hetzij per post naar de Dienst Lokale Economie

  

Artikel 5: Belastingschuldige

De belasting is verschuldigd door:

 

        de aanvrager van de ambulante of permanente activiteit

        de foorkramer of circusuitbater die gebruik maakt van het openbaar domein

  

Artikel 6: Vrijstellingen

Vrijgesteld van de belasting zijn:

 

        de circusuitbaters van circusinrichtingen erkend door de Vlaamse Gemeenschap, omwille van de promotie van podium- en circuskunsten.

        omstandigheden vermeld in artikel 7 van het Marktreglement ( 25 september 2024) en artikel 8 van het Kermisreglement (22 mei 2025)

 

Vrijstelling voor gebruik van openbaar domein wordt verleend voor:

 

        ambulante handel, kermis- circusinrichtingen en vaste constructies op openbaar domein die koopwaar en/of etenswaar aanbieden geheven,op de in de gemeente georganiseerde jaarmarkten

        de in de gemeente georganiseerde kermissen op de jaarmarkt dag en de maandag van dat kermisweekend.

        de zogenaamde ‘kleine kermissen’, zijnde degene die niet gelinkt zijn aan de jaarmarkten van de gemeente Beersel, georganiseerd door de gemeente in Alsemberg (maand oktober) en Beersel (maand juni)

        ambulante handel, kermis- en circusinrichtingen en vaste constructies op openbaar domein die koopwaar en/of etenswaar aanbieden geheven,bij toepassing van de volgens het vigerende politiereglement toegelaten wijkfeesten.

  

Artikel 7: Wijze van inning

De betaling is verschuldigd bij elke toekenning van een vergunning of toestemming, ook indien de standplaats niet wordt ingenomen. De aanvrager zal hiertoe een uitnodiging tot betaling ontvangen vanwege het gemeentebestuur Beersel.

 

De uitnodiging voor betaling wordt na het einde van elk kwartaal verstuurd.

 

Indien de belasting niet voldaan wordt vóór inname van het openbaar domein, zal niet tot inname kunnen worden overgegaan en zal elke volgende aanvraag niet worden toegestaan.

 

Bij gebreke van betaling wordt de belasting ingekohierd en wordt het een kohierbelasting.

 

Artikel 8: Betaaltermijn

De belasting moet betaald worden binnen de 30 dagen na de verzending van de factuur.

 

Artikel 9: Bezwaarprocedure

§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd.

 

§2. Bezwaarschriften worden ingediend op volgende wijze:

      opsturen of afgeven bij het gemeentebestuur

      via mail naar belastingen@beersel.be

      via de website van de gemeente Beersel (www.beersel.be), zodra het daartoe vereiste elektronische platform ter beschikking wordt gesteld door het gemeentebestuur.

Andere vormen van doorsturen zoals fax of elektronische toezending naar andere mailboxen van de gemeente Beersel zijn niet geldig.

 

§3. Het bezwaarschrift  wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

§4. Indien de belastingplichtige gehoord wil worden, dient dit uitdrukkelijk gevraagd te worden in het bezwaarschrift.

 

§5. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien dagen na indiening ervan

 

Artikel 10: Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026

 

Artikel 11: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd. Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Belastingreglement op het verstrekken van logies

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

        Juridische gronden

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

Decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies;

Besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 tot uitvoering van het decreet van 5 februari 2016 houdende toeristische logies;

Decreet van 18 juli 2003 betreffende de verblijven en verenigingen die een werking uitoefenen in het kader van " Toerisme voor Allen";

Artikel 170 § 4 van de Grondwet;

Artikel 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 288 en 326 t.e.m. 335 van het Decreet over het lokaal bestuur

Omzendbrief van de Vlaamse Regering betreffende de gemeentefiscaliteit dd. 15 februari 2019

 

        Aanleiding, doel en feitelijke motivering

De financiële toestand van de gemeente;

 

De noodzaak van dekking van de verplichte en facultatieve uitgaven van de gemeente en van een begroting in evenwicht;

 

De exploitanten van een toeristisch verblijf worden belast op grond van hun impact op de omgeving. Zij die gebruik maken van gehuurde of ter beschikking gestelde logies en/of woongelegenheden, maken immers gebruik van de gemeentelijke infrastructuur en dienstverlening.

 

        Financiering

De ontvangsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan  

 

Besluit:

Met 18 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil en Jos Savenberg), 9 onthoudingen (Klaas Slootmans, Patience N'Kamba, Peter Deboeck, Rudy Demol, Egon Deyaert, Kurt Moons, Martin Laruelle, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1: Belastbaar feit

Voor de periode ingaand 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031,wordteen

belasting geheven op de overnachtingen van personen vanaf 18 jaar in toeristische logies op het grondgebied van de gemeente Beersel.

 

Artikel 2: Definities

Toerist: elke persoon die zich met het oog op vrijetijdsbesteding, ontspanning, persoonlijke ontwikkeling, beroepsuitoefening of zakelijk contact begeeft naar of verblijft in een andere dan zijn alledaagse leefomgeving.

 

Toeristisch logies: elke constructie, inrichting, ruimte of terrein, in eender welke vorm, dat aan één of meer toeristen tegen betaling de mogelijkheid tot verblijf biedt voor één of meer nachten en dat wordt aangeboden op de toeristische markt en/of welke werd aangemeld bij Toerisme Vlaanderen en/of een erkenning heeft ontvangen.

 

Zijn geen toeristische logies:

        uitgeruste kamers of ruimtes in ziekenhuizen, opvangcentra, rusthuizen of instellingen die ongeacht hun benaming zieken of gekwetsten verzorgen;

        uitgeruste kamers of ruimtes in onderwijsinstellingen;

        studentenkamers.

 

Aanbieden op de toeristische markt: het op eender welke wijze publiek aanbieden van een toeristische logies, hetzij als exploitant, hetzij via een tussenpersoon.

 

Exploitant: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een toeristisch logies exploiteert, voor de rekening van wie een toeristisch logies wordt geëxploiteerd of die tot de exploitatie wordt gemachtigd op grond van een rechtsgeldige exploitatieovereenkomst.

 

Tussenpersoon: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die op eender welke wijze tegen betaling bemiddelt bij het aanbieden van een toeristisch logies op de toeristische markt, promotie maakt voor een toeristisch logies of diensten aanbiedt via dewelke exploitanten en toeristen rechtstreeks met elkaar in contact kunnen treden.

 

Artikel 3: Belastingplichtige

Debelasting is verschuldigd door de exploitant.

 

Indien de exploitant zijn exploitatie stopt of overdraagt in de loop van een kwartaal, is de exploitant de belasting verschuldigd voor de overnachtingen die hebben plaatsgevonden tijdens de periode dat hij de toeristische logies heeft aangeboden.

 

In geval van overdracht is de overnemende exploitant de belasting verschuldigd voor de overnachtingen die hebben plaatsgevonden vanaf de datum van overdracht. In geval van een overnachting die start in de exploitatieperiode van de overdragende exploitant en eindigt in de exploitatieperiode van de overnemende exploitant, is de belasting verschuldigd door de overnemende exploitant.

 

De eigenaar(s) van het onroerend goed waarin de exploitatie is gevestigd, is (zijn) hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

 

Artikel 4: Tarief

Debelastingwordtberekendperovernachtingenperpersoon,ongeachtofdeconcreteovernachting al dan niet betalend is. De belasting is verschuldigd per kwartaal.

Debelastingbedraagt2,72europerovernachtingenperpersoonvanaf18jaar.

 

Hettariefwordtjaarlijks(vanafdeeersteverjaardagvanhetreglement)per1januarigeïndexeerd (consumptieprijsindex) volgens de formule:

 

Basisvergoedingxindexmaandaugustusvanhetjaarvoorafgaandaandeindexatie

Indexvanaugustus2025

 

Ingevalvaneennegatieveindexwordtdelaatstgeldendeprijsaangerekend.

 

Artikel 5: Vrijstellingen

Zijn van de belasting vrijgesteld:

        opvangcentra,

        jeugdverblijfscentra type A, B of C volgens het decreet van 18 juli 2003 betreffende de bedrijven en verenigingen die een werking uitoefenen in het kader van “toerisme voor allen”.

 

Artikel 6: Aangifteplicht

§ 1. De belastingplichtige moet uiterlijk 15 dagen na elk kwartaal een aangifte indienen zijnde:

 

Kwartaal

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

Aangifte tegen

15 april

15 juli

15 oktober

15 januari

 

Hierbij moeten alle inlichtingen verstrekt worden, nodig voor de vestiging van de aanslag.

De aangifte dient over de volgende gegevens te beschikken:

        naam van de belastingplichtige;

        adres van de belastingplichtige;

        rijksregisternummer of ondernemings- of vestigingsnummer van de belastingplichtige;

        aantal overnachtingen per datum;

        vrijgesteldeovernachtingenperdatum;

        maximaalaantalbeschikbare kamers.

 

§2. Een aangifteformulier wordt ter beschikking gesteld door het gemeentebestuur. De belastingplichtigen die geen aangifteformulier hebben ontvangen zijn niettemin verplicht om spontaan, binnen de vastgestelde aangiftedata, de nodige gegevens aan het gemeentebestuur te bezorgen om de aanslag te kunnen vaststellen.

 

§3. Aangiftes worden ingediend op volgende wijze:

        schriftelijk opsturen naar Dienst Belastingen - H. Torleylaan 13 – 1654 Huizingen of afgeven bij het gemeentebestuur

        via mail naar belastingen@beersel.be

        via de website van de gemeente Beersel (www.beersel.be), zodra het daartoe vereiste elektronische platform ter beschikking wordt gesteld door het gemeentebestuur

 

Andere vormen van doorsturen zoals fax of elektronische toezending naar andere mailboxen van de gemeente Beersel zijn niet geldig.

 

Als de aangifte verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische

verzending als datum van indiening van de aangifte.

 

Als de uiterste indieningsdatum van de aangifte op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag valt, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.

 

Artikel 7: Ambtshalve belasting

§1. Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 6 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belastingplichtige ambtshalve belast worden volgens de gegevens waarover de administratie beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008.

 

§2. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van

burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de redenen om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

 

§3. De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen vanaf ontvangst van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

 

Als een belasting ambtshalve is gevestigd, moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.

§4. Deambtshalveingekohierdebelastingwordtverhoogdmet 25%. Debelastingverhogingwordtgelijktijdigmetdeambtshalvebelastingingekohierd.

§5. Elke persoon die gehouden is tot betaling van de belastingverhoging, vermeld in §1 kan bij het college van burgemeester en schepenen een schriftelijk en gemotiveerd verzoek tot kwijtschelding of vermindering van de belastingverhoging indienen. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het verzoek tot vrijstelling of vermindering van de belastingverhoging wanneer deze niet meer onderhevig is aan het bezwaar, vermeld in artikel 9, of enig rechterlijk beroep.

 

Artikel 8: Controle

De overtredingen op dit reglement kunnen worden vastgesteld door de aangestelde beëdigde ambtenaren van de gemeente Beersel. De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.

 

Artikel 9: Meldingen

Deexploitant van een toeristisch logiemoetingevalvanstopzettingoftijdelijkesluitingofbij het starten van een nieuwe exploitatie dit onmiddellijk meedelen met in desbetreffend geval de gegevens van de overnemer (ondernemingsnummer, benaming en adresgegevens) aan de bevoegde gemeentelijke dienst belastingen.

 

Elke nieuwe exploitant die zich vestigt op het grondgebied moet dit binnen een periode van een maand na aanvang van de exploitatie meedelen aan het gemeentebestuur.

 

Dezemeldingkan ook viamailgebeuren(belastingen@beersel.be).

Artikel 10: Administratieve geldboete

Eenadministratievegeldboetevan308,25eurowordtopgelegdingevalvan:

deweigeringommeetewerkenaaneenfiscalecontrole

bijweigeringnauitdrukkelijkverzoek,hetlogiesverstrekkendbedrijftebetreden

deweigeringomboekenofbescheidenvoorteleggen.

 

Deadministratievegeldboetewordtingevorderdbijwegevaneenkohierdatwordtvastgestelden uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

 

Deadministratievegeldboetemoetbetaaldwordenbinnentweemaandennaverzendingvanhet aanslagbiljetofnahetterbeschikkingstellenvanhetaanslagbiljetophetelektronischeplatform.

Hetbedragvandeadministratieveboetewordtookingekohierd.

 

Artikel 11: Wijze van inning

Debelastingwordtingevorderddoormiddelvaneenkohierdatvastgesteldenuitvoerbaarverklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 12: Betaaltermijn

Debelastingmoetbetaaldwordenbinnen de termijn vantweemaandennadeverzendingvanhetaanslagbiljet.

 

Artikel 13: Bezwaarprocedure

§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd.

 

§2. Bezwaarschriften worden ingediend op volgende wijze:

        opsturen of afgeven bij het gemeentebestuur;

        via mail naar belastingen@beersel.be;

        via de website van de gemeente Beersel (www.beersel.be), zodra het daartoe vereiste elektronische platform ter beschikking wordt gesteld door het gemeentebestuur.

 

Andere vormen van doorsturen zoals fax of elektronische toezending naar andere mailboxen van de gemeente Beersel zijn niet geldig.

 

§3. Het bezwaarschrift wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

 

Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

§4. Indien de belastingplichtige gehoord wil worden, dient dit uitdrukkelijk gevraagd te worden in het bezwaarschrift.

 

§5. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien dagen na indiening ervan.

 

Artikel 14: Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

Artikel 15: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd.  Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Belastingreglement ambtshalve ophalen van sluikstort

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

        Juridische gronden:

De Grondwet, artikelen 41, 162 en 170, §4;

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335;

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit;

Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, in bijzonder artikel 16.6.3 §2;

Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.

 

        Aanleiding, doel en feitelijke motivering:

Het is noodzakelijk om via deze belasting de nodige ontvangsten te realiseren voor de financiering van de uitgaven van de gemeente Beersel;

 

Het weghalen, behandelen en/of sorteren van allerhande afvalstoffen gestort of achtergelaten op een wijze verboden door of strijdig met wettelijke of reglementaire bepalingen, brengen een kost met zich mee voor de gemeente die verhaald wordt op de overtreder. Het principe de-vervuiler-betaalt wordt gehanteerd.

 

        Financiering

De ontvangsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan  

 

Besluit:

Met 23 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Klaas Slootmans, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Peter Deboeck, Rudy Demol, Katrien Van Kriekinge, Kurt Moons, Yanis Ghafil, Martin Laruelle en Jos Savenberg), 4 onthoudingen (Patience N'Kamba, Egon Deyaert, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1: Belastbaar feit

Erwordteenbelastingophetambtshalveweghalendoor het gemeentebestuurgehevenvan (i) afvalstoffen achtergelaten of beheerd in strijd met het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet) en latere wijzigingen en/of (ii) afvalstoffen achtergelaten of beheerd in strijd met de gemeentelijke politieverordening en eventuele latere wijzigingen (hierna ‘politiecodex’), hierna sluikstort genoemd ingaandeop1januari 2026 en eindigend op 31 december 2031.

 

Artikel 2: Definities

Sluikstort: afvalstoffen die achtergelaten of beheerd worden in strijd met het Materialendecreet en/of de politiecodex en eventuele latere wijzigingen:

        op niet-reglementaire plaatsen; en/of

        op niet-reglementaire tijdstippen; en/of

        in niet-reglementaire recipiënten.

 

Afvalstof: elke stof of elk voorwerp waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen.

 

Artikel 3: Belastingplichtige

De belasting is verschuldigd door degene die na onderzoek aangewezen is als zijnde de persoon die het sluikstort achtergelaten heeft of door de eigenaar van het sluikstort.

 

Artikel 4: Tarief

Hetbedragvandebelastingwordtalsvolgtvastgesteld:

 

administratievekost per sluikstort

73,39 euro

personeelskosten

55,05 euro/uur

gebruikvaneengewoon voertuig of bestelwagen

30,58 euro/uur

gebruikvaneenkleinevrachtwagen, graafkraan landbouwtractor of bulldozer

42,81 euro/uur

gebruikvaneenvrachtwagen of verhuiswagen

73,39 euro/uur

gebruikvaneenvrachtwagenmetgrijper

79,51 euro/uur

gebruikvandehogedrukreiniger

25,00 euro/uur

afvoerenvanhetafval

tariefprijs

 

Dezebedragenwordengecumuleerd.

 

Indien het sluikstort wordt opgehaald tijdens het weekend door de wachtdienst omdat het sluikstort op een hinderlijke en gevaarlijke plaats ligt op openbaar domein, waardoor een onmiddellijke ophaling noodzakelijk is met oog op de openbare veiligheid en reinheid, dan wordt deze interventiekost doorgerekend aan de veroorzaker van het sluikstort.

 

De tarieven worden jaarlijks (vanaf de eerste verjaardag van het reglement) per 1januari geïndexeerd (consumptieprijsindex) volgens de formule:

 

 

Basisvergoedingx indexmaandaugustus vanhetjaarvoorafgaandaande indexatie

index van augustus 2025

 

Ingevalvaneennegatieveindexwordtdelaatstgeldendeprijsaangerekend.

 

Artikel 5: Wijze van inning

Debelastingwordtingevorderdbijwijzevan eenkohierdatvastgesteldenuitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. Debelastingkanwordeningekohierdvanafdedagvanhetweghalenvanhetsluikstort.

 

Artikel 6: Betaaltermijn

Debelastingmoetbetaaldwordenbinnentweemaandennadeverzendingvanhetaanslagbiljet.

 

Artikel 7: Bezwaarprocedure

§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd.

 

§2. Bezwaarschriften worden ingediend op volgende wijze:

        opsturen of afgeven bij het gemeentebestuur;

        via mail naar belastingen@beersel.be;

        via de website van de gemeente Beersel (www.beersel.be), zodra het daartoe vereiste elektronische platform ter beschikking wordt gesteld door het gemeentebestuur.

 

Andere vormen van doorsturen zoals fax of elektronische toezending naar andere mailboxen van de gemeente Beersel zijn niet geldig.

 

§3. Het bezwaarschrift wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

 

Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

§4. Indien de belastingplichtige gehoord wil worden, dient dit uitdrukkelijk gevraagd te worden in het bezwaarschrift.

 

§5. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien dagen na indiening ervan.

 

Artikel 8: Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

Artikel 9: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd.  Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Belastingreglement reclame zichtbaar van op de openbare weg

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

        Juridische gronden

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

Artikel 170 § 4 van de Grondwet;

Artikel 40 § 3 van het Decreet over het lokaal bestuur;

Omzendbrief van de Vlaamse Regering betreffende de gemeentefiscaliteit dd. 15 februari 2019.

 

        Aanleiding, doel en feitelijke motivering

Het is noodzakelijk om via deze belasting de nodige ontvangsten te realiseren voor de financiering van de uitgaven van de gemeente Beersel;

 

Een overvloed aan reclameborden veroorzaakt visuele vervuiling;

 

Met deze belasting wordt getracht het aantal reclameborden in het straatbeeld te beperken.

 

        Financiering

De ontvangsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan  

 

Besluit:

Met 18 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil en Jos Savenberg), 4 nee-stemmen (Klaas Slootmans, Peter Deboeck, Rudy Demol en Kurt Moons), 5 onthoudingen (Patience N'Kamba, Egon Deyaert, Martin Laruelle, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1: Belastbaar feit

Voor de aanslagjaren ingaande op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt

een belasting op reclame zichtbaar van op de openbare weg geheven.

 

Artikel 2: Definitie

Reclame zichtbaar vanop de openbare weg:  elke vorm van visuele openbare aanprijzing ter bevordering van de afzet van goederen of diensten, die zich richt tot het publiek op de openbare weg

        ongeacht de aard van de drager

        ongeacht het materiaal waaruit deze is vervaardigd

        ongeacht deze verplaatst kan worden of uit elkaar genomen.

        ongeacht de plaats waar deze geplaatst is, openbaar of privé-domein is

 

Hiermee wordt onder meer bedoeld: borden, muren, aanhangwagens, zeildoeken, afsluitingen en vervoermiddelen ongeacht de wijze van aanbrenging, beplakking of andere vormen van vasthechting of beschildering.

 

Verlichte reclame: reclame zichtbaar vanop de openbare weg dewelke inwendig ofwel uitwendig verlicht of belicht wordt.

 

Artikel 3: Berekeningsgrondslag en tarief

§1. Het tarief van de belasting wordt als volgt vastgesteld:

 

Categorie A: niet verlichte reclame

72,9 euro per m²

Categorie B: verlichte reclame

130,9 euro per m²

 

Hettariefwordtjaarlijks(vanafdeeersteverjaardagvanhetreglement)per1januarigeïndexeerd (consumptieprijsindex) volgens de formule:

 

Basisvergoedingxindexmaandaugustusvanhetjaarvoorafgaandaandeindexatie

Indexvanaugustus2025

 

Ingevalvaneennegatieveindexwordtdelaatstgeldendeprijsaangerekend

 

 

§2. Als belastbare oppervlakte wordt de oppervlakte genomen die voor reclame kan gebruikt worden. Dit houdt in dat alle gebruikte oppervlakten van verschillende dragers per categorie opgeteld worden.

 

§3. De oppervlakte wordt berekend op basis van een omgeschreven rechthoek. De ruimte tussen letters en woorden of beelden wordt niet afgetrokken.

 

§4. Een toename van oppervlakte in de loop van het jaar geeft aanleiding tot een overeenkomstige toename van de te betalen belasting.

 

§5. De belasting wordt verdubbeld voor reclameborden waarbij reclame op beide zijden is aangebracht

 

§6. De belasting is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd, ongeacht het tijdstip waarop het betrokken bord wordt geplaatst of verwijderd.

 

Artikel 4: Belastingplichtige

De belastingplichtige is de natuurlijke of rechtspersoon die de reclamevoering op de drager beheert en/of exploiteert. Dit kan de houder zijn van het zakelijk recht van de reclamedrager of de natuurlijke of rechtspersoon die de drager exploiteert. Is deze natuurlijke of rechtspersoon niet gekend, dan is de belastingplichtige de eigenaar van de grond waarop de reclame is bevestigd of de eigenaar van de muur, het gebouw, de afsluiting, het voertuig of andere constructies waarop de reclame is aangebracht.

 

Artikel 5: Vrijstellingen

Vrijgesteld van de belasting zijn:

 

        de eerste m² van de totale oppervlakte van de opgetelde dragers voor categorie A (niet verlichte reclame) die dienstig is voor het maken van reclame voor de handelszaak en die geplaatst is op het terrein behorende bij de handelszaak;

 

        de eerste m² van de totale oppervlakte van de opgetelde dragers voor categorie B (verlichte reclame) die dienstig is voor het maken van reclame voor de handelszaak en die geplaatst is op het terrein behorende bij de handelszaak;

 

        de objecten geplaatst door de openbare besturen of openbare diensten of instellingen, de autonome gemeentebedrijven, voor zover geen winstgevend doel nagestreefd wordt;

 

        de objecten die enkel gebruikt worden voor notariële aankondigingen met betrekking tot de verkoop of verhuur van een gebouw, bevestigd aan de gevel van het pand in kwestie of geplaatst op het perceel waarop het gebouw in kwestie staat.

 

        de objecten die alleen gebruikt worden ter gelegenheid van wettelijk voorziene verkiezingen;

 

        de objecten, alhoewel zichtbaar vanaf de openbare weg, geplaatst op sportterreinen, en uitsluitend gericht naar de plaats van de sportbeoefening;

 

        de objecten voorbehouden voor een werk of organisatie zonder winstoogmerk van menslievende, artistieke, letterkundige, wetenschappelijke aard of van openbaar nut;

 

        de objecten die de private parking van een zaak aangeven onder de voorwaarde dat het bord een maximum oppervlakte heeft van 1m², de letter “P” of het woord “Parking” inbegrepen;

 

        de objecten, geplaatst door politieke, culturele, sociale of godsdienstige organisaties, wanneer het gaat om aankondigingen van hun eigen activiteiten op politiek, cultureel, sociaal of godsdienstig vlak, op voorwaarde dat die objecten niet langer dan één maand voor de aankondiging van hun activiteit aangewend worden.

 

Artikel 6 : Aangifteplicht

§1. De belastingplichtige ontvangt vanwege de gemeente een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld, gedagtekend en ondertekend tegen uiterlijk 30 oktober van het lopende aanslagjaar moet worden teruggestuurd.

De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden binnen dezelfde termijn (uiterlijk 30 oktober van het lopende aanslagjaar) aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.

 

§2. De administratie kan aan de belastingplichtige een “voorstel van aangifte” bezorgen.

Als de gegevens op dit voorstel onjuist of onvolledig zijn of niet overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar moet de belastingplichtige ten laatste op 30 oktober van het aanslagjaar, het voorstel verbeterd en vervolledigd terugsturen. Het tijdig teruggezonden en gecorrigeerde of aangevulde voorstel van aangifte, geldt in dat geval als aangifte.

Als de belastingplichtige geen opmerkingen bij het voorstel van aangifte indient voor de aangiftedatum, vermeld in §2, eerste lid van dit artikel, geldt het voorstel als een regelmatige aangifte.

 

§3. Aangiftes worden ingediend op volgende wijze:

        schriftelijk opsturen naar Dienst Belastingen - H. Torleylaan 13 – 1654 Huizingen of afgeven bij het gemeentebestuur

        via mail naar belastingen@beersel.be

        via de website van de Gemeente Beersel (www.beersel.be), zodra het daartoe vereiste elektronische platform ter beschikking wordt gesteld door het gemeentebestuur

 

Andere vormen van doorsturen zoals fax of elektronische toezending naar andere mailboxen van de Gemeente Beersel zijn niet geldig.

 

Als de aangifte verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.

 

Als de uiterste indieningsdatum van de aangifte op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag valt,danwordtdevervaldagverplaatstnaardeeerstvolgendewerkdag.

 

§4. Alle objecten geplaatst in de loop van het jaar en niet begrepen in de aanvankelijke aangifte, dienen aangegeven te worden binnen de 30 dagen na plaatsing. De nieuw geplaatste objecten voor publiciteitsdoeleinden worden voor een volledig aanslagjaar belast.

 

De aangifte blijft gelden tot de belastingplichtige het gemeentebestuur schriftelijk op de hoogte stelt van de gewijzigde toestand.

 

Nieuwe eigenaars dienen binnen de 30 dagen na overname aangifte te doen van de bestaande en de nieuw geplaatste objecten.

 

Artikel 7: Ambtshalve belasting

§1. Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 6 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belastingplichtige ambtshalve belast worden volgens de gegevens waarover de administratie beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008.

 

§2. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van

burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de redenen om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

 

§3. De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen vanaf ontvangst van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

 

Als een belasting ambtshalve is gevestigd, moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.

 

§4. De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met:

 

- 10%, 25%, 50% bij respectievelijk een eerste, tweede en derde overtreding;

- 100% vanaf een vierde overtreding;

 

De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.

 

§5. Elke persoon die gehouden is tot betaling van de belastingverhoging, vermeld in §1 kan bij het college van burgemeester en schepenen een schriftelijk en gemotiveerd verzoek tot kwijtschelding of vermindering van de belastingverhoging indienen. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het verzoek tot vrijstelling of vermindering van de belastingverhoging wanneer deze niet meer onderhevig is aan het bezwaar, vermeld in artikel 9, of enig rechterlijk beroep.

 

Artikel 8: Wijze van inning

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het College van Burgemeester en Schepenen.

 

Artikel 9: Betaaltermijn

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 10: Bezwaarprocedure

§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het College van Burgemeester en Schepenen. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd.

 

§2. Bezwaarschriften worden ingediend op volgende wijze:

        opsturen of afgeven bij het gemeentebestuur

        via mail naar belastingen@beersel.be

        via de website van de Gemeente Beersel (www.beersel.be), zodra het daartoe vereiste elektronische platform ter beschikking wordt gesteld door het gemeentebestuur.

 

Andere vormen van doorsturen zoals fax of elektronische toezending naar andere mailboxen van de Gemeente Beersel zijn niet geldig.

 

§3. Het bezwaarschrift  wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

 

Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

§4. Indien de belastingplichtige gehoord wil worden, dient dit uitdrukkelijk gevraagd te worden in het bezwaarschrift.

 

§5. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien dagen na indiening ervan.

 

Artikel 11: Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026.

 

Artikel 12: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd.  Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur. 

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Belastingreglement tweede verblijven

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

                     Juridische gronden

De Grondwet, artikelen 41, 162 en 170, §4;

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335;

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

De wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een rijksregister van de natuurlijke personen;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit.

 

                     Aanleiding, doel en feitelijke motivering:

De financiële toestand van de gemeente;

 

De noodzaak van dekking van de verplichte en facultatieve uitgaven van de gemeente en van een begroting in evenwicht;

 

Niet permanent bewoonde eigendommen vergen grotere zorgen voor veiligheid en toezicht;

 

Het is wenselijk om een bijdrage te vragen in de financiering van de gemeentelijke uitgaven lastens de eigenaars van woningen die niet als hoofdverblijfplaats worden aangewend en hen zo te stimuleren om de woning op het gemeentelijk grondgebied effectief als hoofdverblijfplaats aan te wenden. Deze belasting geldt ook als compensatie voor de derving van inkomsten op het vlak van de aanvullende personenbelasting en op het vlak van de toekenningen uit het gemeentefonds;

 

De gemeenteraad heeft geoordeeld de tweede verblijven te belasten om met deze aanvullende inkomsten de financiering van de uitgaven van algemeen nut in de gemeente Beersel te bekostigen;

 

Het is billijk dat de tarieven afgestemd worden op de consumptie index.

 

                     Financiering

De inkomsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan.

 

VISUM FINANCIEEL DIRECTEUR

Niet van toepassing

 

Besluit:

Met 18 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil en Jos Savenberg), 9 onthoudingen (Klaas Slootmans, Patience N'Kamba, Peter Deboeck, Rudy Demol, Egon Deyaert, Kurt Moons, Martin Laruelle, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1: Belastbaar feit

Met ingang van 1 januari 2026 tot 31 december 2031 wordt een belasting geheven op de tweede verblijven.

 

Artikel 2: Definitie

Tweede verblijf: elke woning op het grondgebied van de gemeente Beersel die (sporadisch) wordt gebruikt in overeenstemming met de woonfunctie, maar waar niemand is ingeschreven of kan ingeschreven worden in de bevolkingsregisters of het wachtregister. Als woning wordt beschouwd elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande. Het (sporadisch) gebruik in overeenstemming met de woonfunctie moet door de gebruiker worden bewezen.

 

Wordt niet beschouwd als tweede verblijf:

 

        Lokalen die uitsluitend bestemd zijn om een beroepsactiviteit uit te oefenen, het louter vestigen van de maatschappelijke zetel op het adres is geen reden tot vrijstelling van de belasting op tweede verblijven, aangezien er geen effectief gebruik is van het pand voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit. De beroepsactiviteit moet duidelijk blijken uit de inrichting van het lokaal in functie van de aard van de beroepsactiviteit; 

        Garages, tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens;

        De woongelegenheid die werd opgenomen op een inventaris of register in het kader van de gemeentebelasting op woningen en/of gebouwen die beschouwd worden als onbewoonbaar, ongeschikt, onveilig, verwaarloosd, bouwvallig, leegstaand of onafgewerkt;

        De woongelegenheid waarvan het huurcontract afgesloten werd op het einde van het jaar van de aan het aanslagjaar voorafgaand kalenderjaar en waarvoor de inschrijving in het bevolkingsregister genoteerd werd uiterlijk op 31 januari van het aanslagjaar;

        De kamers die deel uitmaken van de uitbating van een logiesverstrekkend bedrijf;

        Elke woongelegenheid die gebruikt wordt door een persoon die omwille van ziekte, ongeval of hoge leeftijd langdurig op een andere plaats verblijft en ingeschreven is in de bevolkingsregisters zoals onder meer een rust- en verzorgingstehuis of een home voor bejaarden;

 

Artikel 3: Tarief

Het jaarlijks bedrag van de belasting wordt vastgelegd op 1586 euro.

 

Het tarief wordt jaarlijks (vanaf de eerste verjaardag van het reglement) per 1 januari geïndexeerd (consumptieprijsindex) volgens de formule:

 

Basisverqoedinqxindexmaandaugustusvanhetjaarvoorafgaandaandeindexatie

Indexvanaugustus2025

 

Ingeval van een negatieve index wordt de laatst geldende prijs aangerekend.

 

De belasting is ondeelbaar en voor het gehele belastingjaar verschuldigd.

 

Artikel 4: Belastingplichtige

De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van het tweede verblijf.

 

Onder zakelijk gerechtigde moet worden verstaan de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

        volle eigendom;

        recht van opstal of van erfpacht;

        vruchtgebruik.

 

In geval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

In geval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

 

Artikel 5: Aangifteplicht

§1. De belastingplichtige ontvangt vanwege de gemeente een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld, gedagtekend en ondertekend tegen uiterlijk 30 april van het lopende aanslagjaar moet worden teruggestuurd.

De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden binnen dezelfde termijn (uiterlijk 30 april van het lopende aanslagjaar) aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.

 

§2. De administratie kan aan de belastingplichtige een “voorstel van aangifte” bezorgen.

Als de gegevens op dit voorstel onjuist of onvolledig zijn of niet overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar moet de belastingplichtige ten laatste op 30 april van het aanslagjaar, het voorstel verbeterd en vervolledigd terugsturen. Het tijdig teruggezonden en gecorrigeerde of aangevulde voorstel van aangifte, geldt in dat geval als aangifte.

Als de belastingplichtige geen opmerkingen bij het voorstel van aangifte indient voor de aangiftedatum, vermeld in §2, eerste lid van dit artikel, geldt het voorstel als een regelmatige aangifte.

 

§3. Aangiftes worden ingediend op volgende wijze:

        schriftelijk opsturen naar dienst belastingen - H. Torleylaan 13 – 1654 Huizingen of afgeven bij het gemeentebestuur;

        via mail naar belastingen@beersel.be;

        via de website van de gemeente Beersel (www.beersel.be), zodra het daartoe vereiste elektronische platform ter beschikking wordt gesteld door het gemeentebestuur.

 

Andere vormen van doorsturen zoals fax of elektronische toezending naar andere mailboxen van de gemeente Beersel zijn niet geldig.

 

Als de aangifte verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.

 

Als de uiterste indieningsdatum van de aangifte op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag valt, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.

 

Artikel 6: Ambtshalve belasting

§1. Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 5 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belastingplichtige ambtshalve belast worden volgens de gegevens waarover de administratie beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008.

 

§2. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van

burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de redenen om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

 

§3. De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen vanaf ontvangst van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

Als een belasting ambtshalve is gevestigd, moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.

 

§4. De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met:

 

- 10%, 25%, 50% bij respectievelijk een eerste, tweede en derde overtreding;

- 100% vanaf een vierde overtreding;

 

De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.

 

§5. Elke persoon die gehouden is tot betaling van de belastingverhoging, vermeld in §1 kan bij het college van burgemeester en schepenen een schriftelijk en gemotiveerd verzoek tot kwijtschelding of vermindering van de belastingverhoging indienen. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het verzoek tot vrijstelling of vermindering van de belastingverhoging wanneer deze niet meer onderhevig is aan het bezwaar, vermeld in artikel 9, of enig rechterlijk beroep.

 

Artikel 7: Wijze van inning

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 8: Betaaltermijn

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 9: Bezwaarprocedure

§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd.

 

§2. Bezwaarschriften worden ingediend op volgende wijze:

        opsturen of afgeven bij het gemeentebestuur;

        via mail naar belastingen@beersel.be;

        via de website van de gemeente Beersel (www.beersel.be), zodra het daartoe vereiste elektronische platform ter beschikking wordt gesteld door het gemeentebestuur.

Andere vormen van doorsturen zoals fax of elektronische toezending naar andere mailboxen van de gemeente Beersel zijn niet geldig.

 

§3. Het bezwaarschrift  wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

§4. Indien de belastingplichtige gehoord wil worden, dient dit uitdrukkelijk gevraagd te worden in het bezwaarschrift.

 

§5. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien dagen na indiening ervan.

 

OVERGANGSBEPALINGEN

 

Artikel 10: Opname

Tweede verblijven die werden geïnventariseerd als tweede verblijven overeenkomstig de bepalingen van voorgaande belastingreglementen en die bij de inwerkingtreding van huidig reglement nog niet zijn geschrapt, blijven opgenomen in het register van de tweede verblijven met behoud van de oorspronkelijke opnamedatum.

 

SLOTBEPALINGEN

 

Artikel 11: Inwerkingtreding

Het belastingreglement treedt in werking op 01/01/2026.

 

Artikel 12: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd. Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Belastingreglement verspreiding van niet-geadresseerd drukwerk

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

 

        Juridische gronden

Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet);

Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA);

Artikel 170 § 4 van de Grondwet;

Artikel 40 § 3 van het Decreet over het lokaal bestuur;

Omzendbrief van de Vlaamse Regering betreffende de gemeentefiscaliteit dd. 15 februari 2019.

 

        Aanleiding, doel en feitelijke motivering

Financieel: het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven;

 

Ecologisch: het ontmoedigen van de veelverspreiding van reclame of publiciteit en het ontmoedigen van communicatiecampagnes op papier of wegwerpmateriaal. Deze hebben immers niet alleen een negatieve impact op het grondstoffenverbruik, maar ook op de inzameling en verwerking van afval door de gemeente. Het tarief voor het drukwerk wordt vastgesteld per exemplaar volgens gewicht. Deze berekeningswijze huldigt het principe ‘de vervuiler betaalt’;

 

Het drukwerk of het gelijkgesteld product voor de verkiezingen en in het kader van een volksraadpleging wordt vrijgesteld van de belasting om het democratisch discours maximale kansen te geven;

 

Het drukwerk of het gelijkgesteld product van openbare instellingen, door de gemeente erkende verenigingen, vormings- en onderwijsinstellingen, socioculturele en sportverenigingen, bedoeld om de inwoners te informeren over aangelegenheden van openbaar nut of hun socioculturele activiteiten, worden vrijgesteld van de belasting op voorwaarde dat ze in hun geheel maximaal 50% advertentieruimte bevatten. Deze vrijstelling is verantwoord gelet op het niet-commercieel doel van deze instellingen en verenigingen;

 

Het is billijk dat de tarieven worden afgestemd op de consumptieprijsindex gelet op de huidige economische situatie en de inflatie.

 

        Financiering

De ontvangsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan.

 

Besluit:

Met 18 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil en Jos Savenberg), 9 onthoudingen (Klaas Slootmans, Patience N'Kamba, Peter Deboeck, Rudy Demol, Egon Deyaert, Kurt Moons, Martin Laruelle, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1: Belastbaar feit

Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031, wordt er een belasting gevestigd op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde producten, ongeacht of deze in brievenbussen worden gedeponeerd of op de openbare weg worden verspreid.

 

Onder gelijkgestelde producten wordt verstaan de stalen of reclamedragers van gelijk welke aard die er toe aanzetten gebruik, verbruik of aankoop te maken of te doen van de diensten, producten of transacties door de adverteerder aangeboden. Deze opsomming is niet limitatief.

 

Onder niet-geadresseerd wordt verstaan het ontbreken van individuele adressering. Collectieve adresaanduiding per straat of gedeeltelijke adresvermelding wordt niet beschouwd als zijnde geadresseerd.

 

Artikel 2 : Belastingplichtige

De natuurlijke persoon of rechtspersoon die de opdracht gaf om het drukwerk te drukken, of die opdracht gaf om het gelijkgestelde product te produceren.

 

Wanneer deze persoon geen aangifte heeft gedaan zoals bepaald in dit reglement of niet gekend is op basis van de gegevens waarover de gemeente beschikt, is de belasting verschuldigd door de persoon die op het drukwerk als verantwoordelijke uitgever wordt vermeld.

 

De drukker en de natuurlijke persoon of rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of product wordt verspreid zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

 

Artikel 3: Berekeningsgrondslag en tarief

Het tarief van de belasting wordt per bedeling of verspreiding vastgesteld op:

 

        gewicht   < 10 gram: 0,10 euro per verspreid exemplaar;

        10 gram ≤ gewicht < 75 gram: 0,13 euro per verspreid exemplaar;

        gewicht  ≥ 75 gram: 0,16 euro per verspreid exemplaar.

 

Het al dan niet volledig bedrukt zijn van het drukwerk geeft geen aanleiding tot vermindering van de belasting.

 

Hettariefwordtjaarlijks(vanafdeeersteverjaardagvanhetreglement)per1januarigeïndexeerd (consumptieprijsindex) volgens de formule:

 

Basisvergoedingxindexmaandaugustusvanhetjaarvoorafgaandaandeindexatie

Indexvanaugustus2025

 

 

Ingevalvaneennegatieveindexwordtdelaatstgeldendeprijsaangerekend.

 

Artikel 4: Vrijstellingen

Eriseenvrijstellingvanbelasting:

 

        wanneer de drukwerken uitgaan van politieke partijen die een lijst indienden voor de Europese,defederale,degewestelijke,provincialeofgemeentelijkeverkiezingen,ofvankandidaten die op een dergelijke lijst voorkomen, en dit voor zover de drukwerken of gelijkgestelde producten verspreid worden in de periode tussen de in de betreffende kieswetgeving vastgestelde datum van terhandstelling van de voordrachten van de kandidaten en de dag van de verkiezing;

 

        wanneer de verspreide drukwerken of producten hoofdzakelijk verband houden met een gemeentelijke volksraadpleging in de zin bedoeld door het decreet over het lokaal bestuur;

 

        voordrukwerkenvanalleoverheidsinstellingenenerkendeniet-gouvernementeleorganisaties (ngo's);

 

        2 publicaties per jaar voor drukwerken van erkende Beerselse socio-culturele, jeugd- en sportverenigingen en/of aangesloten bij een Beerselse gemeentelijke adviesraad, politieke partijen en vormings- en onderwijsinstellingen.Indienditdrukwerk reclamebevatmeteenhandelskaraktermagdezemaximaal 50% van de oppervlakte innemen;

 

        voor drukwerken waarvan de bedrukte oppervlakte maximaal 50% ingenomen wordt door teksten/ofafbeeldingmethandelskarakterenwaarin steedskosteloosdenodigeruimtebeschikbaar wordt gesteld voor berichten uitgaande van het gemeentebestuur en dit op grond van een overeenkomst terzake af te sluiten met het gemeentebestuur.

 

Artikel 5: Aangifteplicht

§ 1. De belastingplichtige moet uiterlijk de 15e van elke maand aangifte doen na de verspreiding van het drukwerk van de maand ervoor bij het gemeentebestuur Beersel zijnde:

 

 

 

 

 

 

Hierbij moeten alle inlichtingen verstrekt worden, nodig voor de vestiging van de aanslag.

De aangifte dient over de volgende gegevens te beschikken:

        naam van de belastingplichtige;

        adres van de belastingplichtige;

        rijksregisternummer of ondernemings- of vestigingsnummer van de belastingplichtige;

        datum van de verspreiding;

        aantal verspreide exemplaren;

        gewicht per folder;

        benaming van het drukwerk of het gelijkgestelde product;

        (in voorkomend geval) plaats van de verspreiding via een display of ander verdeelsysteem.

 

§2. Een aangifteformulier wordt ter beschikking gesteld door het gemeentebestuur. De belastingplichtigen die geen aangifteformulier hebben ontvangen zijn niettemin verplicht om spontaan, binnen de vastgestelde aangiftedata, de nodige gegevens aan het gemeentebestuur te bezorgen om de aanslag te kunnen vaststellen.

 

§3. Aangiftes worden ingediend op volgende wijze:

        schriftelijk opsturen naar dienst belastingen - H. Torleylaan 13 – 1654 Huizingen of afgeven bij het gemeentebestuur;

        via mail naar belastingen@beersel.be;

        via de website van de gemeente Beersel (www.beersel.be), zodra het daartoe vereiste elektronische platform ter beschikking wordt gesteld door het gemeentebestuur.

 

Andere vormen van doorsturen zoals fax of elektronische toezending naar andere mailboxen van de gemeente Beersel zijn niet geldig.

 

Als de aangifte verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.

 

Als de uiterste indieningsdatum van de aangifte op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag valt,danwordtdevervaldagverplaatstnaardeeerstvolgendewerkdag.

 

§ 4. Van ieder drukwerk of gelijkgesteld product dient bij aangifte een specimen gevoegd te worden.

 

Artikel 6: Ambtshalve belasting

§ 1. Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 5 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belastingplichtige ambtshalve belast worden volgens de gegevens waarover de administratie beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008.

 

§ 2. Indien het aantal verspreide exemplaren niet binnen de artikel 5 vastgestelde aangiftedata wordt medegedeeld, wordt de belasting berekend op basis van het hieronder forfaitair aantal verspreide exemplaren:

 

 

Aantal bussen

Beersel 1650

2.041

Lot 1651

2.902

Alsemberg 1652

4.067

Dworp 1653

3.152

Huizingen 1654

1.997

TOTAAL BEERSEL

8.328

 

In geval van ambtshalve inkohiering wordt het aantal exemplaren drukwerk of gelijkgestelde producten berekend op basis van een forfaitair aantal van 8.328 verspreide exemplaren, zijnde het totaal aantal brievenbussen van Beersel. Hier kan van afgeweken worden als de belastingplichtige binnen de termijn van 30 kalenderdagen het bewijs aanlevert van het aantal effectief bedeelde brievenbussen.

 

De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met:

- 50% bij een eerste overtreding;

- 100% vanaf een tweede overtreding.

De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.

 

§3. Elke persoon die gehouden is tot betaling van de belastingverhoging, vermeld in §1 kan bij het college van burgemeester en schepenen een schriftelijk en gemotiveerd verzoek tot kwijtschelding of vermindering van de belastingverhoging indienen. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het verzoek tot vrijstelling of vermindering van de belastingverhoging wanneer deze niet meer onderhevig is aan het bezwaar, vermeld in artikel 9, of enig rechterlijk beroep.

 

Artikel 7: Wijze van inning

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 8: Betaaltermijnen

Debelastingmoetbetaaldwordenbinnentweemaandennadeverzendingvanhetaanslagbiljet.

 

Artikel 9: Bezwaarprocedure

§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd.

 

§2. Bezwaarschriften worden ingediend op volgende wijze:

        opsturen of afgeven bij het gemeentebestuur;

        via mail naar belastingen@beersel.be;

        via de website van de gemeente Beersel (www.beersel.be), zodra het daartoe vereiste elektronische platform ter beschikking wordt gesteld door het gemeentebestuur.

 

Andere vormen van doorsturen zoals fax of elektronische toezending naar andere mailboxen van de gemeente Beersel zijn niet geldig.

 

§3. Het bezwaarschrift  wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

 

Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

§4. Indien de belastingplichtige gehoord wil worden, dient dit uitdrukkelijk gevraagd te worden in het bezwaarschrift.

 

§5. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien dagen na indiening ervan.

 

Artikel  10: Inwerkingtreding

Dezeverordeningtreedtinwerkingop01/01/2026.

 

Artikel 11: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd.  Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Belastingreglement op verwaarloosde woningen en gebouwen

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

                     Juridische gronden

Artikel 41, 162 en 170 § 4 van de Grondwet;

Artikel 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 288 en 326 t.e.m. 335 van het Decreet over het lokaal bestuur;

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit;

Vlaamse codex Wonen

 

                     Aanleiding, doel en feitelijke motivering

De financiële toestand van de gemeente;

 

De Vlaamse Codex Wonen stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid;

 

De noodzaak van dekking van de verplichte en facultatieve uitgaven van de gemeente en van een begroting in evenwicht;

 

Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare woningen- en gebouwenbestand niet alleen gebruikt wordt, maar ook in goede staat blijft, omdat verwaarlozing leidt tot verloedering, wat extra taken meebrengt voor de gemeente;

 

Verwaarlozing brengt verschillende negatieve effecten teweeg, het vormt een verarming voor de eigenaar alsook voor de gemeente:

 

- Verwaarloosde woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt voor vandalisme en vervuiling, omdat een gebouw waarvoor geen zorg gedragen wordt, weinig respect wekt bij passanten en buurtbewoners.

- Verwaarloosde woningen en gebouwen creëren een gevoel van onveiligheid, wat een hogere inzet van politie- en veiligheidsdiensten vraagt.

- Verwaarloosde woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren.

- Woningen en gebouwen met verwaarloosde gevels in het straatbeeld doen de inspanningen van de gemeente om het openbaar domein opnieuw aan te leggen of net te houden grotendeels teniet.

- Verwaarloosde woningen en gebouwen zijn minder of niet bruikbaar voor hun functie, waardoor ze schaarse ruimte in beslag nemen zonder die optimaal te benutten, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk om ruimte zuinig en zorgvuldig te gebruiken steeds toeneemt.

 

Door het invoeren van een verwaarlozingsregister en verwaarlozingsheffing kan de gemeente preventief verwaarlozing tegengaan en ervoor zorgen dat het woningen- en gebouwenbestand op het grondgebied van de gemeente niet alleen gebruikt wordt, maar ook in goede staat blijft, zodat extra taken voor de gemeente ten gevolge van verloedering vermeden worden.

 

Het opsporen, registreren en aanpakken van verwaarloosde panden kan worden afgestemd op het opsporen, registreren en aanpakken van leegstaande panden. De procedure voor opname, beroep en de vrijstellingsgronden worden op elkaar afgestemd.

 

Naast het uitvoeren van dit reglement omtrent verwaarlozing en het reglement omtrent leegstand, zijn er eveneens de procedures ongeschikt- en onbewoonbaarheid betreffende woonkwaliteit. Deze procedures gaan na of de minimale kwaliteitsnormen voor basiscomfort, veiligheid en gezondheid zoals voorzien in de Vlaamse codex wonen zijn behaald in een woning. Terwijl verwaarlozing gaat over een gebouw, ongeacht of het dienst doet als woning, dat ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten.

 

Een pand kan naast een heffing leegstand of een heffing ongeschikt-onbewoonbaarheid deze heffing verwaarlozing opgelegd krijgen. Zoals beschreven in het reglement leegstand kan een woning die door het Vlaams Gewest is geïnventariseerd als ongeschikt en/of onbewoonbaar’ niet worden opgenomen in het leegstandsregister. Bijgevolg kan er voor elk pand slechts maximaal sprake zijn van twee heffingen.

 

Verwaarlozing en verkrotting werd in het verleden opgevolgd door de Vlaamse overheid, maar werd overgeheveld naar de lokale besturen en is sinds 1 januari 2017 een gemeentelijke bevoegdheid.

 

                     Financiering

De inkomsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan.

 

VISUM FINANCIEEL DIRECTEUR

Niet van toepassing

 

Besluit:

Met 19 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil, Martin Laruelle en Jos Savenberg), 4 nee-stemmen (Klaas Slootmans, Peter Deboeck, Rudy Demol en Kurt Moons), 4 onthoudingen (Patience N'Kamba, Egon Deyaert, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1: Definitie

Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 en artikelen 2.9 en 2.10 van de Vlaamse Codex Wonen.

 

In dit reglement wordt verstaan onder:

 

Administratie: de gemeentelijke of intergemeentelijke administratieve eenheid, die door het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het verwaarlozingsregister.

 

Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen.

 

Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

        een aangetekend schrijven, al dan niet elektronisch;

        een afgifte tegen ontvangstbewijs.

 

Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen.

 

Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 66° van de Vlaamse Codex Wonen.

 

Opnamedatum: de datum waarop de woning of het gebouw voor de eerste maal opgenomen wordt in het verwaarlozingsregister.

 

Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang de woning of het gebouw niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt.

 

Verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vermeld in artikel 2 van dit reglement.

 

Houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

        de volle eigendom;

        het recht van opstal of van erfpacht;

        het vruchtgebruik.

 

Hoofdstuk 1: Verwaarlozingsregistratie

 

Artikel 2: Verwaarlozingsregister

De administratie houdt een register bij van verwaarloosde woningen en gebouwen.

 

In het verwaarlozingsregister worden de volgende gegevens opgenomen:

        het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw;

        de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw;

        de identiteit en het (de) adres(sen) van de houder(s) van het zakelijk recht;

        het nummer en de datum van het opnameattest;

        de gebreken en tekenen van verval die aanleiding gaven tot de opname;

        de eventuele ligging binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;

        de eventuele voorbereiding van een onteigeningsplan waarbinnen de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw zich situeert.

 

Artikel 3: Registratie van verwaarlozing en opname in het verwaarlozingsregister

§1. De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden en de medewerkers van de intergemeentelijke samenwerking “Woonwinkel Zennevallei” bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

§2. Een gebouw, ongeacht of het dienst doet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan het dak, de gevel, het buitenschrijnwerk of de omgeving/toegang van het gebouw. Als ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval worden beschouwd de gebreken die verder verval op korte termijn in de hand werken. Dit wordt beoordeeld aan de hand van de volgende objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende niet-limitatieve lijst:

 

Dak van het gebouw

        het dakgebinte vertoont ernstige gebreken, die gevolgen hebben voor de stabiliteit;

        de dakbedekking vertoont ernstige gebreken/is deels of volledig verdwenen;

        de dakgoten en afvoerbuizen zijn afwezig/hangen los/zijn lek;

        de schoorstenen vertonen ernstige gebreken.

 

Gevel

        ernstige scheuren/barsten;

        gevel(s) is/zijn met verschillende materialen (onverantwoorde verbouwingen) afgewerkt/dichtgemaakt;

        loskomende gedeeltes aan de gevel(s);

        gevelbepleistering/gevelbekleding vertoont gebreken;

        andere gevelelementen die gebreken vertonen (betonrot, houtrot, corrosie,…);

        ernstige vochtproblemen zichtbaar aan de gevel(s).

 

Buitenschrijnwerk

        ramen en deuren vertonen ernstige structurele gebreken;

        ramen en deuren zijn langdurig niet onderhouden waardoor vocht of wind kunnen  binnendringen;

        glasplaten gebarsten/gebroken/verdwenen waardoor vocht of wind kunnen binnendringen.

 

Omgeving en toegang woning

        toegang tot de woning is moeilijk of niet mogelijk;

        overwoekerende begroeiing aanwezig aan de gevel.

 

§3. Een verwaarloosde woning of gebouw wordt opgenomen in het verwaarlozingsregister aan de hand van een genummerd opnameattest, waaraan minstens één foto wordt toegevoegd. Het opnameattest bevat een beschrijvend verslag met een opsomming van alle gebreken die aanleiding gaven tot de opname in het verwaarlozingsregister. De datum van de vaststelling is de datum van het opnameattest, en geldt eveneens als opnamedatum in het verwaarlozingsregister.

 

§4. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.

 

§5. Een woning die of een gebouw dat in het gemeentelijke leegstandsregister staat, kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister en omgekeerd.

 

Artikel 4: Kennisgeving van registratie

Alle houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister.

 

De kennisgeving bevat:

        het opnameattest met het beschrijvend verslag;

        informatie over de gevolgen van de opname in het verwaarlozingsregister;

        informatie over de beroepsprocedure tegen de opname in het verwaarlozingsregister;

        informatie over het schrappingsverzoek uit het verwaarlozingsregister.

 

De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder van het zakelijk recht. Is de woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan het adres van de woning of het gebouw waarop het opnameattest betrekking heeft.

 

Artikel 5: Beroep tegen de registratie

§1. Binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na datum van de beveiligde zending vermeld in artikel 2, kan een houder van het zakelijk recht, bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen per beveiligde zending tegen de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister.

 

Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:

        de identiteit, het adres en eventueel de hoedanigheid en volmacht van de indiener;

        de vermelding van het nummer van het opnameattest en het adres van de woning of het gebouw waarop het beroepschrift betrekking heeft;

        de bewijsstukken die aantonen dat de opname van de woning of het gebouw in het verwaarlozingsregister ten onrechte is gebeurd. De registratie van de verwaarlozing kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed;

        als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde(n), voegt hij/zij een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging bij het dossier, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair;

        de indiener voegt bij het beroepschrift de overtuigingsstukken die hij/zij nodig acht; de overtuigingsstukken worden door de indiener gebundeld en op een bijgevoegd overzicht opgenomen.

 

Als datum van het beroepschrift geldt de datum van verzending van de beveiligde zending.

 

§2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepsschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepsschrift als ingetrokken wordt beschouwd.

 

§3. Elk inkomend beroepsschrift wordt in het leegstandsregister geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.

 

§4. Het beroepsschrift is onontvankelijk:

        als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in paragraaf 1, of;

        als het beroepsschrift niet uitgaat van een houder van het zakelijk recht, of;

        als het beroepsschrift niet is ondertekend.

 

Als de beroepsinstantie vaststelt dat het beroepschrift onontvankelijk is, deelt ze dat aan de indiener mee met de vermelding dat de procedure als afgehandeld beschouwd wordt.

Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.

 

§5. Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Het onderzoek gebeurt op basis van stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling.

 

Als een onderzoek op basis van de ingediende stukken niet volstaat, kunnen bijkomende stukken opgevraagd worden of kan een feitenonderzoek worden uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden of medewerkers van de intergemeentelijke samenwerking “Woonwinkel Zennevallei".

 

Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

 

§6. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.

 

§7. Als de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister niet tijdig betwist wordt of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft de woning of het gebouw opgenomen in het verwaarlozingsregister.

 

Artikel 6: Schrapping uit het verwaarlozingsregister

Een pand wordt geschrapt uit het register van verwaarloosde woningen en gebouwen op schriftelijk verzoek van de zakelijk gerechtigde aan de registerbeheerder. Indien de registerbeheerder meent dat er redenen zijn tot schrapping gebeurt de schrapping op datum van ontvangst van het verzoek tot schrapping. De registerbeheerder geeft de houder(s) van het zakelijk recht kennis van haar beslissing.

 

Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het verwaarlozingsregister. De indieningsdatum van het schrappingsverzoek geldt als datum waarop de woning of het gebouw uit het verwaarlozingsregister wordt geschrapt.

 

Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 5.

 

Artikel 7: Meldingen

Bij elke overdracht van een zakelijk recht op een geïnventariseerd goed moet de zakelijk gerechtigde uiterlijk één maand nà de overdracht, de overdracht schriftelijk melden aan de registerbeheerder. Hij moet minimaal vermelden:

      de datum van de overdracht;

      de naam en het adres van de nieuwe verkrijger(s);

      de naam en de standplaats van de instrumenterende notaris voor zover van toepassing;

      de coördinaten van het betrokken onroerend goed.

 

De zakelijk gerechtigde van een in het register opgenomen goed is verplicht om elke kandidaatkoper vooraf te informeren over de opname in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen van de woning en/of het gebouw dat hij wil verkopen.

 

Hoofdstuk 2: Belasting op verwaarlozing

 

Artikel 8: Belastbaar feit

De gemeente heft voor aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen.

 

De belasting voor een verwaarloosde woning of verwaarloosd gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk verwaarlozingsregister. Zolang het gebouw of de woning niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd bij elke verjaardag van de opname.

 

De gemeente houdt een verwaarlozingsregister bij op grond van artikel 2.15 tot en met 2.20 van de Vlaamse Codex Wonen.

 

Artikel 9: Belastingplichtige

De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht op de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw op de verjaardag van de opname.

 

Indien er meerdere houders van het zakelijk recht zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.

 

Artikel 10: Tarief van de belasting

De belasting bedraagt:

        1.745 euro voor een woning of voor een gebouw.

 

Dit bedrag wordt vermenigvuldigd met het aantal periodes van 12 maanden dat de woning of gebouw zonder onderbreking is opgenomen in de inventaris van verwaarloosde woningen of gebouwen, met een maximum van 8.725 euro.

 

Voormelde bedragen zijn gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex en stemmen overeen met de index van november 2025. Zij worden jaarlijks aan het consumptieprijsindexcijfervan de maand november die aan de aanpassing voorafgaat.

 

Artikel 11: Vrijstellingen

De houder van het zakelijk recht kan beroep doen op de hieronder vermelde vrijstellingen. Indien hij van een bepaalde vrijstelling gebruik wenst te maken, moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen aan de administratie. Deze vrijstellingen moeten, tenzij anders vermeld, elk jaar opnieuw, per aanslagjaar, voor de datum van het verschuldigd zijn van de belasting, worden aangevraagd.

 

Van de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen is vrijgesteld:

 

a) de belastingplichtige die sinds minder dan één jaar houder van het zakelijk recht is over de woning of het gebouw, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor het belastingjaar dat volgt op het verkrijgen van het zakelijk recht. Dit bewijs moet afgeleverd worden door het voorleggen van een attest van de notaris waaruit blijkt vanaf welke datum de belastingplichtige eigenaar is geworden of door het voorleggen van een notarisakte.

 

Deze vrijstelling geldt niet voor:

        de overdracht aan een vennootschap die door de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks gecontroleerd wordt;

        de overdracht die het gevolg is van een fusie, splitsing of andere overgang ten algemene titel.

 

b) er sprake is van overmacht, als de belastingplichtige aantoont dat de woning of het gebouw opgenomen blijft in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen om redenen die onafhankelijk zijn van zijn wil. Die vrijstelling wordt verleend voor een termijn van twee jaar.

 

Een vrijstelling wordt verleend indien de woning of het gebouw:

 

        gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan, of geen voorwerp meer kan uitmaken van een stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld. Het bewijs wordt geleverd door een attest afgeleverd door de gemeentelijke instantie;

 

        vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van drie jaar vanaf de datum van de vernieling of beschadiging. Onder een ramp wordt verstaan elke gebeurtenis die uiterlijk waarneembare schade veroorzaakt aan de woning of het gebouw, waardoor de bewoning van de woning of het gebruik van het gebouw geheel of ten dele onmogelijk wordt. Dit dient door de belastingplichtige met alle mogelijke bewijsvoeringen en verklaringen aangetoond te worden;

 

        Een vrijstelling wordt tevens verleend als de belastingplichtige een renovatienota voorlegt met daarin tekeningen en een opsomming van de werken, waaruit blijkt dat hij de nodige renovatiewerken gaat uitvoeren. Deze vrijstelling kan per houder van het zakelijk recht voor hetzelfde pand maar voor één belastingjaar verkregen worden. Tijdens die periode moet de verwaarlozing zijn weggewerkt. Voor de toepassing van deze vrijstelling wordt sloop die gevolgd wordt door vervangingsbouw, gelijkgesteld met renovatiewerken.

 

Artikel 12: Administratieve geldboete

Een administratieve geldboete van 300 euro wordt opgelegd in geval van:

        de weigerig om mee te werken aan een fiscale controle;

        de weigering om boeken of bescheiden voor te leggen.

 

De administratieve geldboete wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

De administratieve geldboete moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet of na het ter beschikking stellen van het aanslagbiljet op het elektronische platform.

 

Artikel 13: Wijze van inning

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 14: Betaaltermijn

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 15: Bezwaarprocedure

§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd.

 

§2. Bezwaarschriften worden ingediend op volgende wijze:

        opsturen of afgeven bij het gemeentebestuur;

        via mail naar belastingen@beersel.be;

        via de website van de gemeente Beersel (www.beersel.be), zodra het daartoe vereiste elektronische platform ter beschikking wordt gesteld door het gemeentebestuur.

Andere vormen van doorsturen zoals fax of elektronische toezending naar andere mailboxen van de gemeente Beersel zijn niet geldig.

 

§3. Het bezwaarschrift  wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

§4. Indien de belastingplichtige gehoord wil worden, dient dit uitdrukkelijk gevraagd te worden in het bezwaarschrift.

 

§5. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien dagen na indiening ervan.

 

OVERGANGSBEPALINGEN

 

Artikel 16: Opname

De verwaarloosde woningen en gebouwen die werden geïnventariseerd overeenkomstig de bepalingen van voorgaande belastingreglementen en die bij de inwerkingtreding van huidig reglement nog niet zijn geschrapt, blijven opgenomen in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen met behoud van de oorspronkelijke opnamedatum.

 

SLOTBEPALINGEN

 

Artikel 17: Inwerkingtreding

Het belastingreglement treedt in werking op 01/01/2026.

 

Artikel 18: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd. Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Dec

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Belastingreglement wedkantoren

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

                     Juridische gronden

De Grondwet, artikelen 41, 162 en 170, §4;

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit;

Wet van 7 mei 1999 op kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van spelers;

Art. 2.12.4.0.2 Vlaamse Codex Fiscaliteit.

 

                     Aanleiding, doel en feitelijke motivering

De financiële toestand van de gemeente;

 

De noodzaak van dekking van de verplichte en facultatieve uitgaven van de gemeente en van een begroting in evenwicht;

 

Steden en gemeenten mogen geen belastingen heffen op de spelen en weddenschappen, vermeld in het wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen (WIGB);

 

Overeenkomstig artikel 2.12.4.0.2, tweede lid VCF kunnen de gemeenten een belasting heffen op de agentschappen voor weddenschappen op paardenwedrennen die gelopen zijn in het buitenland. De gemeentelijke belasting mag per agentschap niet hoger zijn dan respectievelijk 62 euro per maand bedrijvigheid of per gedeelte daarvan;

 

Met deze belasting wordt getracht het aantal wedkantoren op het grondgebied van Beersel te beperken en op die manier het gokken tegen te gaan.

 

                     Financiering

De inkomsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan.

 

VISUM FINANCIEEL DIRECTEUR

Niet van toepassing

 

Besluit:

Met 23 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Klaas Slootmans, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Peter Deboeck, Rudy Demol, Katrien Van Kriekinge, Kurt Moons, Yanis Ghafil, Martin Laruelle en Jos Savenberg), 4 onthoudingen (Patience N'Kamba, Egon Deyaert, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1: Belastbaar feit

"Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een directe gemeentebelasting geheven op wedkantoren."

 

Artikel 2: Definitie

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder.

 

Wedkantoren:

 

Een wedkantoor is een agentschap dat weddenschappen aanneemt op paardenrennen gelopen in het buitenland.

 

Artikel 3: Tarieven

Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op 62,00 EUR per maand bedrijvigheid, waarbij elk gedeelte van een maand als een volledige maand wordt aangezien.

 

Artikel 4: Belastingplichtige

De belasting is verschuldigd door de uitbater van het wedkantoor.

 

Artikel 5: Aangifteplicht

§1. De belastingplichtige ontvangt vanwege de gemeente een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld, gedagtekend en ondertekend tegen uiterlijk 30 april van het lopende aanslagjaar moet worden teruggestuurd.

De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden binnen dezelfde termijn (uiterlijk 30 april van het lopende aanslagjaar) aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.

 

§2. De administratie kan aan de belastingplichtige een “voorstel van aangifte” bezorgen.

Als de gegevens op dit voorstel onjuist of onvolledig zijn of niet overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar moet de belastingplichtige ten laatste op 30 april van het aanslagjaar, het voorstel verbeterd en vervolledigd terugsturen. Het tijdig teruggezonden en gecorrigeerde of aangevulde voorstel van aangifte, geldt in dat geval als aangifte.

Als de belastingplichtige geen opmerkingen bij het voorstel van aangifte indient voor de aangiftedatum, vermeld in §2, eerste lid van dit artikel, geldt het voorstel als een regelmatige aangifte.

 

§3. Aangiftes worden ingediend op volgende wijze:

        schriftelijk opsturen naar dienst belastingen - H. Torleylaan 13 – 1654 Huizingen of afgeven bij het gemeentebestuur;

        via mail naar belastingen@beersel.be;

        via de website van de gemeente Beersel (www.beersel.be), zodra het daartoe vereiste elektronische platform ter beschikking wordt gesteld door het gemeentebestuur.

 

Andere vormen van doorsturen zoals fax of elektronische toezending naar andere mailboxen van de gemeente Beersel zijn niet geldig.

 

Als de aangifte verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.

 

Als de uiterste indieningsdatum van de aangifte op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag valt,danwordtdevervaldagverplaatstnaardeeerstvolgendewerkdag.

 

Artikel 6: Ambtshalve belasting

§1. Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 5 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belastingplichtige ambtshalve belast worden volgens de gegevens waarover de administratie beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008.

 

§2. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van

burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de redenen om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

 

§3. De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen vanaf ontvangst van de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

 

Als een belasting ambtshalve is gevestigd, moet de belastingplichtige het bewijs leveren van de juistheid van de door hem ingeroepen elementen.

 

§4. De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met:

 

- 10%, 25%, 50% bij respectievelijk een eerste, tweede en derde overtreding;

- 100% vanaf een vierde overtreding.

 

De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.

 

§5. Elke persoon die gehouden is tot betaling van de belastingverhoging, vermeld in §1 kan bij het college van burgemeester en schepenen een schriftelijk en gemotiveerd verzoek tot kwijtschelding of vermindering van de belastingverhoging indienen. Het college van burgemeester en schepenen beslist over het verzoek tot vrijstelling of vermindering van de belastingverhoging wanneer deze niet meer onderhevig is aan het bezwaar, vermeld in artikel 9, of enig rechterlijk beroep.

 

Artikel 7: Wijze van inning

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 8: Betaaltermijn

De belasting op wedkantoren moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 9: Bezwaarprocedure

§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd.

 

§2. Bezwaarschriften worden ingediend op volgende wijze:

        opsturen of afgeven bij het gemeentebestuur;

        via mail naar belastingen@beersel.be;

        via de website van de gemeente Beersel (www.beersel.be), zodra het daartoe vereiste elektronische platform ter beschikking wordt gesteld door het gemeentebestuur.

 

Andere vormen van doorsturen zoals fax of elektronische toezending naar andere mailboxen van de gemeente Beersel zijn niet geldig.

 

§3. Het bezwaarschrift  wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

 

Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

§4. Indien de belastingplichtige gehoord wil worden, dient dit uitdrukkelijk gevraagd te worden in het bezwaarschrift.

 

§5. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien dagen na indiening ervan.

 

SLOTBEPALINGEN

 

Artikel 10: Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026.

 

Artikel 11: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd. Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Belastingreglement voor het weghalen en bewaren van goederen, buiten de particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen tot  uithuiszetting

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

        Juridische gronden:

De Grondwet, artikelen 41, 162 en 170, §4;

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335;

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit.

 

        Aanleiding, doel en feitelijke motivering:

De belasting wordt geheven zodat de door de gemeente gemaakte kosten kunnen worden gerecupereerd.

 

        Financiering

Deontvangstenzijnvoorzieninhetfinancieelmeerjarenplan  

 

Besluit:

Met 19 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil, Martin Laruelle en Jos Savenberg), 8 onthoudingen (Klaas Slootmans, Patience N'Kamba, Peter Deboeck, Rudy Demol, Egon Deyaert, Kurt Moons, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1: Belastbaar feit

Ingaande op januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting geheven op hetweghalen en bewaren van goederen, buiten de particuliere eigendom gevonden of op de openbareweggeplaatstteruitvoeringvanvonnissentotuithuiszettingen.

 

Artikel 2: Belastingplichtige

Debelastingisverschuldigddoorde eigenaardiedegoederenaldan nietophaalt.

 

Ingevolgeartikel1408vanhetGerechtelijkwetboekheeftdeeigenaarhetrechtdevolgendegoederen optehalenzondervoorafgaandelijktebetalen:

 

1° het nodige bed en beddengoed van de beslagene en van zijn gezin, de kleren en hetlinnengoed volstrekt noodzakelijk voor hun persoonlijk gebruik alsmede de meubelen nodigom dezeoptebergen,eenwasmachineenstrijkijzervoorhetonderhoudvanhetlinnen,de

toestellen die noodzakelijk zijn voor de verwarming van de gezinswoning, de tafel en de stoelen dievoordefamilieeengemeenschappelijkemaaltijdmogelijkmaken,alsookhetvaatwerkenhethuishoudgerei dat volstrekt noodzakelijk is voor het gezin, een meubel omhet vaatwerk en hethuishoudgereioptebergen,eentoestelomwarmemaaltijdentebereiden,eentoestelomvoedingsmiddelentebewaren,éénverlichtingstoestelperbewoondekamer,devoorwerpendienoodzakelijkzijnvoordemindervalidegezinsleden,devoorwerpendiebestemdzijnomteworden gebruiktdoordekinderentenlastedieonderhetzelfdedakwonen,degezelschapsdieren,devoorwerpen en producten die noodzakelijk zijn voor de lichaamsverzorging en voor het onderhoud vande vertrekken, het gereedschap dat nodig is voor het onderhoud van de tuin, een en ander metuitsluiting vande luxemeubelenenluxeartikelen;

 

deboekenenoverigevoorwerpen,nodigvoordevoortzettingvanstudiesofvoordeberoepsopleiding van de beslagene of van de kinderen te zijnen laste die onder hetzelfde dak wonen;

 

degoederendiedebeslagenevolstrektnodigheeftvoorzijnberoep,toteenwaardevan(2.500    euro)ophettijdstipvanhetbeslagennaarkeuzevandebeslagene,behalvevoordebetalingvandeprijsvandiegoederen;

 

devoorwerpen diedienenvoordeuitoefeningvandeeredienst;

 

delevensmiddelenenbrandstofdiedebeslageneenzijngezinvoor eenmaandnodighebben;

 

6° een koe, of twaalf schapen of geiten, naar keuze van de beslagene, alsmede eenvarken envierentwintig dieren van de hoenderhof, met het stro, voeder en graan, nodig voor het strooisel en devoeding vandatveegedurendeéénmaand.

 

Demedewerkersvandetechnischeuitvoeringsdienstzullentoeziendatenkeldezegoederenwordenmeegenomenzonder voorafgaandelijkebetaling.

 

Artikel 3: Tarief

Hetbedragvandebelastingwordtals volgtvastgesteld:

 

peruurpersoneels-enadministratiekosten

55,05 euro/uur

pergebruikvaneengewoonvoertuig

30,58 euro/uur

pergebruikvaneenkleinevrachtwagen

42,81 euro/uur

pergebruikvaneenvrachtwagen

73,39 euro/uur

pergebruikvaneenvrachtwagenmetgrijper

79,51 euro/uur

pergebruikvaneenverhuiswagen

73,39 euro/uur

perdagvoor bewaringingemeentelijkdepot

7,34   euro/uur

 

 

Het tarief wordt jaarlijks (vanaf de eerste verjaardag van het reglement) per 1 januari geïndexeerd(consumptieprijsindex)volgens deformule:

 

Basisvergoedingx indexmaandaugustus vanhetjaarvoorafgaandaandeindexatie

Indexvanaugustus2025

 

Ingevalvaneennegatieveindex wordtdelaatstgeldendeprijsaangerekend.

 

Wanneer de goederen na zes maanden niet afgehaald zijn door de eigenaar,wordenze eigendomvan de gemeente.Degoederenzullendoor degemeente vernietigdworden.

 

De totale kost van de uitdrijving en de bewaring in het gemeentelijk depot wordt op dat ogenblik eenkohierbelasting.

 

Artikel 4: Wijze van inning

De belasting is verschuldigd voorafgaandelijk de afhaling van de goederen in het gemeentelijk depot.   

Debelasting wordtvoldaan aandefinancieeldirecteurdieeenbetalingsbewijszalafleveren.

Bijgebrekeaanbetalingenbijnietafhalenvandegoederenwordtdebelastingeenkohierbelasting.

 

Artikel 5: Bezwaarprocedure

§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd.

 

§2. Bezwaarschriften worden ingediend op volgende wijze:

        opsturen of afgeven bij het gemeentebestuur;

        via mail naar belastingen@beersel.be;

        via de website van de gemeente Beersel (www.beersel.be), zodra het daartoe vereiste elektronische platform ter beschikking wordt gesteld door het gemeentebestuur.

 

Andere vormen van doorsturen zoals fax of elektronische toezending naar andere mailboxen van de gemeente Beersel zijn niet geldig.

 

§3. Het bezwaarschrift wordt op straffe van verval ingediend binnen drie maanden vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

 

Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.

 

§4. Indien de belastingplichtige gehoord wil worden, dient dit uitdrukkelijk gevraagd te worden in het bezwaarschrift.

 

§5. Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen de vijftien dagen na indiening ervan.

 

Artikel 6: Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

Artikel 7: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd.  Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Opcentiemen op de heffing ter bestrijding van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

                     Juridische gronden

Art 170 § 4 van de Grondwet

 

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

 

Het Wetboek Inkomstenbelastingen 1992, in bijzonder artikel 464/1, 2°

 

Artikel 2.6.4.0.2. en 3.1.0.0.4§2 Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013.

 

                     Aanleiding, doel en feitelijke motivering

Leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten worden belast door het Vlaamse Gewest. De gemeenten kunnen op deze gewestelijke belasting opcentiemen vestigen.

 

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de eigenaars van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

 

Voor de aanslagjaren 2026 tot 2031 wordt het tarief vastgesteld op 138 opcentiemen.

 

                     Financiering

De inkomsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan.

VISUM FINANCIEEL DIRECTEUR

Niet van toepassing

 

Besluit:

Met 18 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil en Jos Savenberg), 5 nee-stemmen (Klaas Slootmans, Peter Deboeck, Rudy Demol, Kurt Moons en Martin Laruelle), 4 onthoudingen (Patience N'Kamba, Egon Deyaert, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1 - Belastbaar feit

De gemeenteraad beslist om het tarief van 138 opcentiemen vast te stellen op de heffing van

het Vlaamse Gewest ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van

bedrijfsruimten voor de aanslagjaren 2026 - 2031.

 

Artikel 2 - Wijze van inning

De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting gebeurt door de Vlaamse belastingdienst en andere bevoegde instanties.

 

Artikel 3 - In werkingtreding

Dit reglement treedt inwerking op 01/01/2026 en het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

Deze beslissing wordt gecommuniceerd:

 

Aan:

Hoe:

Aan belastingplichtigen

via website

Aan ABB

via digitaal loket

 

 

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Retributiereglement op afgifte van administratieve stukken en  documenten

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

        Juridische gronden

Artikel 173 van de grondwet;

Artikel 40 § 3 en artikel 41 °14 van het Decreet over het lokaal bestuur;

Omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit;

KB van 10 december 1996 betreffende de verschillende identiteitsdocumenten voor kinderen onder de twaalf

jaar;

KB van 5 maart 2017 tot bepaling van de verblijfsvergunningen waarvoor de gemeenten retributies kunnen

innen voor het vernieuwen, verlengen of vervangen ervan en tot bepaling van het maximumbedrag bedoeld in artikel 2, § 2, van de wet van 14 maart 1968 tot opheffing van de wetten betreffende de verblijfbelasting voor vreemdelingen, gecoördineerd op 12 oktober 1953;

Artikelen 50-67 Consulair Wetboek van 21 december 2013 en op artikel 2 Ministerieel besluit van 19 april 2014 aangaande de afgifte van paspoorten;

Koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs en op het Ministerieel besluit van 20 juli 2005 tot bepaling van de betalingswijze van de retributies;

Ministerieel besluit van 28 oktober 2019 tot wijziging van het ministerieel besluit van 15 maart 2013 tot vaststelling van het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten voor Belgen, de elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar, de elektronische kaarten en elektronische verblijfsdocumenten, afgeleverd aan vreemde onderdanen, en de biometrische verblijfstitels, afgeleverd aan vreemde onderdanen van derde landen;

Wet van 14 maart 1968 tot opheffing van de wetten betreffende de verblijfbelasting voor vreemdelingen, gecoördineerd op 12 oktober 1953;

Wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens; Burgerlijk Wetboek, artikel 370/4 e.a.;

Wet van 25 juni 2017 tot hervorming van regelingen inzake transgenders wat de vermelding van een aanpassing van de registratie van het geslacht in de akten van de burgerlijke stand en de gevolgen hiervan betreft;

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017;

Bestuursdecreet van 7 december 2018, artikel II.31, tweede lid; KB van 10 december 1996 betreffende de verschillende identiteitsdocumenten voor kinderen onder de twaalf jaar;

Ministerieel besluit van 20 juli 2005 tot bepaling van de betalingswijze van de retributies;

Ministerieel besluit van 19 april 2014 aangaande de afgifte van paspoorten, artikel 2;

De Algemene Onderrichtingen van 27 februari 2009 betreffende het elektronisch identiteitsdocument voor Belgische kinderen onder de 12 jaar (Kids-ID);

De omzendbrief van 9 mei 2003 betreffende de afgifte van elektronische identiteitskaarten, en de omzendbrief van 29 oktober 2003 betreffende de productieprocedures en tarieven voor het afleveren van paspoorten;

De omzendbrief met als kenmerk III.21/724/6.129/05 ivm de spoedprocedure voor de elektronische identiteitskaart, alsook de bijhorende technische nota.

 

        Aanleiding, doel en feitelijke motivering

De afgifte van allerlei administratieve stukken vergt vele administratieve handelingen voor de gemeente. Het is verantwoord de kosten hiervan door te rekenen aan de aanvrager van het administratieve stuk. Daarnaast is deze retributie vereist om een kwaliteitsvol gemeentelijk beleid te financieren en het budget en het financiële meerjarenplan in evenwicht te houden.

 

        Financiering

De ontvangsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan  

 

Besluit:

Met 18 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil en Jos Savenberg), 9 onthoudingen (Klaas Slootmans, Patience N'Kamba, Peter Deboeck, Rudy Demol, Egon Deyaert, Kurt Moons, Martin Laruelle, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1: Toepassingsgebied

Ingaande op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie  gehevenophetafleverendoorhetgemeentebestuurvanadministratievestukken.

 

Artikel 2 Retributieplichtige

De retributie is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon aan wie het stuk wordt door de gemeente op verzoek of ambtshalve worden afgegeven.

 

Artikel 3: Tarief

De bedragen van de belasting worden als volgt bepaald:

 

ID, VREEMDELINGENKAARTEN, PASPOORTEN, REISDOCUMENTEN

Normale procedure

Dringende procedure

Elektronische identiteitskaarten voor Belgen vanaf 12 jaar en elektronische vreemdelingenkaart voor niet-Belgen vanaf 12 jaar

€8,57

€36,69

Kids-ID voor Belgische kinderen jonger dan 12 jaar

Gratis

Gratis

Vreemdelingenkaart voor kinderen jonger dan12 jaar

Gratis

Gratis

Identiteitsbewijs voor niet-Belgische kinderen jonger dan 12 jaar (kartonnen versie)

Gratis

Gratis

Verlies of diefstal 1ste duplicaat

€12,23*

€12,23*

Verlies of diefstal 2de duplicaat

€18,35*

€18,35*

Internationaal paspoort voor Belgen vanaf 18 jaar

€15,90

€42,81

Internationaal paspoort voor Belgen jonger dan 18 jaar

Gratis

Gratis

Reisdocument voor vreemdelingen, vluchtelingen en staatslozen vanaf 18 jaar

€15,90

€42,81

Reisdocument voor vreemdelingen, vluchtelingen en staatslozen jonger dan 18 jaar

Gratis

Gratis

Immatriculatieattest en aankomstverklaring

€13,45

 

 

 

 

RIJBEWIJZEN

 

Rijbewijzen en voorlopige rijbewijzen

€7,34

Verlenging van de geldigheidsduur van het rijbewijscat.A3,A,B,BEenG(groep1)om medischeredenen

 

Gratis

Internationale rijbewijzen

€12,23

 

HUWELIJK EN VERKLARING WETTELIJKE SAMENLEVING

 

Trouwboekje

€36,69

Huwelijksvoltrekking maandag tot en met vrijdag

Gratis

Huwelijksvoltrekking op zaterdag

 

€122,31

VOORNAAMSVERANDERING

 

Gewone procedure

€183,47

Transgenders

 

€18,35

BELGISCHE NATIONALITEIT

 

Aanvraag Belgische nationaliteit

 

€122,31

VREEMDELINGENKAART – TIJDELIJK VERBLIJF

 

Vernieuwing, verlenging of vervanging van een verblijfskaart type A

Deze vergoeding is maximaal éénmaal per jaar verschuldigd.  Zijnvrijgesteldvan deze retributie:

        Erkendevluchtelingen

        Personenmetsubsidiairebescherming

        Niet-begeleideminderjarigevreemdelingen

        Personendie eenhumanitaireregularisatieartikel9biskregen

        Slachtoffersvanmensenhandelof mensensmokkel

        Minderjarigenophetmomentvandeaanvraag

 

€61,16

WETTIGING VAN HANDTEKENING EN EENSLUITEND VERKLAREN AFSCHRIFT

 

Wettiging van handtekeningen en eensluidend verklaren van documenten (per exemplaar)

 

 

€2,44

AFGIFTE GETUIGENSCHRIFTEN, UITTREKSELS, LEGALISATIES, VERGUNNINGEN, VERBINTENIS TOT TEN LASTE NEMING… (AMBSTHALVE OF OP VERZOEK)

 

Via het e-loket (zonder tussenkomst van de ambtenaar)

Gratis

Het afleveren van adressen (per adres)

€4,89

Hetafleveren van adressenlijsten en statistieken via het rijksregister (per geanonimiseerde lijst of statistiek)

 

€13,45

Arbeids- en beroepskaarten (per aanvraag en per afgifte)

€4,89

KOPIJEN

 

Kopijen in standaardformaat (A4) (per pagina)

€0,37

KOPIJEN VAN PLANNEN EN UITTREKSELS

 

Basisprijs opzoekwerk (per dossier)

€18,35

Stedenbouwkundige plannen of uittreksels

Formaat A4(21x 29.7cm) 

Formaat A3(29.7x42cm) 

Formaat A2(42x60cm) 

Formaat A1(84x 60cm) 

Formaat AO(84x 112cm) 

Grotereformaten 

 

€0,37

€0,73

€13,45

€20,80

€26,91

€30,58

Opsporen informatie onroerend goed (per informatiedossier)

€159

GENEALOGISCHE OPZOEKING

 

Opzoeking maximaal 1 uur

€55,05

Opzoeking meer dan 1 uur (per begonnen uur geleverd werk)

€55,05

VERZENDINGSKOSTEN

 

Verzending van administratieve stukken (per verzending)

€6,12

 

De vermelde retributies worden verhoogd met de door de wet of het decreet vastgelegde vergoedingen en kosten ten behoeve van de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaams Gewest.

 

Het totale bedrag wordt afgerond naar de hogere halve euro.

 

(*) Deze retributie komt boven op het basis bedrag van het afgeleverde document.

 

De tarieven van dit reglement worden jaarlijks (vanaf de eerste verjaardag van het reglement) per 1 januari     geïndexeerd(consumptieprijsindex)volgensdeformule:

 

Basisvergoeding x index maand augustus van het jaar voorafgaand aan de indexatie

Indexvanaugustus2025

 

Ingeval van een negatieve index wordt de laatst geldende prijs aangerekend.

 

Artikel 4: Wijze van inning

De betaling van de retributie dient contant te gebeuren, elektronisch of eventueel via overschrijving:

• vooraleer het document wordt afgeleverd of op het ogenblik van de aanvraag, indien het document niet onmiddellijk kan worden afgeleverd;

• bij het afleveren van de dienstverlening.

 

Er wordt kosteloos een ontvangstbewijs van de betaalde som afgeleverd.

 

Artikel 5: Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026.

 

Artikel 6: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd.  Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Retributiereglement begraafplaatsen

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

 

        Juridische gronden

Artikel 41, 162 en 170 §4 van de Grondwet;

Wet van 28/01/1975 betreffende de gemeentebelastingen op het lijkenvervoer;

Artikel 40 §3 van het Decreet over het lokaal bestuur;

Decreet van 16/01/2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en latere wijzigingen;

Omzendbrief van de Vlaamse Regering betreffende de gemeentefiscaliteit dd. 15 februari 2019;

Het besluit van 14/05/2004 van de Vlaamse regering tot de organisatie, inrchting en beheer van begraafplaatsen en crematoria, gewijzigd bij het besluit van 02/12/2005;

Omzendbrief BB 2006/03 van 10/03/2006 betreffende de toepassing van het decreet van 16/01/2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en uitvoeringsbesluiten;

Omzendbrief KB ABB 2019/02 over de gemeentefiscaliteit.

 

        Aanleiding, doel en feitelijke motivering

Er wordt een retributie geheven op het begraven, ontgraven en herbegraven om de inrichting en het onderhoud van de gemeentelijke begraafplaatsen en de administratieve opvolging ervan betaalbaar te houden voor de gemeente. Door middel van een specifieke retributie levert de aanvrager een bijdrage in de kosten;

 

Om ook niet-inwoners voldoende te laten bijdragen in het onderhoud van de begraafplaatsen en om in de toekomst voldoende plaats beschikbaar te houden voor de inwoners van de gemeente zelf wordt met deze retributie ten aanzien van hen een verhoogde financiële bijdrage gevraagd.

 

        Financiering

De ontvangsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan  

 

Besluit:

Met 18 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil en Jos Savenberg), 9 onthoudingen (Klaas Slootmans, Patience N'Kamba, Peter Deboeck, Rudy Demol, Egon Deyaert, Kurt Moons, Martin Laruelle, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1: Toepassingsgebied

Ingaandeop1januari2026eneindigendop 31december2031wordteenretributie geheven  op:

 

        debegravingvangecremeerdeenniet-gecremeerdelichamen

        ontgravingenvanstoffelijkeoverblijfselenenhetopgravenen/ofoverbrengenvanasurnen

        verblijfinhetgemeentelijkelijkenhuis

 

Artikel 2: Retributieplichtige

Deretributieisverschuldigddoor:

 

        denatuurlijkeofrechtspersoondieaangiftedoetvanhetoverlijdenvanbetrokkenpersoon

        degenediedemachtigingtotontgravingvraagt

         de aanvrager of persoon die voor de begraving instaat, hetzij bij uitdrukkelijke aanvraag tot vervoervanhetstoffelijkoverschotnaarhetgemeentelijklijkenhuis,hetzijingevalvanverplichtvervoernaarhet  gemeentelijklijkenhuis tervrijwaringvandeopenbaregezondheid.

 

Artikel 3: Tarieven

Niet-geconcedeerdegrondopgemeentelijkebegraafplaatsennatuurbegraafplekvoor  nietinwoners:

 

begravingvan gecremeerd enniet-gecremeerdlichaam

336,35 euro

asverstrooiing

336,35 euro

 

Grafconcessiestoegestaanvooreenperiodevan30jaar:

 

begravinginvollegrond(maximum3personen)

703,30 europerkist

550,40europerasurne

begravingingrafkelder(maximum 3personen)

 

550,40europer kist of asurne

 

 

bijplaatsenincolumbarium(maximum3personen)

 

550,40europerasurne

 

Bij hernieuwing van de concessie zoals bepaald in het huishoudelijk reglement betreffende degrafconcessies,wordtdeprijsvandehernieuwdeconcessieverminderdmeteenbedraginverhoudingtotdenogte lopentijdvan deoorspronkelijkeconcessieperiode.

 

Bijdebegravingeningrafkeldersmet2of3plaatsenwordtdeprijsvandeconcessieverhoogdmetdekostprijsvande grafkelders gebouwdop initiatief enondertoezicht vanhet gemeentebestuur.

Dezekostprijswordtvastgelegdalsvolgt:

 

vooreengewonegrafkeldermet2plaatsen

1394,35 euro

vooreengewonegrafkeldermet3plaatsen

1547,25 euro

vooreengrafkeldervoorasurnemet2plaatsen

703,30 euro

voor eengrafkeldervoorasurnemet3plaatsen

776,70 euro

 

Voor niet-inwoners van de gemeente Beersel wordt het tarief van de concessie verdrievoudigd, metuitzonderingevenwelvoorwatbetreftdepersonendieopdezelfdebasiswordengeplaatstalsingeschrevenen van de gemeente, zoals bepaald in de politieverordening op de begraafplaatsen engraven.

 

Wanneerdooreeninwonervandegemeenteeenconcessieaanvraagwordtgedaanvoor ascendenten,descendenten en bloedverwanten tot de tweede graad, niet-inwoners van de gemeente Beersel op hetogenblik van de aanvraag, en de aanvrager bovendien zelf van deze concessie gebruik zal maken bijzijn overlijden, wordt de aanvraag geacht van rechtswege te zijn gedaan voor personen inwoners vandegemeente.

 

naamplaatjes

 

Hetgemeentebestuurvoorzietnaamplaatjesvoor:

 

        denisincolumbarium ophetnieuwegedeeltevandegemeentelijkebegraafplaatsvan   Beersel

        voordestrooiweideendenatuurbegraafplek

        voordefoetusweide

 

Kostprijsvanhetnaamplaatje:85,62 euro.

 

gestandaardiseerde steen

 

Hetgemeentebestuurvoorzieteengestandaardiseerdesteenvoor:

 

defoetusweide

85,62 euro

eenniet-uniformegrafdatnietvoorzienwordtvaneengrafzerk

97,85euro

eenuniformgraf

85,62 euro

 

ontgraving

 

Voortoezichtenadministratieveafhandelingopontgravingenwordteenretributie geheven  van:

 

perontgravingvanéénperceel

134,54 euro

per ontgraving en verplaatsing van één of meerdere urnen uit

een colombarium of  urnenkelder

67,28 euro

 

verblijf in het lijkenhuis

 

Het verblijf van lichamen in het lijkenhuis geeft aanleiding tot het betalen van een vergoeding.

Hetbedragvandezeretributiewordt vastgesteldop42,81 europerdag.

 

Indexering

 

Detarievenwordenjaarlijks(vanafdeeersteverjaardagvanhetreglement)per1januarigeïndexeerd(consumptieprijsindex)volgens deformule:

 

Basisvergoedingx indexmaandaugustus vanhetjaarvoorafgaandaandeindexatie

Indexvanaugustus 2025

 

Ingevalvaneennegatieveindexwordtdelaatstgeldendeprijsaangerekend.

 

Artikel 4: Wijze van inning

Deretributiedientcontantbetaaldtewordenbijdedienstburgerlijkestand:

 

        ophetogenblikvandeaanvraagtotbegravenofasverstrooiing

        bijaanvraagtotverlengingvandeconcessie

        bij aanvraag van een naamplaatje of gestandaardiseerde steen

        bij aanvraag tot ontgraving

 

 

Artikel 5: Vrijstelling

        Deretributieop begravenisnietverschuldigddoor inwonersvandegemeenteenhungelijkgestelden(conformhethuishoudelijk reglement   op de begraafplaatsen)voor:

 

        begravingvanniet-gecremeerdlichaam inniet-geconcedeerdegrond;

        asverstrooiing;

        bijplaatseninnis-incolumbariumvoor10jaar;

        begravingvanasurneinniet-geconcedeerdegrond.

 

        De retributie op begraven op ereperk oud-strijders is niet verschuldigd door:

 

        Belgischemilitairenvanwelkerangookdiedaadwerkelijkgestredenhebben;

        personen die de hoedanigheid bezitten van agent of helper van inlichtings- en actiediensten, verzetslid, krijgsgevangene, politieke gevangene, gedeporteerde, werkweigeraar alsmede de rechthebbende ophet genot van één van de van de wettelijke of reglementaire bepalingen houdende toekenning van eenpensioen voorinvaliditeittewijtenaan oorlogsfeitenofdaarmeegelijkgestelde feiten.

 

        Deretributietotontgravingisnietverschuldigdvoor:

 

        deontgravingendieopbevelvanderechterlijkeoverheidgedaan worden;

        deontgravingengenoodzaaktdoorhetoverbrengenvaneenoudopeennieuwkerkhofvanstoffelijkeoverschotten diewerden begravenineen geconcedeerdegrond;

        deontgravingenvandevoorhetvaderlandgestorvenmilitairenenburgers.

 

        De retributie bij verblijf van een stoffelijk overschot in het gemeentelijk lijkenhuis ingevolge eengerechtelijkebeslissing.

 

Artikel 6: Inwerkingtreding

Dit reglement treedtinwerkingop01/01/2026.

 

Artikel 7: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd.  Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Retributiereglement betalend parkeren

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

        Juridische gronden

Artikel 173 van de Grondwet

Artikel 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 288 en 326 t.e.m. 335 van het Decreet over het lokaal bestuur

Omzendbrief van de Vlaamse Regering betreffende de gemeentefiscaliteit dd. 15 februari 2019

M.B. van 7 mei 1999 betreffende de parkeerkaart voor personen met een handicap en latere wijzigingen.

 

        Aanleiding, doel en feitelijke motivering

Het reglement beoogt het parkeren van een motorvoertuig op plaatsen waar parkeren toegelaten is, dit zowel op openbaar domein als op privaat domein met publiek karakter, en waar het regelmatig gebruik van de parkeerautomaten of een ander systeem van betalend parkeren verplicht is. Momenteel is dit enkel van toepassing op het Winderickxplein en dit tijdens de openingsuren van de meeste handelszaken;

 

Het betalend parkeren zorgt voor een snelle rotatie, waardoor er steeds voldoende parkeerplaatsen ter beschikking zijn voor klanten van de lokale handelszaken. Bewoners hebben op wandelafstand gratis alternatieven;

 

De noodzaak van dekking van de verplichte en facultatieve uitgaven van de gemeente en van een begroting in evenwicht.

 

        Financiering

De ontvangsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan  

 

Besluit:

Met 18 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil en Jos Savenberg), 9 onthoudingen (Klaas Slootmans, Patience N'Kamba, Peter Deboeck, Rudy Demol, Egon Deyaert, Kurt Moons, Martin Laruelle, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1: Toepassingsgebied

Er wordt een retributie geheven op het parkeren van motorvoertuigen op plaatsen waar parkerentoegelaten is, dit zowel op openbaar domein als op privaat domein met publiek karakter, en waar hetregelmatig gebruik van de parkeerautomaten of een ander systeem van betalend parkeren verplicht is,ingaandeop1 januari 2026eneindigend op31 december 2031.

 

Artikel 2: Retributieplichtige

Deretributieisverschuldigddoordehoudervandenummerplaat.

 

Artikel 3: Tarief

De retributie is verschuldigd van zodra het voertuig geparkeerd is. Het bedrag van de retributie wordt als volgt vastgesteld:

De eerste 20 minuten zijn gratis, het nemen van een parkeerticket is verplicht.

 

Tarief1

Debestuurderdiezonderanderetijdsbeperkingwenstteparkeren,kanindevoormiddag(van9utot13u.30), en/of in de namiddag (van 13u.30 tot 18u.) parkeren op de plaatsen met parkeermeters ofparkeerautomaten,tegen betalingvaneenretributievan30,58 euro perhalvedag.

 

Tarief2

Bestuurdersdieopterenvooreenbepaaldeparkeerduurbetalen0,12europerzesminuten(meteenmaximum parkeerduur vantweeuur).

 

 

Het tarief wordt jaarlijks (vanaf de eerste verjaardag van het reglement) per 1 januari geïndexeerd(consumptieprijsindex)volgensdeformule:

 

Basisvergoeding x index maand augustus van het jaar voorafgaand aan de indexatie

Indexvan augustus2025

 

Ingevalvaneennegatieveindexwordtdelaatstgeldendeprijsaangerekend.

 

Het vooraf aan de parkeerautomaat of parkeermeter aangekochte parkeerticket moet door debestuurder op een zichtbare wijze achter de voorruit van het voertuig worden aangebracht. Indiengeen geldig ticket of een parkeerkaart voor mensen met een handicap duidelijk zichtbaar op dewettelijkevoorzieneplaats ophetvoertuigisaangebracht,ofwanneerdeparkeertijdmetmeerdan5minutenverstrekenis,wordtdegebruikervandeparkeerplaatsgeachtteopterenvoortarief1.

 

Artikel 4: Vrijstellingen

   Opzondagen,wettelijkefeestdagen en11juliisgeenretributieverschuldigd.

   Het parkeren van voertuigen gebruikt door personen met een handicap is gratis. Het statuut van“persoon met een handicap” wordt beoordeeld op het ogenblik van het parkeren door hetaanbrengen op een zichtbare plaats achter de voorruit van het voertuig van de kaart uitgereiktovereenkomstighetMB van 07/05/1999 en latere wijzigingen.

   Hetparkerenvandienstvoertuigenvandepolitie,brandweerendeoverigeveiligheidsdiensten,evenalsdedienstvoertuigen van degemeentedienstenisgratis.

   HetparkerenvanvoertuigenvanB-Postisgratis.

 

Artikel 5: Wijze van inning

Tarief 1: de retributie wordt betaald aan de concessienemer, binnen de 5 dagen na ontvangst van hetretributiebewijs.

 

Tarief 2: de retributie wordt elektronisch (niet contant) betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs.Datkanviasmsof meteenbankkaartaan deparkeerautomaat.

 

Bij toepassing van artikel 3 ontvangt de houder van de nummerplaat, die de forfaitaire retributie (tarief 1) niet betaald heeft binnen de voorgeschreven termijn, een aanmaning. Hiervoor zullen geen bijkomende dossierkosten worden aangerekend.

Nadat de aanmaning/herinnering is verstuurd, moet er rekening worden gehouden met een periodevan 14 kalenderdagen, die ingaat op de derde werkdag na de dag waarop de herinnering isverstuurd.

Indien de houder van de nummerplaat alsnog nalaat te betalen, wordt een forfaitaire vergoeding van  20 euro toegepast. Het dossier wordt voor invordering overgemaakt aan een gerechtsdeurwaarder, die een ingebrekestelling stuurt. In geval van niet-betaling, wordt de invordering verder gezet via gerechtelijke weg. In voorkomend geval vallen de kosten, rechten en uitgaven gemaakt voor de invordering van de verschuldigde bedragen ten laste van de schuldplichtige van de retributie en zullen deze toegevoegd worden aan het initieel verschuldigd bedrag (bedrag van de retributie en administratieve kosten) door de debiteur.

 

Artikel 6: Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

Artikel 7: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd.  Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Retributiereglement op terbeschikkingstelling van elektriciteit op markten, vaste constructies op het openbaar domein, ambulante handel, kermissen en evenementen

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

      Juridische gronden:

De Grondwet, artikelen 41, 162 en 170, §4;

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335;

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit.

 

        Aanleiding, doel en feitelijke motivering:

Het is noodzakelijk om via deze retributie de nodige ontvangsten te realiseren voor de financiering van de uitgaven van de gemeente Beersel; 

De gemeente heeft verspreid over haar grondgebied een aantal elektriciteitskasten staan om ter beschikking te stellen van gebruikers naar aanleiding van markten, kermissen en andere evenementen. Deze terbeschikkingstelling van elektriciteitskasten aan derden brengt voor de gemeente kosten mee, dewelke worden doorgerekend aan de effectieve gebruiker; 

Om de kosten van de verbruikers te beperken zal hen enkel de reële kost voor de gemeente Beersel doorgerekend worden;

Overwegende de jaarmarkt van de gemeente Beersel een sociaal-cultureel evenement en volksgebeuren is dat de samenhorigheid van de gemeente ten goede komt;

Overwegende de jaarmarkt van de gemeente aantrekkelijk te houden wordt er hiervoor een vrijstelling voorzien.

 

        Financiering:

Deontvangstenzijnvoorzieninhetfinancieelmeerjarenplan  

 

Besluit:

Met 19 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil, Martin Laruelle en Jos Savenberg), 8 onthoudingen (Klaas Slootmans, Patience N'Kamba, Peter Deboeck, Rudy Demol, Egon Deyaert, Kurt Moons, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1: Toepassingsgebied

Er wordt een retributie geheven op het ter beschikking stellen van elektriciteit voor markten, vaste constructies op het openbaar domein, ambulante handel, kermissen en evenementen ingaand op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031

 

Artikel 2: Voorwaarden en aanvraagprocedure

De gemeente stelt aan de marktkramer, exploitant van een vaste constructie op het openbaar domein  ambulante handelaar, foorexploitant, vereniging of organisatie een vaste gemeentelijke aansluitkast ter beschikking voor elektriciteitsleveringen in laagspanning op een openbare plaats op haar grondgebied, ten behoeve van marktactiviteiten (wekelijkse markt, jaarmarkt), exploitaties van een vaste constructie op het openbaar domein ambulante handel, foorattracties en allerlei evenementen (braderie, kerstmarkt, concert, feest).

De marktkramer, exploitant van een vaste constructie op het openbaar domein, ambulante handelaar, foorexploitant, vereniging of organisatie mag deze kast niet voor andere doeleinden en ook niet ten behoeve van derden aanwenden.

 

Het college van burgemeester en schepenen dient vooraf zijn toestemming te geven voor elke toegang tot de gemeentelijke aansluitkast.

 

Volgende gegevens dienen te worden overgemaakt:

- identiteit/adres/telefoonnummer/e-mailadres van de aanvrager

- aard van de activiteit

- locatie van de activiteit

- vermogen in Watt

- tijdstip en periode van gebruik (aantal dagen en uren )

 

De kandidaat-energiegebruiker kan voor alle inlichtingen terecht op de technische dienst van de gemeente (02 359 15 70 – loods.info@beersel.be).

  

Artikel 3: Tarief

De retributie wordt berekend op basis van het vermogen in Watt en de duur (dagen en uren) dat de aanvrager aan de gemeentelijke dienst meegedeeld heeft. Het vermogen in Watt wordt dan herleid naar kWh. Als tarief per kWh wordt het jaargemiddelde in euro gehanteerd dat de gemeente Beersel aangerekend wordt. De facturatie gebeurt 1 maal per kalenderjaar.

 

 

Artikel 4: Retributieplichtige

De retributie is verschuldigd door de aanvrager.

 

Artikel 5: Vrijstellingen

De standhouders op de in de gemeente georganiseerde jaarmarkten zijn vrijgesteld van retributie.

 

Artikel 6: Wijze van inning

De retributie is verschuldigd bij elke toekenning van een toelating tot de gemeentelijke aansluitkast. De aanvrager zal hiertoe een uitnodiging tot betaling ontvangen vanwege het gemeentebestuur Beersel.

De uitnodiging tot betaling voor de wekelijkse markt, exploitant van een vaste constructie op het openbaar domein en ambulante handel wordt na het einde van elk kalenderjaar opgestuurd. Eenmalig gebruik wordt na de activiteit gefactureerd.

  

Bij laattijdige betaling kan de toelating voor het gebruik van een gemeentelijke aansluitkast ingetrokken worden of geweigerd bij nieuwe aanvraag.

 

Artikel 7: Betaaltermijn

De retributie moet betaald worden binnen de 30 dagen na de verzending van de factuur.

 

Artikel 8: Inwerkingtreding

De aanpassing van de retributie geheven op het ter beschikking stellen van elektriciteit voor markten, vaste constructies op het openbaar domein, ambulante handel, kermissen en evenementen gaat in op 1 januari 2026 en eindigt op 31 december 2031.

 

Artikel 9: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd. Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Retributiereglement hakselen en ophalen van snoeiafval

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

        Juridische gronden:

De Grondwet, artikelen 41, 162 en 170, §4;

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335;

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit.

  

        Aanleiding, doel en feitelijke motivering:

Het is noodzakelijk om via deze belasting de nodige ontvangsten te realiseren voor de financiering van de uitgaven van de gemeente Beersel.

 

Het verhakselen en ophalen van snoeiafval is een tijdrovende en intensieve bezigheid voor de gemeentelijke diensten;

 

Het gaat om een dienst die wordt verricht aan een derde en op diens vrijwillig verzoek, zodanig dat het passend is om hiervoor een billijke vergoeding tegen kostprijs aan te rekenen;

 

        Financiering

Deontvangstenzijnvoorzieninhetfinancieelmeerjarenplan  

 

Besluit:

Met 19 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil, Martin Laruelle en Jos Savenberg), 8 onthoudingen (Klaas Slootmans, Patience N'Kamba, Peter Deboeck, Rudy Demol, Egon Deyaert, Kurt Moons, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1: Belastbaar feit

Voor een termijn ingaande op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributiegehevenophethakselenenophalenvansnoeiafval.

 

Artikel 2: Belastingplichtige

Deretributieisverschuldigddoorde persoon diezichheeftingeschreven.

 

Artikel 3: Aanvraagprocedure en -termijn

De hakselcampagne gaat jaarlijks door in het najaar. De exacte data en voorwaarden zullen jaarlijksverspreidwordenviaRondenbosmagazineengemeentelijkewebsite.

 

De inschrijver richt de aanvraag via mail (loods.info@beersel.be) of telefonisch (02 359 15 70) aan detechnische uitvoeringsdiensten, uiterlijk vrijdagmiddag voor aanvang van de hakselcampagne in debetrokkendeelgemeente.

Ingeval er een aanvraag wordt gedaan voor het ophalen van snoeiafval afkomstig van meerdereaangelanden en welke wordt verzameld op één centrale plaats, zal de globale afrekening wordenverstuurdnaar dehoofdinschrijverofdiegenediedeaanvraagtelefonischheeftgedaan.

 

Artikel 4: Voorwaarden en veiligheid

Hette versnipperensnoeihoutmoet aandevolgendevoorwaardenvoldoen:

 

        Minimumlengte1m en maximaal4 m;

        Diameterminimum 3cmen maximaal15cm;

        Destukkenmogenniet verkleindworden;

        Hetkleinesnoeihoutmoet samengebondenworden;

        Hetmoetvanaf deeerstedagvan decampagne aanderandvandewegklaarliggen;

        Detakken moeten in dezelfderichtingwordengestapeld,vandiknaardun;

        Het snoeisel mag niet gestapeld worden boven of in de onmiddellijke nabijheid van de kastjesvankabeldistributie,Belgacom(Proximus),Telenet,enz…

        Alleensnoeihoutuiteigentuinwordtmeegenomen;

        Alleen snoeihout zonder nagels, krammen, bladeren, gras, bramen, netels of allerhande vuil; Het snoeihout moet vrij van wortels zijn. De wortels worden niet meegenomen.

 

Artikel 5: Berekeningsgrondslag en tarief

indien desnippersterplaatseblijven.

55,05 /uur

indien de snippers dienen meegenomen teworden

94,18 €/uur

 

 

De tarieven vermeld in dit reglement worden jaarlijks (vanaf de eerste verjaardag van het reglement)per 1januarigeïndexeerd(consumptieprijsindex)volgensdeformule:

 

Basisvergoedingxindexmaandaugustusvanhetjaarvoorafgaandaandeindexatie

Index van augustus 2025

 

 

Ingevalvaneennegatieve indexwordtdelaatstgeldendeprijsaangerekend.

 

Per inschrijver wordt er maximaal 1 uur gehakseld. Dit uur wordt geteld vanaf aankomst bij de inschrijver tot vertrek vanbeidetractoren.

 

De werkmannen noteren ter plaatse hoe lang er gewerkt wordt, met een maximum van 1 uur. Alleinschrijversontvangenachterafeenbriefmetdepreciezeafrekeningeneenoverschrijvingsformulier.

 

Alle snoeihout dat binnen het tijdsbestek van 1 uur niet kon verhakseld worden, dient door deinschrijver binnende48uverwijderdteworden.

 

Erzullen ook kostenaangerekendworden indien:

 

        Hetsnoeiselnietaanwezigwasnainschrijving(58,92 €/uur)

        Er vreemde voorwerpen in het snoeisel aanwezig waren: stenen, metalen voorwerpen, grond,draden, afsluitingen, enz …, waardoor er schade wordt aangebracht aan de hakselmachine(gepresteerde werktijd volgens tarief vermeld in artikel 5 + reële kostprijs van de schade). Deretributieplichtige kan bezwaar indienen tegen deze schadevergoeding bij de burgerrechtelijke  rechtbank.

 

Als het snoeihout niet kan versnipperd worden en gebruikt worden door onze diensten en als aan debovenvernoemde voorwaarden niet wordt voldaan, zal het snoeihout niet worden meegenomen. Deinschrijver krijgthiervanmeteeneen verwittiging indebrievenbus.

 

Artikel 6: Wijze van inning

Deretributiewordtingevorderdviaeenschrijvenmetdepreciezeafrekeningenoverschrijvingsformulier.

 

Artikel 7: Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026.

 

Artikel 8: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd.  Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Retributiereglement voor kosten van niet-fiscale vorderingen

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

        Juridische gronden:

het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019;

het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB92)

het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, inzonderheid artikel 177. 

  

        Aanleiding, doel en feitelijke motivering:

In het kader van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen maakt de gemeente in de diverse stadia van de invorderingsprocedure administratieve kosten;

 

Wanneer het vermijdbare kosten betreft die de belastingplichtige door eigen nalatigheid of inertie heeft veroorzaakt is het logisch dat de debiteur zelf de gevolgen draagt van zijn handelen of het gebrek daaraan. Het kan niet de bedoeling zijn dat de gemeente en onrechtstreeks andere belastingplichtigen meebetalen voor de extra kosten die een invordering van een schuld vergt;

 

Een burger die van goede wil is maar betalingsmoeilijkheden ondervindt, zal steeds de kans krijgen om een betalingsregeling af te spreken. De financieel directeur is steeds bereid om een afbetalingsplan toe te staan wanneer de debiteur blijk geeft van goede trouw en een redelijke termijn wordt voorop gesteld.

 

        Financiering

De ontvangsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan.

 

Besluit:

Met 18 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil en Jos Savenberg), 9 onthoudingen (Klaas Slootmans, Patience N'Kamba, Peter Deboeck, Rudy Demol, Egon Deyaert, Kurt Moons, Martin Laruelle, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Afdeling I – Algemene bepalingen

 

Artikel 1: Voor de jaren 2026 tot en met 2031  wordt een retributie geheven voor de kosten verbonden aan de invordering van niet-fiscale vorderingen.

 

Artikel 2: De niet-fiscale vorderingen in dit reglement omvatten alle vorderingen ontstaan met ingang van 1 januari 2016. 


Het gaat om vorderingen uit hoofde van opgelegde retributies, GAS-boetes (in het kader van de invordering conform art. 1024 Gerechtelijk Wetboek), schadevergoedingen, vorderingen uit hoofde van een gerechtelijke uitvoerbare titel en terugvorderingen van ten onrechte betaalde bedragen. 


Indien de debiteur de onbetwiste vordering niet betaalt binnen de wettelijke bepaalde vervaltermijn, worden de hieronder bepaalde retributies aangerekend ingeval de in die artikelen vermelde acties worden ondernomen met het oog op de invordering van de schuld.

 

Afdeling II – Kosten voor een tweede en derde aanmaning en aanmaning na niet-naleving van een afbetalingsplan

 

Artikel 3: Indien de debiteur niet betaalt binnen de termijn voorzien in de gratis eerste aanmaning, wordt telkens een kost van € 10,00 aangerekend voor de verzending van een tweede en een derde aanmaning. Indien een debiteur een afbetalingsplan krijgt en dit vervolgens niet nakomt wordt hem een aanmaning gestuurd. Voor deze aanmaning wordt een kost van € 10,00 aangerekend.

 

Bij een globale invordering wordt slechts éénmaal een kost aangerekend op de oude vordering.

 

Afdeling III – Kosten voor de grensoverschrijdende invordering van fiscale vorderingen

 

Artikel 4: Voor de grensoverschrijdende invordering van onbetaalde niet-fiscale vorderingen waarvoor de gemeente beroep doet op een derde, komt het bedrag van de retributie overeen met de incasso- en administratiekosten die de derde hiervoor aan de gemeente doorrekent, vermeerderd met € 50,00. De retributie is verschuldigd van zodra het dossier aan de derde wordt overgemaakt.

 

Afdeling IV - Kosten voor verdere gedwongen uitvoering

 

Artikel 5:Opmaak dwangbevel 

Wanneer de debiteur niet overgaat tot betaling van de volledige schuld, kosten en intresten inbegrepen, kan de financieel directeur overgaan tot opmaak van een dwangbevel met het oog op betekening door een gerechtsdeurwaarder. Voor het aanmaken van dit dwangbevel dan wel het overmaken van een dossier aan de gerechtsdeurwaarder, wordt een kost van € 20,00 aangerekend.

 

Bij een globaal dwangbevel wordt slechts éénmaal een kost aangerekend voor de opstart van een deurwaardersdossier

 

Artikel 6: Gedwongen uitvoering

Indien na betekening van een dwangbevel de debiteur nog steeds in gebreke blijft, kan de financieel directeur volgende stappen nemen in gedwongen uitvoering en invordering. Hiervoor wordt telkens de overeenstemmende kost opgegeven. Deze kost wordt aangerekend bovenop de eventuele gerechtskosten en gerechtsdeurwaarderskosten en reële kosten die op grond van de wettelijke regelingen worden doorgerekend aan de debiteur.

 

6.1. derdenbeslag, het beslag wordt aangetekend aangekondigd nadat opzoekingen werden verricht om een derde-schuldenaar van de debiteur te vinden en vervolgens overgemaakt aan de gerechtsdeurwaarder. Er wordt een kost van €50,00 aangerekend.

 

6.2. het nemen van een hypothecaire inschrijving indien de debiteur een onroerend goed bezit, hieraan gaan uitgebreide opzoekingen vooraf: de effectief betaalde kost aan het kantoor rechtszekerheid wordt doorgerekend, vermeerderd met €50,00 administratieve kosten per hypotheekinschrijving;

 

Artikel 7:Samenvattende tabel

 

2de aanmaning

€ 10,00

 

3de aanmaning

€ 10,00

 

aanmaning bij niet-naleven afbetalingsplan

€ 10,00

 

grensoverschrijdende invordering

€ 50,00

 

opmaak dwangbevel

 

€ 20,00

 

derdenbeslag

€ 50,00

 

nemen hypothecaire inschrijving

€ 50,00

 

  

Artikel 8: Inwerkingtreding 

Dit reglement treedt in werking 1 januari 2026.

 

Artikel 9: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd.  Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Retributiereglement kosten van fiscale vorderingen

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

        Juridische gronden:

het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019;

het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB92)

het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, inzonderheid artikel 177. 

 

        Aanleiding, doel en feitelijke motivering:

In het kader van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen maakt de gemeente in de diverse stadia van de invorderingsprocedure administratieve kosten.

 

Wanneer het vermijdbare kosten betreft die de belastingplichtige door eigen nalatigheid of inertie heeft veroorzaakt is het logisch dat de debiteur zelf de gevolgen draagt van zijn handelen of het gebrek daaraan. Het kan niet de bedoeling zijn dat de gemeente en onrechtstreeks andere belastingplichtigen meebetalen voor de extra kosten die een invordering van een schuld vergt;

 

Een burger die van goede wil is maar betalingsmoeilijkheden ondervindt, zal steeds de kans krijgen om een betalingsregeling af te spreken. De financieel directeur is steeds bereid om een afbetalingsplan toe te staan wanneer de debiteur blijk geeft van goede trouw en een redelijke termijn wordt voorop gesteld.

 

        Financiering

De ontvangsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan.

 

Besluit:

Met 18 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil en Jos Savenberg), 9 onthoudingen (Klaas Slootmans, Patience N'Kamba, Peter Deboeck, Rudy Demol, Egon Deyaert, Kurt Moons, Martin Laruelle, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Afdeling I – Algemene bepalingen

 

Artikel 1:

Voor de dienstjaren 2026 tot en met 2031 wordt een retributie geheven voor de kosten verbonden

aan de invordering van fiscale vorderingen.

 

Artikel 2:

De fiscale vorderingen in dit reglement omvatten alle belastingen gevestigd met ingang van 1 januari

2026.

 

Indien de debiteur de vordering niet betaalt binnen de wettelijke bepaalde vervaltermijn, worden de

hieronder bepaalde retributies aangerekend ingeval de in die artikelen vermelde acties worden ondernomen met het oog op de invordering van de schuld.

 

Afdeling II – Kosten voor een tweede en derde aanmaning en aanmaning na niet-naleving van een afbetalingsplan

 

Artikel 3:

Indien de debiteur niet betaalt binnen de termijn voorzien in de gratis eerste aanmaning, wordt telkens een kost van € 10,00 aangerekend voor de verzending van een tweede en een derde aanmaning.

 

Indien een debiteur een afbetalingsplan krijgt en dit vervolgens niet nakomt wordt hem een aanmaning gestuurd. Voor deze aanmaning wordt een kost van € 10,00 aangerekend.

 

Afdeling III – Kosten voor de grensoverschrijdende invordering van fiscale vorderingen

 

Artikel 4:

Voor de grensoverschrijdende invordering van onbetaalde fiscale vorderingen waarvoor de gemeente beroep doet op een derde, komt het bedrag van de retributie overeen met de incasso- en

administratiekosten die de derde hiervoor aan de gemeente doorrekent, vermeerderd met € 50,00. De retributie is verschuldigd van zodra het dossier aan de derde wordt overgemaakt.

 

Afdeling IV - Kosten voor verdere gedwongen uitvoering

 

Artikel 5: Opmaak fiscaal dwangschrift

Wanneer de debiteur niet overgaat tot betaling van de volledige schuld, kosten en intresten inbegrepen, kan de financieel directeur overgaan tot opmaak van een dwangschrift met het oog op betekening door een gerechtsdeurwaarder.

 

Voor het aanmaken van dit dwangschrift wordt een kost van € 20,00 aangerekend.

 

Artikel 6: Gedwongen uitvoering

 

Indien na betekening van een fiscaal dwangschrift de debiteur nog steeds in gebreke blijft, kan de financieel directeur volgende stappen nemen in gedwongen uitvoering en invordering. Hiervoor wordt telkens de overeenstemmende kost opgegeven. Deze kost wordt aangerekend bovenop de eventuele gerechtskosten en gerechtsdeurwaarderskosten en reële kosten die op grond van de wettelijke regelingen worden doorgerekend aan de debiteur.

 

6.1 Fiscaal derdenbeslag: het beslag wordt aangetekend verzonden aan een derde, schuldenaar van de debiteur en tevens aangezegd aan de debiteur zelf. Er wordt een kost van €50,00 aangerekend.

 

6.2 Het nemen van een hypothecaire inschrijving: indien de debiteur een onroerend goed bezit, hieraan gaan uitgebreide opzoekingen vooraf: de effectief betaalde kost aan het kantoor rechtszekerheid wordt doorgerekend, vermeerderd met €50,00 administratieve kosten per hypothecaire inschrijving.

 

Artikel 7: Samenvattende tabel

 

2de aanmaning

€ 10,00

 

3de aanmaning

€ 10,00

 

aanmaning bij niet-naleven afbetalingsplan

€ 10,00

 

grensoverschrijdende invordering

€ 50,00

 

opmaak dwangschrift

 

€ 20,00

 

fiscaal derdenbeslag

€ 50,00

 

nemen hypothecaire inschrijving

€ 50,00

 

 

Artikel 8: Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

Artikel 9: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd.  Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Retributiereglement ophalen van huishoudelijke en daarmee gelijkgestelde afvalstoffen

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

        Juridische gronden

Artikel 173 van de Grondwet;

Artikel 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 288 en 326 t.e.m. 335 van het Decreet over het lokaal bestuur;

Omzendbrief van de Vlaamse Regering betreffende de gemeentefiscaliteit dd. 15 februari 2019;

Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen;

Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams Reglement betreffende het duurzaam beheer van Materiaalkringlopen en Afvalstoffen (VLAREMA);

Voorstel van de Raad van Bestuur Intradura van 13 november 2025;

Lokaal Materialenplan 2023-2030.

 

        Aanleiding, doel en feitelijke motivering

Ter bescherming van het leefmilieu is het noodzakelijk het huishoudelijk afval tot een minimum te  beperken en het afval maximaal selectief te verzamelen.

 

De kosten van inzameling, hergebruik, recyclage, nuttige toepassing en verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen wegen zwaar door op de gemeentelijke financiën. Voor een gezond financieel evenwicht wordt dan ook een contantbelasting geheven op de aanbieder van de huisvuilrecipiënten.

 

De gemeente is aangesloten bij Intradura die werd opgericht op 27 april 2017.

 

De huis-aan-huis inzameling van restafval, gebeurt door middel van intergemeentelijke restafvalzakken. Groente-, fruit- en tuinafval wordt ingezameld via intergemeentelijke GFT-zakken. Plastic en metalen verpakkingen en drankkartons worden ingezameld via PMD-zakken.

 

Sinds de invoering van de intergemeentelijke afvalzakken op 1 januari 2021, bleef de prijs ongewijzigd. De algemene prijsstijging (inflatie) bedraagt sinds die datum gemiddeld 20 à 23% (bron: Statbel -consumptieprijsindex).

 

De nota 24 van de Raad van Bestuur van 11 september 2025 betreffende de indexatie van de verkoopprijs van de afvalzakken;

 

De principiële goedkeuring op 3 oktober 2025 door de Vlaamse Regering van het programmadecreet begroting 2026 met de beslissing om vanaf 1 januari 2026 zowel het tarief voor het verbranden van bedrijfsafval als huishoudelijk afval naar 32 euro per ton te verhogen vanaf 1 januari 2026, waarbij dit het nieuwe basistarief is en jaarlijks geïndexeerd zal worden;

 

De plannen van de Vlaamse Regering om de kilometerheffing vrachtwagens fors te verhogen;

 

De gemeentelijke tarieven dienen in voldoende mate de kostendekkendheid van de afvalinzameling te waarborgen en moeten het principe van “de vervuiler betaalt” ondersteunen;

 

        Financiering

De ontvangsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan  

 

Besluit:

Met 19 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil, Martin Laruelle en Jos Savenberg), 4 nee-stemmen (Klaas Slootmans, Peter Deboeck, Rudy Demol en Kurt Moons), 4 onthoudingen (Patience N'Kamba, Egon Deyaert, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1: Toepassingsgebied

Voor de aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031 wordt een retributie geheven op het ophalen van huishoudelijke en daarmee gelijkgestelde afvalstoffen.

 

Artikel 2: Tarief

Artikel 2.1

 

De retributie op het ophalen van huishoudelijke en daarmee gelijkgestelde afvalstoffen wordt als volgt vastgesteld:

* voor de restafvalzak (60l): €2,50/zak

* voor de restafvalzak (30l): €1,25/zak

* voor de restafvalzak (15l): €0,63/zak

 

* voor de GFT-zak (60l):  €1,25/zak

* voor de GFT-zak (30l):  €0,63/zak

* voor de GFT-zak (15l):  €0,31/zak

 

De verkoopprijzen van de restafvalzakken en GFT-afvalzakken worden jaarlijks automatisch geïndexeerd op basis van de consumptieprijsindex, met referentiejaar (“jaar 0”) gelijk aan 1 januari 2026.

De aangepaste prijzen worden vastgesteld met twee cijfers na de komma en afgerond naar het dichtstbijzijnde eurocent volgens de gangbare afrondingsregels.

De nieuwe tarieven treden automatisch in werking op 1 januari van het daaropvolgende jaar.

 

Artikel 2.2

 

De retributie op het ophalen van huishoudelijke en daarmee gelijkgestelde afvalstoffen wordt als volgt vastgesteld:

* voor de PMD-zak (100l): €0,25/zak

* voor de PMD-zak (60l): €0,15/zak

 

Artikel 2.3

 

Eventuele door de hogere overheid opgelegde milieu-of andere heffingen met betrekking tot de afvalverwerking worden automatisch doorgerekend in de prijs van de afvalzakken, met ingang van 1 januari van het jaar volgend op de invoering van de heffing.

 

Artikel 3: Wijze van inning

De personen die gebruik maken van door de gemeente voorgeschreven recipiënten, zijn de contantbelasting verschuldigd bij de aankoop ervan op de door Intradura vastgestelde plaatsen.

 

Artikel 4: Inwerkingtreding

Dit reglement treedtinwerkingop01/01/2026.

 

Artikel 5: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd.  Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Retributiereglement huis-aan-huis ophaling grofvuil op afroep

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

        Juridische gronden

Artikel 173 van de Grondwet;

Artikel 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 288 en 326 t.e.m. 335 van het Decreet over het lokaal bestuur;

Omzendbrief van de Vlaamse Regering betreffende de gemeentefiscaliteit dd. 15 februari 2019;

Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen;

Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams Reglement betreffende het duurzaam beheer van Materiaalkringlopen en Afvalstoffen (VLAREMA).

 

        Aanleiding, doel en feitelijke motivering

Op verzoek van de inwoners wordt het grofvuil aan huis opgehaald. Deze ophaling brengt kosten met zich mee, waarvan het verantwoord is om deze ten laste te leggen van de gebruiker. Daarnaast

verplicht de Vlaamse overheid om het principe “de vervuiler betaalt" toe te passen en legt het Vlarema een prijsvork op die toegepast moet worden.

 

De gemeentelijke tarieven dienen in voldoende mate de kostendekkendheid van de afvalinzameling te waarborgen en moeten het principe van “de vervuiler betaalt” ondersteunen;

 

Door een algemene prijsstijging (inflatie) en enkele bovenlokale beslissingen zoals de aanpassing van de kilometerheffing voor vrachtwagens (details zijn nog niet beschikbaar, maar dit zal een bijkomende impact hebben op inzamel- en transportkosten) en de beslissing van de Vlaamse Regering dat de milieuheffing vanaf 1 januari 2026 verhoogd wordt van €16,26/ton naar €32,00/ton, dient de retributieprijs voor het ophalen en verwerken van grofvuil aan huis te worden aangepast.

 

De voorgestelde aanpassing volgt de adviesprijs van Intradura en streeft naar een stroomlijning binnen het werkingsgebied.

 

De prijs wordt aangepast van € 0,26/kg naar € 0,33/kg.

 

        Financiering

De ontvangsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan  

 

Besluit:

Met 19 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil, Martin Laruelle en Jos Savenberg), 4 nee-stemmen (Klaas Slootmans, Peter Deboeck, Rudy Demol en Kurt Moons), 4 onthoudingen (Patience N'Kamba, Egon Deyaert, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1: Toepassingsgebied

Voor de aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031 wordt een retributie geheven op de huis-aan-huis ophaling van grofvuil op afroep.

De ophaling op afroep zal gebeuren met vrachtwagens voorzien van geijkte weegcellen.

 

Artikel 2: Tarief

De retributie voor de huis-aan-huis ophaling en de verwerking van grofvuil bedraagt €0,33/kg en is verschuldigd door diegene die de ophaling aanvraagt.

 

De retributie wordt jaarlijks automatisch geïndexeerd op basis van de consumptieprijsindex, met referentiejaar (“jaar 0”) gelijk aan 1 januari 2026.

De aangepaste prijzen worden vastgesteld met twee cijfers na de komma en afgerond naar het dichtstbijzijnde eurocent volgens de gangbare afrondingsregels.

De nieuwe tarieven treden automatisch in werking op 1 januari van het daaropvolgende jaar.

 

Eventuele door de hogere overheid opgelegde milieu- of andere heffingen met betrekking tot de afvalverwerking worden automatisch doorgerekend in de prijs van de afvalzakken, met ingang van 1 januari van het jaar volgend op de invoering van de heffing.

 

Artikel 3: Wijze van inning

De betaling van de retributie gebeurt onmiddellijk bij de ophaling van het grofvuil via bancontact of prepaid kaart.

 

Artikel 4: Inwerkingtreding

Dit reglement treedtinwerkingop01/01/2026.

 

Artikel 5: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd.  Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Retributiereglement voor het opvragen van vastgoedinformatie via het Vastgoedinformatieplatform (VIP)

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

        Juridische gronden

Artikel 173, van de Grondwet;

Artikel 40,§3 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;

De artikelen 5.2.1, 5.2.5, 5.2.6 en 5.2.7 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009;

Gelet op artikel 21, eerste lid, van het decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform.

 

        Aanleiding, doel en feitelijke motivering

Notarissen, vastgoedmakelaars, e.a. vragen informatie over onroerende goederen bij de gemeente op;

 

Voor de gemeente is het belangrijk dat potentiële kopers met kennis van zaken een beslissing kunnen nemen over een onroerend goed;

 

Gemeenten zijn reeds jaren op zoek naar mogelijkheden om informatie over onroerende goederen efficiënter en veiliger te delen. Hiervoor gingen de gemeenten een samenwerking aan met Digitaal Vlaanderen om een Vastgoedinformatieplatform te ontwikkelen en om in een testfase te onderzoeken hoe informatie over onroerende goederen op een efficiënte wijze kan worden ter beschikking gesteld;

 

Het Vastgoedinformatieplatform is een elektronisch informatiesysteem voor de ontsluiting, samenvoeging en veilige gegevensdeling van vastgoedinformatie en vastgoeddossiers tussen bronhouders en aanvragers, zoals in eerste instantie notarissen en vastgoedmakelaars;

 

Het Vastgoedinformatieplatform wordt beheerd door het Vlaams Datanutsbedrijf (ook “Athumi” genoemd), zoals geregeld in het decreet over het Vastgoedinformatieplatform;

 

De gemeente kan via het Vastgoedinformatieplatform de door aanvragers aangevraagde vastgoedinformatie  verzamelen in een product en kan dit product met vastgoedinformatie ontsluiten;

 

Het verzamelen en ontsluiten, via het Vastgoedinformatieplatform, van vastgoeddossiers op verzoek van aanvragers, brengt voor de gemeente een administratieve last en bijhorende kost met zich mee, welke idealiter verhaald wordt op de aanvrager.

 

        Financiering

De inkomsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan.

 

Besluit:

Met 18 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil en Jos Savenberg), 9 onthoudingen (Klaas Slootmans, Patience N'Kamba, Peter Deboeck, Rudy Demol, Egon Deyaert, Kurt Moons, Martin Laruelle, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1: Toepassingsgebied

Voor een termijn ingaand op 01 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op het opvragen van vastgoedinformatie via het Vastgoedinformatieplatform.

 

Artikel 2: Definities

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

 

1° vastgoedinformatie: gebouw-, grond- of omgeving gebonden gegevens inzake een onroerend goed, inclusief informatie met betrekking tot het juridische, administratieve of fysieke statuut van dit onroerend goed;

2° lokale gegevensbron: vastgoedinformatie die een gemeente of de rechtspersonen die ervan afhangen, beheert;

3° centrale gegevensbron: vastgoedinformatie die een Vlaamse instantie of een externe overheid beheert;

4° Vastgoedinformatieplatform of VIP: elektronisch informatiesysteem voor de ontsluiting, samenvoeging en veilige gegevensdeling van vastgoedinformatie tussen aanleverende entiteiten en aanvragers;

5° product: een welbepaalde combinatie van vastgoedinformatie over één perceel of een onderdeel ervan, die vooraf door het Vlaams Datanutsbedrijf is vastgelegd, die op aanvraag wordt ontsloten door de aanleverende entiteiten, vermeld in het VIP-decreet in artikel 10, eerste tot en met derde lid, die wordt samengevoegd via het VIP, en die ter beschikking wordt gesteld aan de aanvrager via het VIP;

6° externe overheid: overheidsinstanties, vermeld in artikel I.3, 8° van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

7° Vlaamse instantie: een Vlaamse instantie als vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 2 december 2022 houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Datanutsbedrijf in de vorm van een naamloze vennootschap;

8° aanvrager: een professionele aanvrager (zoals vermeld in artikel 2, 18° van het VIP-decreet) of een burger (zoals vermeld in artikel 2, 7° van het VIP-decreet) of zijn vertegenwoordiger die een aanvraag indient via het VIP;

9° algemene verordening gegevensbescherming: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;

10° persoonsgegevens: de gegevens, vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;

11° verwerking: een verwerking als vermeld in artikel 4, 2), van de algemene verordening gegevensbescherming;

12° verwerkingsverantwoordelijke: een verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming;

13° betrokkene: een betrokkene als vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;

14° VIP-decreet: decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform;

15°gemeentelijke bronretributie: de retributie die de aanvrager verschuldigd is aan een lokaal bestuur voor het ontsluiten, samenvoegen en ter beschikking stellen van vastgoedinformatie in een product;

 

Artikel 3: Algemeen

De aanvrager dient elektronisch een aanvraag in bij Athumi om een product via het, Vastgoedinformatieplatform te ontvangen. Athumi ontvangt op elektronische wijze de vastgoedinformatie van de aanleverende entiteiten (de lokale gegevensbronnen en de centrale gegevensbronnen). De relevante vastgoedinformatie per perceel of een onderdeel daarvan, wordt automatisch opgeladen in een product in het VIP of wordt door de aanleverende entiteiten aan het VIP bezorgd. Athumi en de gemeente stellen het product via het VIP ter beschikking aan de aanvrager.

 

In de mate dat persoonsgegevens zouden worden verwerkt in het kader van een product, verwerkt de gemeente die persoonsgegevens met als doeleinde om het product ter beschikking te kunnen stellen aan de aanvragers in het kader van hun beroepsactiviteiten of in het kader van één van de doelstellingen opgesomd in artikel 6 van het VIP-decreet.

 

Artikel 4: Aanvrager van vastgoedinformatie

Alle aanvragen van producten, zoals vermeld in artikel 7 van het VIP-decreet, worden geacht via het VIP te verlopen. Het verplicht gebruik van het Vastgoedinformatieplatform wordt voor producten met vastgoedinformatie uit een lokale gegevensbron geregeld in het VIP-decreet.

 

Een oplijsting van alle organisaties die als aanvrager toegang krijgen tot het Vastgoedinformatieplatform voor aanvragen van producten wordt door Athumi ter beschikking gesteld op de website van Athumi.

 

De gemeentelijke bronretributie is, overeenkomstig artikel 21 van het VIP-decreet, verschuldigd door de aanvrager. Van zodra het VIP-decreet in werking treedt is eveneens de platformretributie in de zin van artikel 2, 15°, en 19, eerste lid, 1°, van het VIP-decreet verschuldigd door de aanvrager.

 

Dezelfde instanties die overeenkomstig artikel 23, §3, van het VIP-decreet zijn vrijgesteld van de platformretributie in de zin van artikel 2, 15°, en 19, eerste lid, 1°, van het VIP-decreet worden vrijgesteld van de betaling van gemeentelijke bronretributie. Het gaat in concreto over deze organisaties:

      externe overheden; een overheidsinstantie als vermeld in artikel I.3, 8°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

      Vlaamse instanties, als vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 2 december 2022 lokale overheden, als vermeld in artikel I.3, 5°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

      gerechtelijke overheden;

      hulpverleningszones als vermeld in het koninklijk besluit van 2 februari 2009 tot vaststelling van de territoriale afbakening van de hulpverleningszones;

      politiezones als vermeld in artikel 9 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus.

 

Artikel 5: Bedrag

§1. Het bedrag van de retributie wordt vastgelegd als volgt:

 

Voorwerp aanvraag

Retributiebedrag per kadastraal perceel

Product Vastgoedinlichtingen, zoals vermeld in

hoofdstuk 8 van het VIP-decreet

 

159,00 EUR

 

§2. De gemeentelijke bronretributie wordt jaarlijks (vanaf de eerste verjaardag van het reglement) per 1 januari geïndexeerd (consumptieprijsindex) volgens de formule:

 

Basisvergoeding x index maand augustus van het jaar voorafgaand aan de indexatie

Index van augustus 2025

 

In geval van een negatieve index wordt het laatst vastgelegde retributiebedrag aangerekend.

 

§3. Op de gemeentelijke bronretributie, vermeerderd met de Vlaamse platformretributie, is een tarief van 21% BTW van toepassing.

 

§4. De aflevertermijn om een product via het Vastgoedinformatieplatform te ontvangen bedraagt maximum 30 kalenderdagen. 

 

Artikel 6: Invorderingswijze

Athumi int de gemeentelijke bronretributie conform artikel 21 van het VIP-decreet via het VIP in naam en voor rekening van de lokale overheden. De bronretributie wordt periodiek (maandelijks) integraal doorgestort aan de gemeente voor alle aangevraagde producten.

 

Artikel 7: Verwerking van persoonsgegevens

§1. In de mate dat persoonsgegevens zouden worden verwerkt in het kader van de ontsluiting, samenvoeging en ter beschikkingstelling van vastgoedinformatie in een product, treden de gemeente Beersel en Athumi voor de doeleinden omschreven in artikel 2 op als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken.

 

§2. Athumi treedt op als verwerker voor de gemeente Beersel wat betreft de verwerkingsactiviteiten die plaatsvinden in het kader van de heffing en de inning van de gemeentelijke bronretributie via het Vastgoedinformatieplatform.

 

§3. De afspraken rond en de modaliteiten van de verwerkingen die de gemeente Beersel en Athumi uitvoeren als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken respectievelijk als verwerkings-verantwoordelijke en verwerker zijn geregeld in de Toetredingsovereenkomst die te vinden is in bijlage.

 

Artikel 8: Ondertekening

De vastgoedinformatie in het product die de gemeente Beersel via het Vastgoedinformatieplatform ter beschikking stelt, wordt niet ondertekend aangezien het product een louter informatief document betreft dat geen beleidsmatige stellingname inhoudt en niet kwalificeert als stuk of briefwisseling in de zin van artikel 279 van het Decreet lokaal bestuur.

 

Artikel 9: Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

Artikel 10: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd.  Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Retributiereglement gebruik van het gemeentelijk recyclagepark

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

        Juridische gronden

Artikel 173 van de Grondwet;

Artikel 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 288 en 326 t.e.m. 335 van het Decreet over het lokaal bestuur;

Omzendbrief van de Vlaamse Regering betreffende de gemeentefiscaliteit dd. 15 februari 2019;

Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet);

Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA);

Het Lokaal Materialenplan 2023-2030 goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 26 mei 2023;

 

        Aanleiding, doel en feitelijke motivering

De kosten voor verwerking van afvalstoffen nemen in het algemeen gestadig toe. In toepassing van het algemene principe ‘de vervuiler betaalt’, is het billijk de aanbrenger ervan een redelijke vergoeding te laten betalen om deze kosten te helpen dekken.

 

        Financiering

De ontvangsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan  

 

Besluit:

Met 18 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil en Jos Savenberg), 5 nee-stemmen (Klaas Slootmans, Peter Deboeck, Rudy Demol, Kurt Moons en Martin Laruelle), 4 onthoudingen (Patience N'Kamba, Egon Deyaert, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1: Toepassingsgebied

Voor de periode ingaande op 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een retributie geheven op het gebruik van het gemeentelijk recyclagepark.

  

Artikel 2:

Het gemeentelijk recyclagepark is enkel toegankelijk voor inwoners van Beersel.

 

Volgende personen kunnen ook toegang krijgen tot het recyclagepark aan de geldende tarieven:

 

● Eigenaars van een tweede verblijf in Beersel

 

Een tweede verblijver krijgt toegang tot het recyclagepark bij het voorleggen van zijn/haar identiteitskaart.

 

● Familie van overleden Beerselse inwoners, tijdelijk voor een periode van 3 maanden binnen

het jaar na overlijden.

 

Het familielid dient schriftelijk een aanvraag in bij het gemeentebestuur. Na gunstige bevestiging (akte van overlijden) door de dienst burgerzaken zal een toegangsdocument op naam en met vermelding van de geldigheidsduur van het document worden afgeleverd door het gemeentebestuur aan de desbetreffende aanvrager.

De aanvrager krijgt toegang tot het recyclagepark bij het voorleggen van het geldige toegangsdocument in combinatie met zijn/haar identiteitskaart.

 

● Verenigingen met zetel in Beersel erkend conform de Beerselse erkenningsreglementen, ter gelegenheid van speciale werkzaamheden en gedurende een welbepaalde periode.

 

De erkende vereniging dient schriftelijk een aanvraag in bij het gemeentebestuur.

Na gunstige bevestiging (erkende vereniging) van de jeugd-, sport- of cultuurdienst zal een

toegangsdocument op naam en met vermelding van de geldigheidsduur van het document worden afgeleverd door het gemeentebestuur aan de desbetreffende aanvrager.

De aanvrager krijgt toegang tot het recyclagepark bij het voorleggen van het geldige

toegangsdocument in combinatie met zijn/haar identiteitskaart.

 

● Niet-inwoners voor het inleveren van afvalstoffen van immobiele inwoners, conform volgende voorbeelden:

 

Inwoner is immobiel maar woont nog zelfstandig in zijn/haar woning: toegang voor een periode van 1 jaar, jaarlijks te hernieuwen;

Inwoner is immobiel en verhuist of is verhuisd naar een rusthuis en de woning dient opgeruimd te worden: toegang voor een periode van 3 maanden binnen het jaar van verhuis;

Inwoner is tijdelijk gehospitaliseerd en is hierdoor immobiel: toegang voor een periode van 3 maanden;

 

De niet-inwoner dient schriftelijk een aanvraag in te dienen bij het gemeentebestuur. Een toegangsdocument op naam en met vermelding van de geldigheidsduur van het document wordt afgeleverd door het gemeentebestuur aan de desbetreffende aanvrager. De aanvrager krijgt toegang tot het gemeentelijk recyclagepark bij het voorleggen van het geldige toegangsdocument in combinatie met hun identiteitskaart (ID-kaart inwoner en ID-kaart niet-inwoner).

 

Om misbruiken te vermijden, dient bij regelmatige aanvoer van grote hoeveelheden afval (laadruimte > 2m) de oorsprong van de afvalstoffen aangegeven te worden via een registratieformulier, in te vullen en te ondertekenen door de aanbieder.  Deze gegevens kunnen gecontroleerd worden door de gemeentelijke diensten.

 

Artikel 3: Tarief

De basis van tarifering wordt gevormd door de afmetingen van de laadruimte van het voertuig dat gebruikt wordt voor het aanbrengen van afval en de aard van de aangebrachte afvalfracties. Bij ontstentenis van een afgescheiden laadruimte worden de maximale afmetingen van het afval in rekening gebracht.

 

Volgende categorieën worden onderscheiden:

 

Categorie 1

Personenwagen met lengte laadruimte < 1 m

Te voet, met de fiets

Categorie 2

Personenwagen met lengte laadruimte tussen 1 en 1,5m

Break, monovolume, SUV, jeep, met achterbank met lengte laadruimte < 1,5m

Kleine bestelwagens, minibussen met achterbank met lengte laadruimte < 1,5m

Categorie 3

Personenwagens met lengte laadruimte tussen 1,5m en 2m

Break, monovolume, SUV, jeep, zonder/met neergeklapte achterbank met lengte

laadruimte < 2m

Minibussen met achterbank met lengte laadruimte < 2m en laadhoogte < 1m

Aanhangwagens, pick-up met lengte laadruimte < 2m en laadhoogte <1m

Categorie 4

Bestelwagens, minibussen, met lengte laadruimte < 2,5m en laadhoogte < 1m

Aanhangwagens, pick-up met lengte laadruimte < 2,5m en laadhoogte < 1m

 

 

Volgende tarieven worden gehanteerd:

 

 

categorie 1

categorie 2

categorie 3

categorie 4

Houtafval

4,28  euro

6,73 euro

20,19 euro

40,36 euro

Groenafval

4,28 euro

6,73 euro

20,19 euro

40,36 euro

Onzuiver steenpuin

6,73 euro

13,45 euro

26,91 euro

67,28 euro

Grof vuil

6,73 euro

13,45 euro

26,91 euro

67,28 euro

 

 

De tarieven worden jaarlijks (vanaf de eerste verjaardag van het reglement) per 1 januari geïndexeerd (consumptieindex) volgens de formule:

 

Basisvergoeding x index maand augustus van het jaar voorafgaand aan de indexatie

index van augustus 2025

 

Ingeval van een negatieve index wordt de laatste geldende prijs aangerekend.

 

Bij aanvoer van verschillende soorten fracties is steeds het hoogste tarief van toepassing.

 

Aanvoer van afvalstoffen met andere voertuigen, dan gespecificeerd in artikel 3, zijn niet toegelaten (o.a. kleine vrachtwagens), evenals wagens met een laadvermogen van meer dan 750 kg worden niet toegelaten.

 

Artikel 4: Retributieplichtige

 De retributie is verschuldigd door de gebruiker van het recyclagepark.

 

Artikel 5: Vrijstellingen

Er is geen retributie verschuldigd indien er met voertuigen gespecificeerd in artikel 3 uitsluitend volgende afvalstoffen worden aangebracht:

-          textiel en lederwaren,

-          papier en karton

-          PMD (in PMD zak)

-          harde plastics

-          glas: hol glas (flessen en bokalen) en vlak glas (venster- en spiegelglas)

-          elektrische en elektronische apparatuur

-          zuiver steenpuin

-          asbestcement

-          metaal

-          piepschuim/isomo

-          frituurvet en –olie

-          KGA

-          matrassen

 

Artikel 6: Wijze van inning

De retributie dient betaald tegen afgifte van de afvalfractie op het recyclagepark, door middel van een geautomatiseerd betaalsysteem, op rekening van de gemeente Beersel. De gebruikers verklaren zich, vanaf het moment dat zij het recyclagepark verlaten, automatisch akkoord met de aangerekende retributie.

 

Artikel 7: Inwerkingtreding

 Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

Artikel 8: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd.  Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Retributiereglement uitlenen gemeentelijke signalisatie

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

        Juridische gronden:

De Grondwet, artikelen 41, 162 en 170, §4;

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335;

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit.

 

        Aanleiding, doel en feitelijke motivering:

De financiële toestand van de gemeente.

 

De noodzaak van dekking van de verplichte en facultatieve uitgaven van de gemeente en van een begroting in evenwicht.

 

Er wordt een retributie gevraagd voor het uitlenen van signalisatie aan de inwoners van de gemeente Beersel en van de burgers met eigendom in de gemeente Beersel. Aan de hand van deze signalisatie wordt de mogelijkheid geboden om de veiligheid te garanderen.

 

Het gaat om een dienstverlening aan een derde zodanig dat het billijk is hiervoor een vergoeding tegen de kostprijs te vragen.

 

Het is billijk dat de tarieven worden afgestemd op de consumptieindex gelet op de huidige economische situatie en de inflatie.

 

        Financiering:

De ontvangsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan  

 

Besluit:

Met 19 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil, Martin Laruelle en Jos Savenberg), 8 onthoudingen (Klaas Slootmans, Patience N'Kamba, Peter Deboeck, Rudy Demol, Egon Deyaert, Kurt Moons, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1: Toepassingsgebied

Er wordt een retributie geheven op het uitlenen van gemeentelijke signalisatie, ingaande op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031.

 

Artikel 2: Definitie

Een retributie wordt geheven op het door het gemeentebestuur ter beschikking stellen van signalisatieaan de inwoners van de gemeente Beersel en van burgers met eigendom in de gemeente Beersel. Deaanvraag moet ten vroegste 2 maanden en minimum 5 kalenderdagen voor de aanvang van degeplandeactiviteitwaarvoorsignalisatienoodzakelijkis.Afwijkingenmogenbijhoogdringendheid.

 

Designalisatiekanenkelgebruiktwordenvoordeperiode endeplaatszoals bepaaldindegoedgekeurdeaanvraag.

 

Deontleendesignalisatiemagingeengevalonderverhuurdworden.Designalisatiewordtenkeluitgeleendvoor activiteitenophetgrondgebiedvandegemeenteBeersel.

 

De signalisatie wordt enkel ter beschikking gesteld van particulieren. Dit wil zeggen dat er bij werkengeen beroepsdoeleinden of handelsoogmerken vooropgesteld staan. Hieruit volgt dat de particulierenslechts gebruik kunnen maken van deze dienstverlening indien zij deze werken of handelingen zelfuitvoeren.Designalisatiemagingeenenkelgevalterbeschikkingwordengesteldvaneenaannemerdie werken of handelingen voor hen uitvoert. Iedere aannemer dient te voorzien in zijn eigensignalisatie.

 

Artikel 3: Aanvraag

Alle aanvragen dienen rechtstreeks gericht te worden aan de dienst ruimtelijke ordening -Alsembergsteenweg 1046 te 1652 Alsemberg - of via e-mail op het adresopenbaardomein@beersel.be.

 

Artikel 4: Retributieplichtige

Deretributieisverschuldigddoordeaanvrager.

 

Artikel 5: Tarief en wijze van inning

Per ontleend item (verkeersbord, nadar, oranje/geel knipperlicht), wordt een waarborg gevraagd van67,28euro,die bij afhaling vandesignalisatieterplaatsewordtvoldaan(enkelvia bancontact).

Erwordtmaximaal269,09eurowaarborggevraagd.Dehuurprijsper itembedraagt7,34euro/item/dag.

Voor hetvervoervannadarswordteenforfaitgeteldvan67,28euro.

 

De waarborgsom zal uiterlijk 6 weken na het terugbrengen van de signalisatie in de GemeentelijkeLoods in Huizingen, worden teruggestort op de bankrekening van de ontlener mits afhouding van dehuurkosten, de kosten voor laattijdig terugbrengen van de signalisatie of de kosten van de eventueleaangerichteschade.

 

Artikel 6: Schadevergoeding

Bij het laattijdig terugbrengen zonder verwittiging wordt de schadevergoeding gevraagd van 13,45europerdag.Bij verliesofdiefstalvanbordenwordteenvergoedingaangerekendvan67,28europer  bord.

Ingevalvanschadewordteenvergoedinggevraagdovereenkomstigdeherstellingskosten.

 

Dit bedrag wordt automatisch in mindering gebracht van de ontvangen waarborg. Deretributieschuldigekanbezwaarindienentegendezeschadevergoedingbijdeburgerlijkerechtbank.

 

Detarieven inart5en6wordenjaarlijks(vanafdeeersteverjaardagvanhetreglement)per1 januarigeïndexeerd (consumptieprijsindex) volgensdeformule:

 

Basisvergoeding x index maand augustus van het jaar voorafgaand aan de indexatie

 Indexvanaugustus 2025

 

Ingevalvaneennegatieveindexwordtdelaatstgeldendeprijsaangerekend.

 

Artikel 7: Werkwijze

De signalisatie wordt afgehaald met goedgekeurde aanvraag in de Gemeentelijke Loods - GuidoGezellestraat 113te1654Huizingen.

 

Deontlenerzorgtzelfvoor aangepastvervoeren draagtzorgvoor eenjuisteplaatsingvandesignalisatie.Het parkeerverbod moet minimum48 uurvooringanggeplaatstworden.

 

Hetvervoerenvannadarsgebeurtsteedsdoordegemeentediensten.

 

Deontlenerverbindtzicher toedeontleendesignalisatieterugtebrengen,ookbijbeschadiging.Deontlener moet spontaan het gemeentebestuur op de hoogte brengen van diefstal, beschadiging ofverlies van de geleende signalisatie. Diefstal moet gemeld worden bij de politie. Gehele ofgedeeltelijke beschadiging, verlies of diefstal vallen ten laste van de ontlener. Zelf herstellen van deontleende signalisatie is verboden, tenzij voorafgaandelijke toestemming vanwege de TechnischeUitvoeringsdienst.

 

Artikel 8: Meldingsplicht politie

Depolitiewordtdoordeontlenerschriftelijkinkennisgesteldvanheteffectiefplaatsenvandeborden  en wordt eveneens schriftelijk in kennis gesteld van het wegnemen van de verkeersborden. Bij hetnalaten van deze melding, kan de gemeente in geen geval aansprakelijk worden gesteld in geval erzichproblemenvoordoen.

 

Artikel 9: Aansprakelijkheid

Het gemeentebestuur kan niet aansprakelijk worden gesteld bij ongevallen bij het gebruik van deontleendesignalisatie.

 

Hetter beschikkingstellenvandesignalisatiedoorhetgemeentebestuurkannooitalsgrondgebruiktworden omdegemeenteaansprakelijk testellen.

 

Artikel 10: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd.  Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Retributiereglement verhuur fietskluizen

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

        Juridische gronden

Artikel 173 van de Grondwet

Artikel 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 288 en 326 t.e.m. 335 van het Decreet over het lokaal bestuur

Omzendbrief van de Vlaamse Regering betreffende de gemeentefiscaliteit dd. 15 februari 2019

 

        Aanleiding, doel en feitelijke motivering

De verhuur van fietskluizen draagt bij aan de modal shift, waarmee we burgers meer mogelijkheden willen bieden om zich duurzamer te verplaatsen.

 

        Financiering

De ontvangsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan  

 

Besluit:

Met 18 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil en Jos Savenberg), 9 onthoudingen (Klaas Slootmans, Patience N'Kamba, Peter Deboeck, Rudy Demol, Egon Deyaert, Kurt Moons, Martin Laruelle, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1: Algemene bepalingen

Het ter beschikking stellen van fietskluizen wordt door de gemeente geregeld als een openbare dienst. De betrokken kluizen behoren tot het openbare domein.

Onderhavig reglement bepaalt de tarieven en de voorwaarden waaraan de fietskluizen ter beschikking worden gesteld.

 

Artikel 2: Definitie

Elke fietskluis bestaat uit één fietsparkeerplaats. Iedere fietsparkeerplaats is afsluitbaar met een sleutel. Iedere gebruiker ontvangt één sleutel per fietskluis.

 

Artikel 3 : Aanvraag

De aanvraag dient te gebeuren via het online aanvraagformulier op de website.

 

Artikel 4: Afsprakenkader

De fietskluis is enkel bestemd voor persoonlijk en privatief gebruik en mag niet aangewend worden voor commerciële doeleinden.

De fietskluis mag enkel gebruikt worden voor het stallen van reguliere fietsen en elektrische fietsen. Het stallen van voertuigen met verbrandingsmotor, zoals scooters, bromfietsen, motors en dergelijke is niet toegestaan. Het is bovendien verboden deze te gebruiken als extra bergruimte, al dan niet in combinatie met het stallen van een fiets.

Het is uitdrukkelijk verboden licht ontvlambare en/of gevaarlijke stoffen te bewaren in de fietskluis. Iedere fietsparkeerplaats is voorzien van een slot en moet ten allen tijde afgesloten zijn. Bij verlies of diefstal van de sleutel of beschadiging van het slot, wordt het slot vervangen door de gemeente Beersel. De kosten zullen worden doorgerekend aan de gebruiker. Het is de gebruiker verboden zelf het slot te (laten) vervangen. Het is ook uitdrukkelijk verboden voor de gebruiker om de sleutel van de fietsparkeerplaats te laten dupliceren.

Het is verboden bijkomende uitrusting of afsluiting aan te brengen aan de binnen- of buitenkant van de fietskluis.

De gebruiker verbindt zich ertoe de fietskluis tijdelijk te ontruimen voor een welbepaalde periode die door de gemeente Beersel gevraagd wordt. Dit kan het geval zijn voor bijvoorbeeld onderhoudswerkzaamheden. De gemeente Beersel verbindt zich ertoe dergelijke ontruiming ten minste 7 kalenderdagen op voorhand aan de gebruiker te melden via brief. De gebruiker kan op geen enkele wijze aanspraak maken op een vergoeding voor de onderbreking van de gebruiksperiode.

 

Artikel 5: Berekeningsgrondslag en tarief

De gebruiksvergoeding en de borgsom voor een fietskluis worden bepaald door de gemeenteraad en vastgelegd in dit tariefreglement.

 

        jaarlijkse vergoeding € 110 /jaar per fietskluis

        voor wie in de loop van een kalenderjaar een gebruiksovereenkomst aangaat, wordt de gebruiksvergoeding per begonnen maand gefactureerd voor de resterende duur van het kalenderjaar aan € 9,80/maand

        éénmalige waarborg van € 100

 

De tarieven kunnen ten allen tijde herzien worden door een beslissing van de gemeenteraad. Bij tariefwijziging krijgt de gebruiker de mogelijkheid om kosteloos te annuleren.

 

 

Deze tarieven zullen jaarlijks (vanaf de eerste verjaardag van het reglement) per 1 januari geïndexeerd (consumptieprijsindex) worden volgens de formule:

 

Basisvergoeding x index maand augustus van het jaar voorafgaand aan de indexatie

index van augustus 2025

 

Ingeval van een negatieve index wordt de laatst geldende prijs aangerekend.

 

Artikel 6: Inning - opvolging

De waarborg dient betaald te worden bij afsluiten van de gebruikersovereenkomst samen met de gebruiksvergoedingen en zal gebeuren aan de balie met bancontact of via overschrijving.

Voor wie in de loop van een kalenderjaar een gebruiksovereenkomst aangaat, wordt de gebruiksvergoeding per begonnen maand (aan € 9,80/maand) gefactureerd voor de resterende duur van het kalenderjaar.

  

Artikel 7: Toewijzing en wachtlijsten

De fietskluizen worden toegewezen in chronologische volgorde van datum van aanvraag. De aanvraag dient te gebeuren via het online aanvraagformulier.

Er wordt een wachtlijst aangelegd waarop alle geïnteresseerden geregistreerd worden. Op die manier kan de gemeente contact opnemen wanneer er een fietskluis vrij komt en/of kan de gemeente bepalen waar er vraag is naar bijkomende fietskluizen.

Inschrijven op de wachtlijst gebeurt automatisch wanneer een fietskluis aangevraagd wordt.

Wanneer een kandidaat van op de wachtlijst gecontacteerd wordt in verband met een effectief gebruik en afziet van het aanbod, wordt de kandidaat van de wachtlijst geschrapt. Indien men zich opnieuw kandidaat wenst te stellen, dient men een nieuwe aanvraag in te dienen en wordt men ingeschreven op datum van de nieuwe aanvraag.

 

Artikel 8: Duur van de overeenkomst

Er wordt een gebruiksovereenkomst afgesloten voor de periode van één jaar of voor de periode van het resterende deel van een begonnen kalenderjaar, bij overhandiging van de sleutel, nadat de gebruiksvergoeding en waarborg betaald werden. De sleuteloverdracht vindt plaats aan de onthaalbalie.

De gebruiksovereenkomst wordt stilzwijgend verlengd bij aanvang van elk nieuw kalenderjaar. Wanneer de gebruiker nalaat de factuur te betalen binnen de gestelde periode van betaling van een eerste aanmaning komt er automatisch een einde aan de gebruiksovereenkomst.

 

Artikel 9: Opzeg - regeling einde overeenkomst

§1 Opzeg door de gebruiker

Het gebruik van de fietskluis kan door de gebruiker worden opgezegd via het online opzegformulier, vóór het einde van een begonnen maand.

De gebruiksovereenkomst stopt op de eerste dag van de volgende kalendermaand na ontvangst van het opzegformulier.

De sleutel moet na de opzeg overhandigd worden aan de onthaalbalie binnen de 3 werkdagen volgend op het aflopen van de gebruiksovereenkomst door de gebruiker. De fietskluis wordt vrijgegeven in dezelfde staat als waarin de gebruiker deze in gebruik kreeg.

Bij beëindiging van het contract en de inlevering van de sleutel wordt na controle en vrijgave, de borgsom of een deel ervan en/of eventueel het resterende deel van de jaarlijkse vergoeding terugbetaald via overschrijving op het opgegeven rekeningnummer, tenzij de gebruiker expliciet een ander rekeningnummer doorgeeft.

Bij verlies/diefstal/beschadiging van de sleutel en/of bij beschadiging (normale slijtage niet inbegrepen) van de fietskluis, veroorzaakt door het onoordeelkundig gebruik van de gebruiker of zijn gezinsleden, wordt de borg ingehouden en desgevallend verhoogd tot de werkelijke kosten die de gemeente Beersel maakt om de fietskluis te herstellen of opnieuw bruikbaar te maken, gedekt zijn.

Voor elke begonnen maand na het einde van de gebruiksovereenkomst waarbij de fietskluis niet ontruimd wordt of waarvan de sleutel niet wordt teruggegeven, dient een vergoeding betaald te worden ten bedrage van een vierde van de jaarlijkse vergoeding. Deze periode kan slechts uitlopen tot maximaal drie maanden. De gemeente Beersel behoudt zich in dit geval het recht voor - en de gebruiker gaat hier voorafgaandelijk uitdrukkelijk mee akkoord - om in de loop van de laatste week van de derde maand de fietskluis ambtshalve te ontruimen. De kosten voor deze ontruiming worden doorgerekend aan de laatste gebruiker.

Indien de gemeente Beersel het ongestoord genot niet kan garanderen - behalve in gevallen van overmacht te wijten aan natuurelementen of een derde partij zal de gebruiker geen gebruiksvergoeding dienen de betalen voor de periode van genotsderving.

 

§2 Ambtshalve beëindiging

Indien de gemeente Beersel de gebruiksovereenkomst opzegt omwille van vastgestelde en niet opgeloste inbreuken (zie artikel 10) zal de waarborg en het resterende deel van de jaarlijkse gebruiksvergoeding aangewend worden om de inbreuken te verhelpen. Indien beiden samen de kosten niet dekken, zal het ontbrekende bedrag doorgerekend worden aan de gebruiker.

Bij niet-naleving van het contract en/of reglement wordt de gebruiksovereenkomst door de gemeente Beersel opgezegd door middel van een aangetekende brief. Het gebruik van de fietsparkeerplaats eindigt dan op de eerste dag van de maand die volgt op de maand van ontvangst van de aangetekende opzegbrief.

De ontvangst wordt geacht gebeurd te zijn binnen de tien kalenderdagen na datum van de poststempel. Bij niet-naleving is er geen teruggave van de vergoeding of een deel ervan, ook niet indien het gebruik pas begonnen is.

De fietskluis wordt vrijgegeven in dezelfde staat als waarin de gebruiker deze in gebruik kreeg. Bij beëindiging van het contract en de inlevering van de sleutel wordt na controle en vrijgave, de borgsom of een deel ervan terugbetaald via overschrijving op het opgegeven rekeningnummer, tenzij de gebruiker expliciet een ander rekeningnummer doorgeeft.

Bij verlies/diefstal/beschadiging van de sleutel en/of beschadiging (normale slijtage niet inbegrepen) van de fietskluis, veroorzaakt door het onoordeelkundig gebruik van de gebruiker of zijn gezinsleden, wordt de borg ingehouden en desgevallend verhoogd tot de werkelijke kosten die de gemeente Beersel maakte om de fietskluis te herstellen of opnieuw bruikbaar te maken, gedekt zijn.

Indien de gemeente Beersel stopt met aanbieden van fietskluizen, worden betaalde gebruiksvergoedingen pro rata het resterende deel van het kalenderjaar terugbetaald aan de getroffen gebruikers. De gemeente Beersel stelt ten minste 1 kalendermaand op voorhand de gebruikers hiervan in kennis door middel van een aangetekend schrijven. De gebruikers kunnen op geen enkel manier aanspraak maken op enige vorm van schadevergoeding omwille van het beëindigen van het aanbod.

  

Artikel 10 : Controle

De gebruiker geeft door middel van ondertekening van de gebruiksovereenkomst expliciete toestemming aan de gemeente Beersel om de fietskluis onaangekondigd te laten inspecteren door een aangestelde, teneinde vast te stellen of de fietskluis gebruikt wordt conform het reglement. de gebruiker gaat ermee akkoord dat de gemeente Beersel een exemplaar van de sleutel van de fietskluis in zijn bezit heeft.

Wanneer één of meerdere inbreuken op het reglement vastgesteld worden, zal de gebruiker hiervan een verslag ontvangen. De opmerkingen moeten binnen de 14 kalenderdagen opgelost worden door de gebruiker waarna een nieuwe controle door de aangestelde van de gemeente zal plaatsvinden.

Indien tijdens de nieuwe controle blijkt dat de inbreuken niet weggewerkt zijn, wordt de gebruiksovereenkomst door de gemeente Beersel opgezegd (zie ook punt 11).

 

Artikel 11 : Onderhoud en aansprakelijkheid

De gebruiker onderhoudt de fietskluis als 'een goede huisvader'.

De gebruiker houdt de fietskluis proper zowel interieur als exterieur, en verwijdert afgevallen takken en bladeren, stof en ander vuil.

De gebruiker meldt via het online meldingsformulier onmiddellijk elke vorm van schade die men aan de fietskluis opmerkt. Desgevallend wordt de schade door de gemeente Beersel hersteld. Indien de schade ontstaan is door onoordeelkundig gebruik van één van de gebruikers, zullen de herstelkosten doorgerekend worden aan die gebruiker.

De gemeente Beersel kan niet aansprakelijk gesteld worden voor diefstal, schade of welk nadeel dan ook dat de gebruikers van de fietskluizen of hun gezinsleden ondervinden, zowel aan zijn persoon als aan zijn materiaal en dit tijdens de volledige periode van gebruik.

De gebruiker van een fietsparkeerplaats is burgerlijk en persoonlijk aansprakelijk voor alle schade die rechtstreeks of onrechtstreeks veroorzaakt wordt tijdens en als gevolg van het gebruik van een fietskluis.

 

Artikel 12 : Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

 

Artikel 13: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd.  Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Retributiereglement werken voor derden

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

        Juridische gronden:

De Grondwet, artikel 173;

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335;

Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

Omzendbrief KB ABB 2019/2 over de gemeentefiscaliteit.

 

        Aanleiding, doel en feitelijke motivering:

De financiële toestand van de gemeente;
De noodzaak van dekking van de verplichte en facultatieve uitgaven van de gemeente en van een begroting in evenwicht;

 

Het is aangewezen dat derden een billijke vergoeding dienen te betalen voor prestaties/werken die worden uitgevoerd door gemeentelijke diensten en dit ingevolge overtreding van wetten, decreten, verordeningen of gemeentelijke reglementen;

 

Het is billijk dat de tarieven worden afgestemd op de consumptieindex gelet op de huidige economische situatie en de inflatie.

 

        Financiering:

De ontvangsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan  

 

Besluit:

Met 18 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil en Jos Savenberg), 9 onthoudingen (Klaas Slootmans, Patience N'Kamba, Peter Deboeck, Rudy Demol, Egon Deyaert, Kurt Moons, Martin Laruelle, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

De gemeenteraad beslist onderstaand reglement goed te keuren:

 

Artikel 1: Toepassingsgebied

Er wordt een retributie geheven op werken voor derden, ingaande op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031.

 

Artikel 2: Definitie

Werkenvoorderdenzijnwerkeningevolgeeenovertredingvanwetten,decreten,verordeningenofgemeentelijkereglementenen onveiligesituaties enschade.

 

Artikel 3: Tarief

Hetbedragvanderetributiewordtalsvolgtvastgesteld:

 

  1.    bij uitvoering der werken door een door het gemeentebestuur aangestelde aannemer:hettotaalbedragvanderegelmatigefactuur;

 

  1.    bijuitvoeringderwerkendoorgemeentelijk personeel:

 

personeel

55,05 euro/uur

personeel 22u-6u of zondag of wettelijke feestdag

82,57 euro/uur

gewoon voertuig of politiecombi

30,58 euro/uur

kraan, klepelmaaier of kleine vrachtwagen

42,81 euro/uur

een vrachtwagen

73,39 euro/uur

een vrachtwagen met grijper of een verhuiswagen

79,51 euro/uur

administratie kost forfaitair

24,46 euro

 

De retributie wordt aangerekend per begonnen uur.

 

Hettariefwordtjaarlijks(vanafdeeersteverjaardagvanhetreglement)per1januarigeïndexeerd(consumptieprijsindex)volgens deformule:

 

Basisvergoedingx indexmaandaugustus vanhetjaarvoorafgaandaandeindexatie

Indexvanaugustus 2025

 

Ingevalvaneennegatieveindexwordtdelaatstgeldendeprijsaangerekend.

 

Artikel 4: Retributieplichtige

De retributie is verschuldigd door diegene waartegen een proces-verbaal voor overtreding van wetten,decreten,verordeningenofgemeentelijkereglementenwerdopgesteldendieingevolgedezeovertredingaangemaandwordtwerkenuittevoerenenditnalaat.

 

Artikel 5: Wijze van inning

Deretributiemoetbetaaldwordenopheteersteverzoekvandefinancieeldirecteur.Debetalinggebeurttegenontvangstbewijs.

 

Bijgebrekaanbetalinginderminne,wordtderetributieburgerrechtelijk ingevorderd.

 

Artikel 6: Vrijstellingen

Huidigretributiereglementisnietvantoepassingopwerkendiereedshetvoorwerpzijnvaneenanderegemeentelijkeretributie.

 

Artikel 7: Bekendmaking

Dit reglement wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website en via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid bezorgd.  Het reglement zal afgekondigd en bekendgemaakt worden overeenkomstig artikel 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Aanpassing rechtspositieregeling

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

                     Juridische gronden

Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2023 tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen.

 

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald art. 40 en art. 41 en de artikels 184-194 in afdeling 3 inzake de rechtspositie van het gemeente- en OCMW-personeel.

 

Vernietiging van het ontslagdecreet door het Grondwettelijk Hof op 5 juni 2025.

 

                     Aanleiding, doel en feitelijke motivering

Naar aanleiding van de vernietiging van het Grondwettelijk Hof van het ontslagdecreet op 5 juni 2025, is het opportuun om de rechtspositie aan te passen naar de huidig geldende wetgeving.

Daarnaast werden een aantal aanpassingen aangebracht aan de rechtspositieregeling. Deze aanpassingen werden in het geel gearceerd in bijlage, evenals een definitieve versie zonder markeringen.

 

                     Financiering

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

VISUM FINANCIEEL DIRECTEUR

Niet van toepassing

 

Besluit:

Met eenparigheid van stemmen.

 

Artikel 1:

De gemeenteraad beslist om de aanpassingen aan de rechtspositieregeling voor gemeente- en OCMW-personeel, zoals opgenomen in bijlage, goed te keuren. Dit met ingang van 1 januari 2026.

 

Artikel 2:

Deze beslissing wordt gecommuniceerd:

 

Aan:

Hoe:

Personeelsleden

Digitale publicatie rechtspositieregeling (server en website)

 

Toezichthoudende overheid

Afschrift besluit

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten

 

Aanstelling waarnemend algemeen directeurs. Goedkeuring

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

                     Juridische gronden

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere aanpassingen.

 

Artikel 162 van het decreet stelt dat er in elke gemeente een algemeen directeur dient te zijn, die ten dienste staat van de gemeente en van het OCMW.

 

Artikel 166 bepaalt dat de gemeenteraad de vervanging van de algemeen directeur bij afwezigheid of verhindering regelt. De waarnemend algemeen directeur oefent alle bevoegdheden uit die aan het ambt verbonden zijn.

 

                     Aanleiding, doel en feitelijke motivering

De beslissing van de gemeenteraad dd. 31 mei 2023 waarbij Katrien Devillé, met ingang van 1 augustus 2024 definitief aangesteld wordt als algemeen directeur.

 

De beslissing van de gemeenteraad dd. 31 mei 2023 waarbij Jeroen Verhelst, clusterverantwoordelijke welzijn en Elke Poelaert, teamverantwoordelijke burgerzaken, beiden lid van het managementteam, aangesteld worden als waarnemend algemeen directeur.

 

Het voorstel van het managementteam om Gaëlle Saelens, clusterverantwoordelijke burger & vrije tijd, en Kristien Ceuleers, clusterverantwoordelijke interne ondersteuning, beiden lid van het managementteam, aan te stellen als waarnemend algemeen directeur.

 

                     Financiering

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

VISUM FINANCIEEL DIRECTEUR

Niet van toepassing

 

Besluit:

Met eenparigheid van stemmen.

 

Artikel 1:

De gemeenteraad beslist om Gaëlle Saelens, clusterverantwoordelijke burger & vrije tijd en lid van het managementteam, met ingang van 19 december 2025 aan te stellen als waarnemend algemeen directeur, om de functie uit te oefenen bij afwezigheid van mevrouw Katrien Devillé, algemeen directeur.

 

De gemeenteraad beslist om Kristien Ceuleers, clusterverantwoordelijke interne ondersteuning en lid van het managementteam, met ingang van 19 december 2025 aan te stellen als waarnemend algemeen directeur, om de functie uit te oefenen bij afwezigheid van mevrouw Katrien Devillé, algemeen directeur.

 

Artikel 2:

Deze beslissing wordt gecommuniceerd:

 

Aan:

Hoe:

Gaëlle Saelens

besluit

Kristien Ceuleers

besluit

personeel gemeente en OCMW

mail

burgers

website

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten

 

Mollenhof Beersel: overdracht wegenis - dossier toelating

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

                     Juridische gronden

Artikel 40 en 41 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

Omzendbrief KB/ABB 2019/3 over de transacties van onroerende goederen door lokale en provinciale besturen en door besturen van de erkende erediensten.

 

                     Aanleiding, doel en feitelijke motivering

Woonpunt Zennevallei realiseerde het project "Mollenhof" te Beersel.

 

Dit project omvatte het bouwen van 12 koopwoningen, in overeenstemming met de VMSW-normen, waarna deze via Vlabinvest verkocht worden aan het doelpubliek.

 

In zitting van 29 april 2020 keurde de gemeenteraad de "zaak van de wegen" goed waarin bepaald werd dat, de in de omgevingsvergunning OMV 2019051331 aangegeven openbare wegenis, aanhorigheden, openbare nutsvoorzieningen en groenzones, zomede van de gronden waarop deze worden opgericht, dienen na de aanleg, vrij en onbelast en zonder kosten voor de gemeente, op een door het college vast te stellen datum, afgestaan te worden aan de gemeente.

 

Rekening houdend dat het project werd gerealiseerd alsook de "wegenis", kan er overgegaan worden tot overdracht van de "wegenis" naar het openbaar domein.

 

Het PV van opmeting en splitsing van 24 december 2024 opgemaakt door Landmeter-Expert Filip Branckaert.

 

De groenzone langs de woning (lot 8) werd licht aangepast gezien bij de uitvoering / realisatie van deze woning, deze strook technisch noodzakelijk was om een correcte afwatering langs de woning mogelijk te maken.

De voorschriften en infrastructuurwerken, terreinprofielen van de originele verkaveling blijven behouden.  Het betreft enkel de bijstelling van de groenzone.

 

Het rooilijnplan van 1 december 2025 opgemaakt door Landmeter-Expert Filip Branckaert.

 

In zitting van 15 oktober 2025 besliste het college notaris Hans Vereeken van Notariskantoor Vereeken-Vyvey - Spoorwegstraat 15 te 1500 Halle - aan te stellen voor opmaak en verlijden van de akte.

 

De ontwerpakte.

 

                     Financiering

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

VISUM FINANCIEEL DIRECTEUR

Niet van toepassing

 

Besluit:

Met eenparigheid van stemmen.

 

Artikel 1:

De gemeenteraad geeft toelating om over te gaan tot kosteloze grondafstand van de "wegenis" om reden van openbaar nut, door Woonpunt Zennevallei ten voordele van de gemeente Beersel, inzake het "Project Mollenhof" te Beersel, kadastraal gekend - voorbehouden perceelsnummer Beersel 1e Afdeling Sectie C 6 W P0000 - opp. 09a08ca - Lot X (grijze kleur) op het PV van opmeting en splitsing van 24 december 2024 opgemaakt door Landmeter-Expert Filip Branckaert.

 

Artikel 2:

Op basis van de voorliggende elementen, beslist de gemeenteraad om de voorliggende bijstelling van de rooilijn goed te keuren cfr PV opmeting van 1 december 2025 opgemaakt door Landmeter-Expert Filip Branckaert.

 

Artikel 3:

De kosten, rechten en erelonen waartoe deze afstand aanleiding geeft, zijn ten laste van de overdragers.

 

Artikel 4:

De gemeenteraad geeft toelating om de akte "Mollenhof Beersel : overdracht wegenis" te verlijden via notaris Hans Vereeken van Notariskantoor Vereeken-Vyvey - Spoorwegstraat 15 te 1500 Halle en stelt de hierna vermelde personen - desgevallend hun vervangers - en met tussenkomst van de financieel directeur aan, om de gemeenteraad te vertegenwoordigen bij het verlijden van de akte, alsook krijgen zij uitdrukkelijk de machtiging om het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie uitdrukkelijk te ontslaan van enige ambtshalve inschrijving te nemen, om gelijk welke reden, bij de overschrijving van een uitgifte van deze akte.

 

     - Mevrouw Katrien Devillé, algemeen directeur

     - De Heer Jos Savenberg, voorzitter van de gemeenteraad

     - Mevrouw Viviane Aucremanne, financieel directeur

 

Artikel 5:

Deze beslissing wordt gecommuniceerd:

 

Aan:

Hoe:

Notaris Hans Vereeken

Brief/Mail

Woonpunt Zennevallei

Brief/Mail

Betrokken diensten

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten

 

Overdracht / Omruiling gemeenteperceel Grote Kapel te Alsemberg - dossier toelating

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

                     Juridische gronden

Artikel 40 en 41 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

Omzendbrief KB/ABB 2019/3 over de transacties van onroerende goederen door lokale en provinciale besturen en door besturen van de erkende erediensten.

 

                     Aanleiding, doel en feitelijke motivering

De gemeente Beersel is eigenaar van een perceel gelegen Hoogveldlaan te Alsemberg - kadastraal gekend Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 Y 013 - opp. 7a55ca - "wegenis".

 

Woonpunt Zennevallei is bezig met de voorbereidingen voor een project met vervangingsbouw en renovatie in de wijk Grote Kapel te Alsemberg, gelegen Hoogveldlaan 37-39-41 en Grote Kapellaan 90.

 

Op het projectgebied bevindt zich de hierboven vermelde "weg", eigendom van de gemeente, die momenteel loopt naar de huidige ondergrondse garages.

 

Woonpunt Zennevallei vraagt of de gemeente haar perceel wenst te desaffecteren / over te dragen zodanig dat de voorziene inplanting van de vervangbouw kan gerealiseerd worden.

 

Het betreft volgende percelen kadastraal gekend :

 

1) omruiling perceel van Gemeente Beersel

 

- Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 Y 13 – opp. + 7are55ca

 

2) omruiling delen van de percelen van Woonpunt Zennevallei ("Speelplein Gaspeldoornlaan Alsemberg").

 

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 H 009

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 A 011

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 Z 010

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 N 010

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 M 010

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 L 010

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 K 010

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 H 010

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 E 010

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 G 009

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 Z 009

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 A 010

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 B 010

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 C 010

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 D 010

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 F 010

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 P 010

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 Y 010

 

De dienst patrimonium stelt voor om het perceel van de gemeente Beersel om te ruilen met de hierboven vermelde percelen in eigendom van Woonpunt Zennevallei waarop het speelplein ligt aan de Gaspeldoornlaan te Alsemberg.

 

Het speelplein met speeltoestellen werd in het verleden heraangelegd door de gemeente en het onderhoud van de toestellen wordt beheerd door de gemeente.

 

De gemeente kan met de omruiling een ruime groene speelzone binnen deze woonwijk behouden waar kinderen kunnen spelen en bestaat er duidelijkheid omtrent de uitvoering van het groenonderhoud op de locatie.

 

Met de omruiling geeft de gemeente Beersel haar medewerking om dit project te realiseren en zo mee te werken aan betere sociale woningen binnen de gemeente, die zullen voldoen aan de hedendaagse normen.

 

Alle (administratieve) kosten met betrekking tot de omruiling / overdracht zijn ten laste van Woonpunt Zennevallei.

 

In zitting van 19 juni 2025 ging de gemeenteraad principieel akkoord tot omruiling / overdracht tussen Gemeente Beersel en Woonpunt Zennevallei.

 

Het college stelde in zitting van 1 oktober 2025 notaris Hans Vereeken van Notariskantoor Vereeken-Vyvey aan voor het verdere verloop van het dossier "Overdracht / Omruiling gemeenteperceel Grote Kapel te Alsemberg".

 

PV van opmeting en splitsing van 24/10/2025 opgemaakt door Landmeter-Expert Filip Branckaert.

 

De ontwerpakte.

 

                     Financiering

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

VISUM FINANCIEEL DIRECTEUR

Niet van toepassing

 

Besluit:

Met eenparigheid van stemmen.

 

Artikel 1:

De gemeenteraad geeft toelating om over te gaan tot omruiling / overdracht tussen Gemeente Beersel en Woonpunt Zennevallei van volgende percelen kadastraal gekend :

 

1) omruiling perceel van Gemeente Beersel

 

- Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 Y 13 – opp. + 7are55ca

 

2) omruiling delen van de percelen van Woonpunt Zennevallei ("Speelplein Gaspeldoornlaan Alsemberg")

 

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 H 009

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 A 011

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 Z 010

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 N 010

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 M 010

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 L 010

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 K 010

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 H 010

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 E 010

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 G 009

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 Z 009

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 A 010

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 B 010

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 C 010

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 D 010

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 F 010

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 P 010

- deel van Alsemberg 2e Afdeling Sectie A nr 9 Y 010

 

Cfr PV van opmeting en splitsing van 24/10/2025 opgemaakt door Landmeter-Expert Filip Branckaert en met voorbehouden kadastraal perceelnummer Alsemberg 2e afd. Sectie A nr 0009 V 15 P0000 - opp. 24are04ca.

 

Alle (administratieve) kosten met betrekking tot de omruiling / overdracht zijn ten laste van Woonpunt Zennevallei.

 

Artikel 2:

De gemeenteraad gaat akkoord om de akte "Overdracht/Omruiling gemeenteperceel Grote Kapel" te verlijden via Notaris Hans Vereeken van Notariskantoor Vereeken-Vyvey en stelt de hierna vermelde personen - desgevallend hun vervangers - en met tussenkomst van de financieel directeur aan, om de gemeenteraad te vertegenwoordigen bij het verlijden van de akte, alsook krijgen zij de uitdrukkelijk de machtiging om het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie uitdrukkelijk te ontslaan van enige ambtshalve inschrijving te nemen, om gelijk welke reden, bij de overschrijving van een uitgifte van deze akte.

 

 - Mevrouw Katrien Devillé, algemeen directeur

 - De Heer Jos Savenberg, voorzitter van de gemeenteraad

 - Mevrouw Viviane Aucremanne, financieel directeur

 

Artikel 3:

Deze beslissing wordt gecommuniceerd:

 

Aan:

Hoe:

Notaris Hans Vereeken

Brief / Mail

Woontpunt Zennevallei

Brief / Mail

Betrokken diensten

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten

 

Park Neerdorp : overdracht wegenis naar het openbaar domein - toelating

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

                     Juridische gronden

Artikel 40 en 41 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

Omzendbrief KB/ABB 2019/3 over de transacties van onroerende goederen door lokale en provinciale besturen en door besturen van de erkende erediensten.

 

                     Aanleiding, doel en feitelijke motivering

Park Neerdorp : verkaveling industrieterrein met 24 loten

 

In zitting van 24 juni 2020 en 30 november 2022 keurde de gemeenteraad de "zaak van de wegen" goed waarin bepaald werd dat de in de aanvraag OMV 2020051878 en OMV 2022096108 aangegeven openbare wegenis, aanhorigheden, openbare nutsvoorzieningen en groenzones, zomede van de gronden waarop deze worden opgericht, dienen na de aanleg, vrij en onbelast en zonder kosten voor de gemeente, op een door het college vast te stellen datum, afgestaan te worden aan de gemeente.

 

Rekening houdend dat het project werd gerealiseerd alsook de "wegenis", kan er overgegaan worden tot overdracht van de "wegenis" naar het openbaar domein.

 

Het verkavelingsplan van 18 augustus 2022, het overzichtsplan met erfdienstbaarheden van 15 oktober 2022 en het opmetingsplan bestaande perceelsgrenzen & grondprojecties volumes zone recht van opstal "brug" van 13 oktober 2025 opgemaakt door het Studiebureau Verhaert - Dorp 54 - 2288 Bouwel.

 

Rekening houdend dat het project werd gerealiseerd alsook de "wegenis" kan er overgegaan worden tot overdracht van de "wegenis" naar het openbaar domein.

 

Het college stelde in zitting van 29 oktober 2025 notaris Ingmar De Kegel - Beerselsestraat 63/1 te 1651 Lot - aan, voor verlijden van de akte "Park Neerdorp : Overdracht wegenis naar het openbaar domein".

 

De ontwerpakte.

 

                     Financiering

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

VISUM FINANCIEEL DIRECTEUR

Niet van toepassing

 

Besluit:

Met eenparigheid van stemmen.

 

Artikel 1:

De gemeenteraad geeft toelating m.b.t. dossier "Park Neerdorp : overdracht wegenis naar het openbaar domein", om over te gaan tot de kosteloze grondafstand van wegenis en groenzones naar het openbaar domein en dit cfr het verkavelingsplan van 18 augustus 2022, het overzichtsplan met erfdienstbaarheden van 15 oktober 2022 en het opmetingsplan bestaande perceelsgrenzen & grondprojecties volumes zone recht van opstal "brug" van 13 oktober 2025 opgemaakt door het Studiebureau Verhaert - Dorp 54 - 2288 Bouwel.

 

De (administratie)kosten m.b.t. het dossier zijn volledig ten laste van de overdragers.

 

Artikel 2:

De gemeenteraad gaat akkoord om de akte "Park Neerdorp : overdracht wegenis naar het openbaar domein" te verlijden via Notaris Ingmar De Kegel - Beerselsestaat 63/1 -1651 Lot - en stelt de hierna vermelde personen aan - desgevallend hun vervangers - en met tussenkomst van de financieel directeur, om de gemeenteraad te vertegenwoordigen bij het verlijden van de akte, alsook krijgen zij uitdrukkelijk de machtiging, om het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie uitdrukkelijk te ontslaan van enige ambtshalve inschrijving te nemen, om gelijk welke reden, bij de overschrijving van een uitgifte van deze akte.

 

 - Mevrouw Katrien Devillé, algemeen directeur

 - De Heer Jos Savenberg, voorzitter van de gemeenteraad

 - Mevrouw Viviane Aucremanne, financieel directeur

 

Artikel 3:

Deze beslissing wordt gecommuniceerd:

 

Aan:

Hoe:

Notaris Ingmar De Kegel

Brief / Mail

Notarissen Notura

Brief / Mail

Betrokken diensten

Besluit

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten

 

Concessie voor de uitbating van een groepsopvang - concessievoorwaarden en gunningsleidraad

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

                     Juridische gronden

Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, in bijzonder artikel 40 en 41.

Subovereenkomst tussen de gemeente en Woonpunt Zennevallei met betrekking tot project kinderopvang Gaspeldoornlaan

Besluit raad van bestuur Woonpunt Zennevallei van 2 september 2025.

Onderhavige concessie valt – behoudens een beperkt aantal bepalingen - niet onder het materiële toepassingsgebied van de wet van 17 juni 2016 betreffende de concessieovereenkomsten en haar uitvoeringsbesluiten. Deze wetgeving wordt ook niet van toepassing verklaard behalve voor wat betreft vermelde bepalingen en de verder in dit bestek specifiek vermelde artikelen en desgevallend slechts in de mate waarin dit wordt aangegeven.

Omzendbrief van 3 mei 2019 KB/ABB over de transacties van onroerende goederen door lokale en provinciale besturen en door besturen van de erkende erediensten

 

                     Aanleiding, doel en feitelijke motivering

In Beersel staan enkele kinderopvanginitiatieven op de planning. Met Woonpunt Zennevallei sloot de gemeente afgelopen jaar 2 subovereenkomsten af voor kinderopvanginitiatieven in de Hagedoornlaan en de Gaspeldoornlaan te Alsemberg.

 

Naar aanleiding daarvan investeerde de gemeente in de gebouwen in de Gaspeldoornlaan zodat deze locatie zou kunnen worden uitgebaat als groepsopvang.

 

Door de gewijzigde Vlaamse regelgeving dreigen de geplande plaatsen niet volledig door Lokaal Bestuur Beersel te kunnen worden gerealiseerd. In de subovereenkomst met betrekking tot de Gaspeldoornlaan werd de mogelijkheid opgenomen dat de gemeente samenwerkt met een aangeduide partner om de kinderopvang uit te baten (artikel 1.2). Dit werd nogmaals bevestigd door de raad van bestuur van Woonpunt Zennevallei. Gezien de gewijzigde regelgeving wordt het aangewezen geacht om voor de locatie Gaspeldoornlaan op zoek te gaan naar een partner om de kinderopvang te realiseren in plaats van eigen middelen en personeel aan te spreken voor de uitbating ervan.

 

Er wordt voorgesteld om een concessie in de markt te plaatsen met een oproep om een offerte in te dienen om de kinderopvang aan de Gaspeldoornlaan uit te baten als concessiehouder.

 

De voorgestelde concessievoorwaarden zijn de volgende;

        Bestemming: uitbating van een groepsopvang;

        Duur: 9 jaar, zonder dat een stilzwijgende verlenging mogelijk is;

        Vergoeding: 1.794 euro. De subovereenkomst bepaalt dat de woningen gelegen in de Gaspeldoornlaan 5 en 7 na uitvoering van de werken een marktwaarde hebben die geschat is op 897 euro per woning, goed voor een totaal van 1.794 euro. Conform de omzendbrief van 3 mei 2019 KB/ABB over de transacties van onroerende goederen door lokale en provinciale besturen en door besturen van de erkende erediensten bepaalt dat de geschatte prijs in beginsel de minimumprijs is voor een onroerende transactie.

Er werd ook een beknopte gunningsleidraad opgesteld met indicatieve termijnen van de te volgen procedurestappen. Dit zou samen met de concessievoorwaarden worden gepubliceerd zodat alle geïnteresseerden de mogelijkheid krijgen om met kennis van zaken een offerte in te dienen, nadat ze de locatie hebben bezichtigd.

 

De offertes zullen op basis van volgende gunningscriteria worden beoordeeld,

        Communicatie naar ouders en betrekken van ouders bij de opvang  /20

        Aangepaste communicatie naar/beleid richting voorrangsgroepen en kwetsbare doelgroepen  /15

        Hoogte vrij tarief en intentie om in toekomst te werken met plaatsen inkomenstarief  /20

        Lokaal loket kinderopvang en het lokaal overleg kinderopvang  /20

        Organisatie, beleid en kwaliteit  /25

 

 

                     Financiering

De inkomsten worden voorzien in het financieel meerjarenplan.

 

VISUM FINANCIEEL DIRECTEUR

Niet van toepassing

 

Besluit:

Met eenparigheid van stemmen.

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de gunningsleidraad en het ontwerp van concessieovereenkomst voor de uitbating van een groepsopvang goed.

 

Artikel 2:

De gemeenteraad beslist om een publieke marktbevraging te organiseren voor een 9 jaar durende concessie voor de exploitatie van een groepsopvang te Alsemberg, Gaspeldoornlaan nummers 5 en 7.

 

Artikel 3:

Het college van burgemeester en schepenen zal instaan voor de beoordeling van de offertes en de gunning van de concessie in overeenstemming met de gunningscriteria.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Goedkeuring aanpassing van en bijlage aan het arbeidsreglement van de scholengemeenschap Beersel

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

        Juridische gronden

Het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositieregeling van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding en latere wijzigingen;

Het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en latere wijzigingen;

De wet van 18 december 2002 tot wijziging van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen;

Het K.B. van 28 september 1984 houdende uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 40 en 41, en eventuele latere wijzigingen.

 

                     Aanleiding, doel en feitelijke motivering

De vorige aanpassing van het arbeidsreglement dateert van 1 januari 2024. Huidig arbeidsreglement is aan actualisatie toe.

Intussen werd een verzuimbeleid opgesteld met aangepaste procedures voor ziektemelding en werkhervatting en duidelijke richtlijnen voor leidinggevenden wat betreft begeleiding en opvolging.

Vanaf 1 januari 2026 wordt het verzuimbeleid opgenomen als bijlage bij het arbeidsreglement.

Een goede schoolorganisatie steunt op duidelijke afspraken tussen het personeel en het schoolbestuur.

Alle personen die onder gezag arbeid verrichten in het gemeentelijk stedelijk onderwijs moeten, geïnformeerd worden over de voorwaarden die op hun arbeidsverhouding van toepassing zijn.

Het decreet rechtspositie en het decreet basisonderwijs ruimte laat ruimte om lokaal en

autonoom concrete afspraken te maken rond rechten en plichten van het personeel en het

schoolbestuur.

Het gemeenteraadsbesluit van 20 december 2023 waarbij het arbeidsreglement voor de

personen die onder gezag arbeid verrichten in de scholen van de scholengemeenschap

Beersel werd goedgekeurd;

De besprekingen met de directies en op de schoolraad.

 

Het protocol van het afzonderlijk bijzonder onderhandelingscomité van 28 november 2025 werd ter kennisname voorgelegd.

 

                     Financiering

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

VISUM FINANCIEEL DIRECTEUR

Niet van toepassing

 

Besluit:

Met 23 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Klaas Slootmans, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Joeri Zelck, Peter Deboeck, Rudy Demol, Katrien Van Kriekinge, Kurt Moons, Yanis Ghafil, Martin Laruelle en Jos Savenberg), 4 onthoudingen (Patience N'Kamba, Egon Deyaert, Fatima Boudjaoui en Evelien De Coninck).

 

Artikel 1:

De gemeenteraad beslist dat het bestaande arbeidsreglement voor de personen die onder

gezag arbeid verrichten in de gemeentelijke basisscholen van Beersel, goedgekeurd door

de gemeenteraad in zitting van 20 december 2023, wordt opgeheven.

 

Artikel 2:

Het hierbij gevoegde arbeidsreglement voor de personen die onder gezag arbeid verrichten

in de gemeentelijke basisscholen van Beersel wordt goedgekeurd.

 

Artikel 3:

De gemeenteraad beslist om de bijlage aan het arbeidsreglement voor de personen die onder gezag arbeid verrichten in de gemeentelijke basisscholen van Beersel goed te keuren.

 

Artikel 4:

Deze beslissing wordt gecommuniceerd:

 

Aan:

Hoe:

personeel

arbeidsreglement

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

Reglement Themakampen - goedkeuring

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

                     Juridische gronden

Artikel 40 en 41 decreet lokaal bestuur 22 december 2017 en latere wijzigingen;

 

Decreet over het jeugd- en kinderrechtenbeleid en de ondersteuning van het jeugdwerk en bijhorende uitvoeringsbesluiten;

 

                     Aanleiding, doel en feitelijke motivering

Meerjarenplan 2020-2025, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 18 december 2019, nl. Beleidsdoelstelling BD 5 Vrije tijd: Alle Beerselaars kunnen drempelloos participeren aan, zich engageren in en genieten van een rijk, divers en prikkelend vrijetijdsaanbod. Beersel faciliteert het verenigingsleven, de vrijwilligerswerking en burgerinitiatieven, Actie 145: we zetten het regulier beleid verder, ondersteunen projecten jeugd; 

 

Het voorstel van wijziging van reglement. Na evaluatie met de stuurgroep is het wenselijk
gebleken om enkele zaken nieuw op te nemen of duidelijker te formuleren.
De belangrijkste wijzigingen betreffen formuleringen inzake:
● Inschrijvingsgeld (uitpas)
● Annulatievoorwaarden
 

In bijlage het reglement, met de aanpassingen in het groen (toevoeging) en rood (wordt
verwijderd).

 

                     Financiering

De uitgaven/inkomsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan.

 

VISUM FINANCIEEL DIRECTEUR

Niet van toepassing

 

Besluit:

Met 23 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Patience N'Kamba, Joeri Zelck, Egon Deyaert, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil, Martin Laruelle, Fatima Boudjaoui, Evelien De Coninck en Jos Savenberg), 4 nee-stemmen (Klaas Slootmans, Peter Deboeck, Rudy Demol en Kurt Moons).

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het reglement voor themakampen goed.

 

Artikel 2:

Dit reglement treedt in werking op 22 december 2025.

 

Artikel 3:

Deze beslissing wordt gecommuniceerd:

 

Aan:

Hoe:

Burger

Website

De betrokken gemeentelijke teams

Uittreksel

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten

 

Kennisname van de agenda van de Raad van Bestuur PEVA-vzw de Meent 13 januari 2026

 

De raad,

 

De gemeenteraad neemt kennis van de agenda van de bestuursvergadering van PEVA-vzw de Meent op dinsdag 13 januari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten

 

Samenwerkingsovereenkomst Haviland - verlenging handhaving RO

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

                     Juridische gronden

Het decreet dd. 22.12.2017 over het lokaal bestuur en diens latere wijzigingen;

Titel VI van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 (VCRO);

Het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de handhaving van de ruimtelijke ordening en tot wijziging en opheffing van diverse besluiten van 9 februari 2018 (Handhavingsbesluit Ruimtelijke Ordening);

Het handhavingsprogramma Ruimtelijke Ordening goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 17 juli 2015;

 

                     Aanleiding, doel en feitelijke motivering

Tijdens de gemeenteraadszitting van 28 september 2022 werd de samenwerkingsovereenkomst dienstverlening handhaving RO tussen Haviland en de gemeente Beersel goedgekeurd.

 

Het addendum 1, dienstjaar 2023 bij de samenwerkingsovereenkomst dienstverlening tussen Haviland en de gemeente Beersel, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 21 december 2022.

 

Het addendum 2, dienstjaar 2024 bij de samenwerkingsovereenkomst dienstverlening tussen Haviland en de gemeente Beersel, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 29 november 2023.

 

Het addendum 3, dienstjaar 2025 bij de samenwerkingsovereenkomst dienstverlening tussen Haviland en de gemeente Beersel, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 27 november 2024.

 

Het addendum 4, dienstjaar 2026 bij de samenwerkingsovereenkomst dienstverlening tussen Haviland en de gemeente Beersel, als bijlage bij deze beslissing.

De opdracht aan Haviland is vastgelegd conform de projectfiche die integraal deel uitmaakt van de samenwerkingsovereenkomst. Haviland stelt een intergemeentelijke verbalisant ruimtelijke ordening en een stedenbouwkundige inspecteur ruimtelijke ordening ter beschikking, minstens 1 dag per week.

 

                     Financiering

De uitgaven/inkomsten zijn voorzien in het financieel meerjarenplan.

VISUM FINANCIEEL DIRECTEUR

Niet van toepassing

 

Besluit:

Met eenparigheid van stemmen.

 

Artikel 1:

De gemeenteraad beslist om addendum 4, dienstjaar 2026, bij de samenwerkingsovereenkomst 'dienstverlening handhaving ruimtelijke ordening' goed te keuren.

 

Artikel 2:

Deze beslissing wordt gecommuniceerd:

 

Aan:

Hoe:

Haviland

Uittreksel en ondertekend addendum

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten

 

Partnerovereenkomst Organisatienetwerk in het kader van oproep 60 (4de pijler inburgering) Europa WSE

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

                     Juridische gronden

Artikel 41 van decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere bepalingen

 

Decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie-en inburgeringsbeleid en latere wijzigingen

 

Oproep 41: ‘Regionale organisatienetwerken participatie- en netwerktrajecten.’

Oproep 60: ‘Samen bouwen aan sociale netwerken onder de nieuwkomers in jouw regio’.

 

                     Aanleiding, doel en feitelijke motivering

Voor de uitvoering van het actieplan in het kader van oproep 60 van Europa WSE wordt een partnerovereenkomst afgesloten.

 

Het Organisatienetwerk vraagt aan de lokale besturen eveneens een keuze te maken tussen actie 4 en actie 5 van het actieplan.

 

Actie 4:nieuw participatieaanbod dat inspeelt op de lokale noden van anderstalige nieuwkomers. Gemeenten worden aangemoedigd om via monitoring en intergemeentelijke samenwerking aanbod te ontwikkelen dat zowel kwalitatief als interactief is, met nadruk op sociale contacten en oefenkansen Nederlands.

 

Actie 5: toeleiding naar bestaand aanbod via participatiegroepen

Binnen het Organisatienetwerk wordt Actie 5 uitgerold als een experimenteel project dat inburgeraars en anderstalige nieuwkomers via infosessies en groepsactiviteiten actief laat kennismaken met het lokale participatieaanbod.

 

Beersel heeft reeds een bestaand aanbod aan oefenkansen Nederlands, vrijwilligerswerk en ontmoetingsmomenten en kan dus inzetten op actie 5.

 

                     Financiering

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

 

VISUM FINANCIEEL DIRECTEUR

Niet van toepassing

 

Besluit:

Met 23 ja-stemmen (Johan Vander Meylen, Sonia Van Wanseele, Eddy Deknopper, Lora Hasenbroekx, Nele Van Craenem, Christel Hanssens, Elsie De Greef, Hugo Vandaele, Erik Devillé, Hilde Ecker, Kristien Vanhaverbeke, Marc Beling, Nadine Maes, Peter Van Rompuy, Patience N'Kamba, Joeri Zelck, Egon Deyaert, Katrien Van Kriekinge, Yanis Ghafil, Martin Laruelle, Fatima Boudjaoui, Evelien De Coninck en Jos Savenberg), 4 nee-stemmen (Klaas Slootmans, Peter Deboeck, Rudy Demol en Kurt Moons).

 

Artikel1:
De gemeenteraad keurt de partnerschapsovereenkomst goed. Een ondertekend exemplaar evenals uittreksel van dit besluit wordt bezorgd aan de promotor, zijnde de intercommunale Haviland tav. dienst Sociale Tewerkstelling.

 

Artikel 2:

De gemeenteraad is erkentelijk voor de rol van het lokaal bestuur in het Organisatienetwerk en keurt deze goed.

 

Artikel 3:
De gemeenteraad onderschrijft het engagement dat het lokaal bestuur opneemt in ACTIE 5  en de daaruit voortvloeiende taken en opdrachten, zoals het invullen van de Google Forms en het bijhouden van de nodige bewijsstukken.

 

Artikel 4:

Deze beslissing wordt gecommuniceerd:

 

Aan:

Hoe:

Het Organisatienetwerk

mail

 

 

 

 

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten

 

Overzicht mondelinge vragen

 

De raad,

 

De gemeenteraad neemt kennis van het overzicht van de mondelinge vragen, schriftelijk ingediend:

 

1) Door de heer Egon Deyaert (WijZijnBeersel) op 13 december 2025 om 22u10:

 

 Nieuwbouw GBS Huizingen

                     Wat is de algemene stand van zaken van de nieuwbouw GBS Huizingen?  

                     Zijn er al concrete ontwerpen beschikbaar?

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Overzicht punten

 

Tijdelijke politieverordening - verbod op het bezit van vuurwerk in de eindejaarsperiode

 

De raad,

 

Overwegingen van de gemeenteraad

 

                     Juridische gronden

Artikel 40 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017;

Artikel 133 en 135 §2 van de Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988;

De wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties;

De algemene politieverordening van gemeente Beersel

 

                     Aanleiding, doel en feitelijke motivering

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 135 van de nieuwe gemeentewet hebben de gemeenten tot taak te voorzien, ten behoefte van de inwoners, in een goede politie, met name over de zindelijkheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust op openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen. Meer bepaald, en voor zover de aangelegenheid niet buiten de bevoegdheid van de gemeenten is gehouden, worden de volgende zaken van politie aan de waakzaamheid en het gezag van de gemeenten toevertrouwd:

1° alles wat verband houdt met een veilig en vlot verkeer op openbare wegen, straten, kaden en pleinen,...

2° het tegengaan van inbreuken op de openbare rust, zoals vechtpartijen en twisten met volksoploop op straat, tumult verwekt in plaatsen van openbare vergadering, nachtgerucht en nachtelijke samenscholingen die de rust van de inwoners verstoren;

3° het handhaven van de orde op plaatsen waar veel mensen samenkomen, zoals op jaarmarkten en markten, bij openbare vermakelijkheden en plechtigheden, vertoningen en spelen, in drankgelegenheden, kerken en andere openbare plaatsen...

 

Vanuit PZ Zennevallei wordt de vraag gesteld om een politieverordening in te voeren voor de periode van vrijdag 19 december 2025 tot en met donderdag 15 januari 2026 ter uitvaardiging van een verbod op zichtbaar bezit, tonen, uitstallen en elke voorbereidende handeling voor het ontsteken of doen knallen van pyrotechnische artikelen (artikelen die explosieve stoffen bevatten die tot doel hebben warmte, licht, geluid, gas of rook dan wel een combinatie van dergelijke verschijnselen te produceren) van welke aard ook in de openbare ruimte.

 

In de aanloop naar het eindejaar worden verschillende buurten in PZ Zennevallei geplaagd door vuurwerk, met ernstige overlast tot gevolg. Naarmate het eindejaar nadert ( en de verkoop van vuurwerk toeneemt) verwacht men een toename van de problematiek.

Het afsteken van vuurwerk zorgt voor geluidsoverlast, materiële schade (bijvoorbeeld brandschade maar ook vernielingen), een onveiligheidsgevoel bij buurtbewoners en het heeft een impact op dierenwelzijn. Het ondeskundig gebruik van vuurwerk, ook door minderjarigen, brengt ook aanzienlijke veiligheidsrisico's met zich mee, zeker wanneer mensen dit vuurwerk hanteren en afsteken op plaatsen waar veel mensen bijeen zijn.

Ondanks een federaal kader dat de verkoop van feest- en spektakelvuurwerk aan particulieren regelt, en waarbij gedifferentieerd wordt naar leeftijd van de koper en categorie vuurwerk, moet men vaststellen dat er op straat bijzonder zwaar vuurwerk circuleert dat men eigenlijk niet mag verkopen. Men kan dit vuurwerk gebruiken als wapen en richten tegen zowel burgers als politie, met bijzonder groot risico op gewonden tot gevolg.

Aanvullend op het (federale) kader voor de verkoop van vuurwerk geldt er in PZ Zennevallei reeds langere tijd een verbod op het afsteken van vuurwerk. Dit verbod is vervat in artikel 2.6.2 van de Algemene Politieverordening.

In de praktijk blijkt het echter bijzonder moeilijk om, op basis van deze bepaling, sanctionerend op te treden, laat staan om preventief te kunnen ingrijpen. Het is immers zelden duidelijk wie precies het vuurwerk heeft ontstoken. Hierdoor is sanctionering vaak niet mogelijk.

Het is dan ook aangewezen een tijdelijke politieverordening ter uitvaardiging van een verbod op het zichtbaar bezit, het tonen, uitstallen en elke voorbereidende handeling voor het ontsteken of doen knallen van pyrotechnische artikelen (artikelen die explosieve stoffen bevatten die tot doel hebben warmte, licht, geluid, gas of rook dan wel een combinatie van dergelijke verschijnselen te produceren) van welke aard ook in de openbare ruimte 24u/24 in te voeren ter bestrijding van de overlast en verstoring van de openbare orde. Het aangetroffen vuurwerk kan, met toepassing van artikel 30 van de wet op het politieambt, door de politie bestuurlijk in beslag worden genomen ter vrijwaring van de openbare orde. Het in beslag genomen vuurwerk kan men vervolgens op gepaste wijze vernietigen wanneer dwingende redenen van openbare orde dit rechtvaardigen.

De verordening is beperkt in de tijd en na afloop van de voorzien periode zal deze maatregel geëvalueerd worden.

 

                     Financiering

De beslissing heeft geen financiële gevolgen.

VISUM FINANCIEEL DIRECTEUR

Niet van toepassing

 

Besluit:

Met eenparigheid van stemmen.

 

Artikel 1:

De gemeenteraad vaardigt op het grondgebied van de gemeente Beersel voor de eindejaarsperiode van vrijdag 19 december 2025 tot en met donderdag 15 januari 2026 een verbod uit op zichtbaar bezit, tonen, uitstallen en elke voorbereidende handeling voor het ontsteken of doen knallen van pyrotechnische artikelen (artikelen die explosieve stoffen bevatten die tot doel hebben warmte, licht, geluid, gas of rook dan wel een combinatie van dergelijke verschijnselen) van welke aard ook.

 

Artikel 2:

De lokale politie staat in voor het toezicht op de naleving van deze verordening.

Overeenkomstig de procedure bepaald in de wet van 24 juni 2013, betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, wordt de persoon die de bepalingen van dit reglement overtreedt, bestraft met een administratieve boete.

De politie kan de zaken die worden aangetroffen die in strijd zijn met artikel1 van deze politieverordening bestuurlijk in beslag nemen en desgevallend vernietigen.

 

Artikel 3:

Overeenkomstig de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tegen deze beslissing een beroep tot opschorting en nietigverklaring worden ingesteld bij de Raad van State, wegens overtreding van hetzij substantiële, hetzij op straffe va nietigheid voorgeschreven vormen, overschrijding of afwending van macht, binnen 60 dagen vanaf de kennisgeving of bekendmaking. Dit beroep kan worden ingesteld door middel van een aangetekend verzoekschrift dat is ondertekend door de partij of door een advocaat die is ingeschreven op de tabel van de Orde van Advocaten.

 

Artikel 4:

Deze beslissing wordt gecommuniceerd:

 

Aan:

Hoe:

Provinciegouverneur

Uittreksel

Griffie vd rechtbank 1ste aanleg

Uittreksel

Griffie vd politierechtbank

Uittreksel

Bevolking

Website + rondenbosmagazine

SA Haviland

Uittreksel

 

 

Publicatiedatum: 30/01/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.